Brood zonder kneden met een koele eerste rijs Wat gebeurt er als je het deeg helemaal niet kneedt? Als je deeg genoeg tijd geeft dan zal het deeg zich vanzelf ontwikkelen. Gluten vormen zich wanneer gemalen graan in contact komt met water.
En er is geen goede reden om het niet af te dekken. Maar er zijn natuurlijk wel dingen om rekening mee te houden. We weten allemaal dat we ons deeg moeten afdekken om te voorkomen dat er een droog velletje op het oppervlak ontstaat, wat het een onaangenaam uiterlijk en textuur kan geven.
Waarom wordt geadviseerd een natte theedoek op de kom te leggen waarin brooddeeg rijst? Gist in brooddeeg heeft onder andere vocht nodig om te kunnen groeien. Als je geen vochtige theedoek over de kom legt, wordt de bovenkant van het deeg droger en harder. Het deeg rijst dan minder goed.
"Geef je een deeg wat meer tijd om te rijzen en zichzelf te ontwikkelen, dan hoef je maar kort te kneden. Eigenlijk is dan het mengen van de ingrediënten voldoende." Wanneer een deeg te lang gekneed wordt, kan het meel in het deeg gaan oxideren, licht Niemeijer toe. "Zeker als je een keukenmachine gebruikt.
3 Te lang rijzen
Je deeg te lang laten rijzen is nog een reden dat je brood kruimelig wordt. De textuur van een brood steunt op de juiste verhouding van gluten, zuurstof en waterdamp. Als het deeg te lang rijst, wordt de gist overactief en is de verhouding uit balans. Je brood valt dan in of wordt plat.
Er is een reden waarom brood maar een bepaalde tijd mag rijzen. Te lang rijzen betekent te veel belletjes . Te veel belletjes betekent dat het brood erg poreus wordt met een droge, kruimelige textuur en veel grote gaten.
Goed gerezen brood is de basis voor een luchtig, smaakvol en goed gebakken brood. Laat u uw deeg te kort rijzen, dan blijft uw brood compact en smakeloos. Laat u het deeg echter te lang staan voor u het in de oven schuift, dan kan het instorten of teveel luchtbellen bevatten.
Glad deeg – Het deeg begint als een ruwe, klonterige massa en wordt geleidelijk gladder tijdens het kneden. Tegen de tijd dat je klaar bent, zou het volledig glad en licht plakkerig moeten zijn.
Of je nu zanddeeg, kruimeldeeg of ander taartdeeg maakt, het deeg laten rusten zorgt ervoor dat het makkelijker uit te rollen is doordat de boter terug wat opstijft. Geduld hebben is belangrijk, want het deeg laten rusten zorgt er ook voor dat het niet krimpt bij het bakken.
Het is essentieel om te stoppen met mixen bij de eerste tekenen van overkneden, omdat een volledig overgekneed deeg niet meer te repareren is . Overgekneed deeg zal ook sneller scheuren, omdat de glutenstrengen in het deeg zo strak zijn geworden dat ze gemakkelijk breken onder druk.
Het correct afdekken van je deeg is hierbij cruciaal. Voor het beste resultaat hebben we een niet-poreuze, goed sluitende hoes nodig die voorkomt dat het deeg te koud wordt of een vel vormt. En een handdoek is niet voldoende: het poreuze materiaal laat warmte ontsnappen, waardoor het deeg temperatuur verliest .
De koelkastmethode (langzaam rijzen)
Zet je afgedekte deeg in de koelkast. Laat het daar zo'n 8 tot 24 uur staan. Door de lage temperatuur rijst het deeg langzaam. Dit geeft meer smaak aan je brood.
Hoe weet je of deeg goed gerezen is? Je weet dat deeg goed gerezen is als het in omvang is verdubbeld. Een goede test is om zachtjes met je vinger op het deeg te drukken. Als de indruk langzaam terugveert, is het deeg klaar voor de volgende stap.
Waarom wordt geadviseerd een natte theedoek op de kom te leggen waarin brooddeeg rijst? Gist in brooddeeg heeft onder andere vocht nodig om te kunnen groeien. Als je geen vochtige theedoek over de kom legt, wordt de bovenkant van het deeg droger en harder. Het deeg rijst dan minder goed.
Druk eenvoudig met uw vinger zachtjes in het deeg. Kijk hoe het deeg reageert als u uw vinger optilt. Als het langzaam terugveert en zijn oorspronkelijke vorm terugkrijgt, is het waarschijnlijk goed gekneed.
Te veel bloem geeft je een stijf en droog deeg in plaats van een elastisch en plakkerig deeg. Probeer de volgende keer de bloem in de maatbeker te scheppen tot hij vol is. Dat zou je dichter bij de hoeveelheid moeten brengen die je nodig hebt!
Warme boter smelt tijdens het kneden en maakt het deeg plakkerig. Daarom moet je ook zo kort mogelijk kneden. Hoe langer je kneed, hoe warmer de boter wordt door de wrijving van je handen. Bestuif je werkblad vooraf goed met bloem zodat het deeg er niet aan plakt.
Rusten en rijzen
Laat het deeg rijzen tot het in volume is verdubbeld. De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur. Bij kamertemperatuur duurt het ongeveer 2 uur. In de koelkast kun je het een nacht laten rijzen.
Vliesje trekken
Na goed lang en stevig kneden ontstaat er een heel soepel deeg. Je kunt controleren of je deeg goed is door te controleren of je er een vliesje van kunt trekken. Neem een stukje deeg en trek dat voorzichtig uit, het is goed als er een soort vliesje ontstaat dat steeds transparanter wordt.
Als je te lang kneedt maak je deze weefselstructuur van de gluten kapot. De elastiekjes knappen als het ware en het deeg wordt steeds meer een onsamenhangend geheel en is zijn elasticiteit kwijt.
Brood met een korte baktijd kan er aan de buitenkant geweldig uitzien. Maar het zetmeel in het deeg heeft dan geen tijd gehad om te verstijven (geleren). De structuur van het brood kan dan slap zijn en het kruim kan uit elkaar vallen.
Zodra je het deeg in de koelkast laat rusten, wordt de boter weer wat steviger, waardoor ook het deeg steviger wordt. Daardoor kun je het deeg makkelijker vormen en uitrollen en voorkom je dat het deeg tijdens het bakken gaat uitlopen.
Onder de 4°C stopt de rijs helemaal. Laat je je deeg te warm rijzen (boven 32°C), dan gaat het rijzen veel te snel. Niet alleen moet je dan heel snel aan de bak, het gaat ook ten koste van de gluten- en de smaakontwikkeling. Boven de 45°C gaat gist in welk deeg dan ook dood.
Als het deeg goed gerezen is, dan veert de indruk van uw vinger langzaam gedeeltelijk terug en laat het een lichte deuk achter. Dat is een duidelijk teken dat het deeg voldoende lucht heeft vastgehouden en dat het klaar is om gebakken te worden.