Een matse (Hebreeuws: מצה) is een ongedesemd brood, dat lijkt op een grote cracker.
De ongezuurde broden (matsot) herinneren nu aan de haast waarmee de joden uit Egypte moesten vertrekken. Omdat zij geen tijd hadden om gezuurd brood te bakken (zie Exodus 12,39), moest er ongerezen brood bij het Pesachlam worden gegeten.
Over Kosher World | 30-08-25. Ongezuurd brood is een van de meest symbolische gerechten uit de Joodse traditie. Het staat in het Hebreeuws bekend als matze en is een platbrood zonder gist dat al millennia lang de geschiedenis, cultuur en religie van het Joodse volk begeleidt.
Een ongedesemd brood of ongezuurd brood is ieder brood dat bereid is zonder het gebruik van rijsmiddelen zoals gist of desem. Het basisrecept voor een brooddeeg is een mengsel van meel (bloem), water, zout en gist. Deze bereidingswijze is wijdverspreid op alle continenten.
Men is het er algemeen over eens dat het brood dat Jezus brak en aan zijn discipelen gaf in de nacht dat hij werd verraden, ongezuurd was. Hij stelde wat wij vieren als het Avondmaal in tijdens de viering van het Joodse Pesach, waarvoor ongezuurd brood nodig was.
Als we aannemen dat er een "Laatste Avondmaal" was, volgens verschillende christelijke evangeliën, was de maaltijd een Pesach Seder. Als zodanig zou het brood Matze zijn, een ongezuurd brood dat gemaakt kan worden van tarwe, haver, spelt, gerst of rogge.
Gezuurd brood werd gemaakt van gerezen deeg en gebakken in een oven. Middeleeuwers die niet over een oven beschikten maakten platte broden. Het brooddeeg werd dun uitgerold en op een hete steen of plaat boven vuur gebakken.
Met Pesach herdenken joden de bevrijding uit Egypte. Na 400 jaar in slavernij bevrijdde God het joodse volk uit Egypte. Ze moesten snel vertrekken en hadden geen tijd om hun brooddeeg te laten rijzen. Daarom namen ze platte broden mee: matzes.
Tijdens dit bevrijdingsfeest wordt herdacht dat God het volk Israël uit Egypte bevrijdde, om hen naar het beloofde land te brengen. Het ongedesemd brood herinnert eraan dat de Israëlieten gehaast wegtrokken uit Egypte. Er was geen tijd om het brood te laten rijzen.
Joods paasbrood noem je 'matze' of matse. Eigenlijk lijkt dit brood meer op een soort cracker. Het is namelijk plat brood zonder gist. In het Jodendom wordt met het eten van dit paasbrood de uittocht uit Egypte herdacht.
Amen is een Hebreeuws bijvoeglijk naamwoord dat 'vast' en 'zeker' betekent. Het bestaat uit de medeklinkers Alef, Mem en Nun. Deze drieletterige wortel betekent 'stevig zijn', 'bevestigd', 'solide', 'betrouwbaar' en 'waarachtig'. Amen werd door de Israëlieten het vaakst gebruikt in de zin van 'zo zij het'.
Binnen de joodse traditie geldt het verbod de godsnaam 'Jahweh' uit te spreken. Daarom is in de officiële liturgische Bijbelteksten de naam Jahweh steeds vervangen door de Heer. Het nooit uitspreken van de naam van God in het jodendom is een eeuwenoude traditie die getuigt van een zeer grote eerbied voor God.
In het Nieuwe Testament heeft het brood meerdere symbolische betekenissen: gebroken brood als symbool voor het lichaam van Jezus Christus, vooral in samenhang met de eucharistie of avondmaalsviering. als symbool voor leven, speciaal met betrekking tot het nieuwe leven dat Jezus Christus geeft.
De Bijbel noemt het varken een onrein dier, omdat het zijn eten niet herkauwt. Men mag het daarom niet aanraken en ook niet offeren. “Eleazar, een van de voornaamste Schriftgeleerden, een man op jaren en een indrukwekkende verschijning, werd gedwongen varkensvlees te eten.
Tijdens het Laatste Avondmaal brak Jezus het brood, deelde het uit en zei: 'Dit is mijn lichaam'. Als basisvoedsel is brood een beeld voor leven. Brood en leven liggen zo dicht bij elkaar dat mensen die iets nodig hebben om in leven te blijven zeggen: 'Ik heb dat broodnodig.
Omdat Jezus niet genoemd wordt in de joodse boeken uit zijn tijd berust de visie dat Jezus een valse messias of profeet moet zijn geweest op latere joodse teksten of een joodse interpretatie van de boodschap in het Nieuwe Testament.
Met Poerim vieren joden hoe ze ontsnapten aan een ramp. In het jaar 475 ontkwamen ze namelijk aan een grote moordpartij in Perzië (op de plek waar nu Iran ligt). Haman, de minister van de Perzische koning, had daar de opdracht voor gegeven omdat hij de joden als vijanden zag.
Witte eieren uit de legbatterij bevatten bijna geen bloed of kleine stukjes vlees. Dat mogen Joden niet eten. De Joodse Omroep belicht het hoe en waarom beide niet in bruine eieren aanwezig zijn.
In het bijbelboek 'Genesis', hoofdstuk 17, wordt beschreven hoe Abraham, als teken van dit verbond, zichzelf op 99-jarige leeftijd besnijdt. Tevens besnijdt Abraham het mannelijke deel van zijn huishouding en vanaf dat moment dienen alle joodse jongens op de achtste dag na hun geboorte besneden te worden.
Israëlische joden nemen bijvoorbeeld shakshouka als ontbijt. Dat is een eenpansgerecht met eieren en een pittige tomatensaus. In New York gaan joden als snel voor bagels, in Oost-Europa voor gepekelde haring en in Egypte voor bonen met eieren. Kazen en labneh (yoghurt) worden ook vaak gekozen als ontbijt.
Ongerezen brood is brood waaraan vóór het bakken geen gist of ander rijsmiddel is toegevoegd. Voorbeelden hiervan zijn roggebrood en matzes.
Volkoren of bruin
In volkorenbrood zitten altijd genoeg vezels en is de gezondste keuze. Als brood volkoren is, moet dit bij verpakt brood op het etiket staan. Of vraag het na bij de bakker. Bruinbrood is een mix van volkorenmeel en bloem.
Desembrood is brood waarvan het deeg niet met gist is gerezen, maar met desem als rijsmiddel. De bakker maakt een dun beslag van meel en water en laat dat rusten. Na een paar dagen ontwikkelt zich de gewenste "microflora" van bacteriën en gisten, die van nature aanwezig zijn. Dit noemen we een desem.