Chemotherapie en hormoontherapie kunnen een toename in gewicht geven. Sommige chemotherapieën zorgen er voor dat u vaker trek heeft in meestal vettere producten. Hierdoor kunt u eetbuien krijgen waarin u (te) veel eet, bijvoorbeeld een hele zak chips of nootjes. Deze extra energie wordt ook weer opgeslagen als vet.
Bij kanker denken veel mensen direct aan gewichtsafname, maar ook het tegenovergestelde kan voorkomen. Deze speciale vorm van gewichtstoename bij patiënten met kanker bestaat vooral uit toename van vet, maar tegelijkertijd verlies van spiermassa. Door de gewichtstoename valt dit laatste niet direct op.
Voor sommige vormen van kanker, zoals borst-, eierstok- of darmkanker . Omgaan met gewichtstoename kan een uitdaging zijn. Probeer te onthouden dat u controle heeft over sommige factoren die verband houden met gewichtstoename, zoals wat u eet en hoe actief u bent.
Sommige ziektes, zoals een langzaam werkende schildklier of het syndroom van Cushing, kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van overgewicht. Soms ontstaat obesitas door een foutje in een gen. Of is obesitas een kenmerk van een erfelijke ziekte, zoals het Prader-Willi syndroom of het Bardet-Biedl syndroom.
Chronische kankerpijn wordt ook aanhoudende pijn genoemd en is altijd aanwezig. Naast aanhoudende pijn kunt u ook last hebben van doorbraakpijn bij kanker. Doorbraakpijn is pijn die vaak plotseling opkomt en snel weer verdwijnt of minder wordt. Het is pijn die boven op pijn komt die u al langer heeft (chronische pijn).
Als er te weinig of te veel hormonen worden aangemaakt, kan dit leiden tot een gewichtstoename in en rondom de buik. Deze disbalans is het gevolg van langdurige tekorten in vocht en essentiële voedingsstoffen in het lijf. Cortisol is bijvoorbeeld een hormoon dat het lichaam helpt te kalmeren bij stress.
Bepaalde medische aandoeningen kunnen leiden tot onverklaarbare gewichtstoename. Deze aandoeningen kunnen zijn: Endocriene aandoeningen . Deze omvatten aandoeningen zoals schildklierhormoondeficiëntie, insulineresistentie en polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS).
Studies tonen aan dat een 'buikje' het risico op dikkedarmkanker verhoogt. Je loopt ook meer kans op pancreaskanker, borstkanker (na de menopauze) en baarmoederhalskanker.
Longkanker verantwoordelijk voor ruim 20% kankersterfte
Dikkedarmkanker: 4.298. Hematologische kanker: 3.627. Prostaatkanker: 3.334. Alvleesklierkanker: 3.291.
Mensen met kanker kunnen in korte tijd veel afvallen: tot wel tien kilo in een paar weken. Deze sterke vermagering wordt cachexie genoemd. Simpelweg meer eten helpt niet om weer op gewicht te komen, en is geen andere behandeling om het gewichtsverlies tegen te gaan.
Wordt de buikvlieskanker tegelijkertijd ontdekt met de primaire tumor, dan lijken de klachten vaak het meest op klachten die de primaire tumor veroorzaakt. Buikvlieskanker geeft vaak lang geen klachten. Mogelijke klachten zijn: Opgezette buik door vochtophoping (ascites)
Door kanker of de behandeling van kanker kun je zwaarder worden. Dat kan verschillende oorzaken hebben: Sommige medicijnen zorgen ervoor dat je meer trek in eten krijgt, je meer vocht vasthoudt en/of je stofwisseling trager wordt. Door vermoeidheid en andere klachten kan je leefstijl veranderen.
Risico's van overgewicht
Mensen met overgewicht lopen meer risico op gezondheidsproblemen, zoals diabetes type 2 (suikerziekte), hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, galstenen, verminderde slaapkwaliteit en slaapapneu, rug- en gewrichtsklachten en bepaalde soorten kanker.
Vochtretentie in het lichaam : Als u snel aankomt, wijst dit op onderliggende aandoeningen die van invloed zijn op het hart, de lever en de nieren, evenals op een bijnierprobleem, polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) en hypothyreoïdie. Slechte slaap: Onvoldoende slaap van goede kwaliteit leidt tot gewichtstoename.
Het kan bij zowel krachttraining als duursport voorkomen dat je op de weegschaal geen verschil ziet of zelfs aankomt in gewicht. Dat kan komen omdat je meer spierweefsel ontwikkelt. Laat je dus niet ontmoedigen. Als je intensief sport, kun je ervan uitgaan dat je vetmassa kwijt bent.
Als u onverklaarbare gewichtstoename en vermoeidheid ervaart, is het belangrijk om laboratoriumtests te laten uitvoeren die uw schildklierfunctie, vitamine D-spiegel, bloedsuikerspiegel en hormoonbalans beoordelen. Veelvoorkomende tests zijn onder andere TSH (voor de schildklier), A1C en nuchtere glucose (voor de bloedsuikerspiegel), en een uitgebreid metabolisch panel .
Een slanke, maar dikke buik kan 3 oorzaken hebben: een te hoog vetpercentage, te veel buikvet of een disbalans in je hormonen.
Het syndroom van Cushing begint vaak als iemand volwassen is, maar kinderen kunnen het ook hebben. Iemand met het syndroom van Cushing kan de volgende klachten hebben: Een dikke buik (centrale obesitas) en nek (buffalo hump)