Laat stoofgerechten altijd heel zachtjes koken, zet het vuur zo laag mogelijk. Dan worden de ingrediënten zacht en mals en brandt er niets aan. Doe er water of wijn bij en laat het vlees stoven. Houd de temperatuur onder het kookpunt: 70-80°C.
De techniek van stoven
Houdt het vuur laag, het liefst op de kleinste pit van het gasstel of op een klein vuurtje. Het vocht in de pan mag namelijk maar net in beweging zijn.
Stoven is een kooktechniek waarbij je het vlees kort aanbakt en vervolgens langzaam laat verder garen door het onder te zetten in vocht. De temperatuur van de bereiding komt bij voorkeur niet boven de 80 °C. Stoven wordt vooral gebruikt voor stukken vlees met veel bindweefsel (bvb. een schenkel of varkenswangen).
Kom liever niet boven de 90 °C, dan wordt gelatine weer afgebroken. Dat duurt wel even, 5 minuten op iets te hoog vuur maakt echt niet zoveel uit. Zuren uit bijvoorbeeld rode wijn of tomaten laten het vlees ook uitdrogen. Daarnaast zorgen ze dat de Maillard-reactie minder wordt.
Hoe langer je stoofvlees laat garen, hoe malser het wordt. Je moet er echter rekening mee houden dat wanneer je het te lang laat opstaan, het vlees helemaal uiteen gaat vallen. Zo heb je geen stukken vlees meer maar wordt het stoofvlees meer een dikke saus met draadjesvlees in.
Hoe lang moet stoofvlees opstaan om mals te worden? De gaartijd is per type vlees verschillend. Runderlappen zijn na ongeveer 1,5 uur wel klaar, terwijl je voor riblappen rustig 2 tot 3 uur kunt uittrekken. En sukade die houdt er helemaal van om lang te garen, na 3 tot 4 uur is het klaar.
Laat stoofgerechten altijd heel zachtjes koken, zet het vuur zo laag mogelijk. Dan worden de ingrediënten zacht en mals en brandt er niets aan. Doe er water of wijn bij en laat het vlees stoven. Houd de temperatuur onder het kookpunt: 70-80°C.
Middelhoog betekent een oppervlaktetemperatuur van je pan tussen 160-190 graden Celsius. Onthoud ook dat je iets op hoge temperatuur kunt beginnen en de temperatuur halverwege kunt verlagen als dingen te bruin worden.
Bij stoven maak je eten langzaam gaar in een vloeistof, bijvoorbeeld in water of bouillon. Dit doe je met een stoof- of braadpan met een dikke bodem en deksel.
Stoven en sudderen: het verschil
Je kunt alle ingrediënten stoven, maar niet alle gestoofde ingrediënten laten sudderen. De term sudderen wordt namelijk alleen gebruikt bij het stoven van vlees. Stoven is dus de overkoepelende naam voor de kooktechniek en sudderen de manier waarop het vlees stooft.
Vocht en smaak
Bij het maken van stoofvlees is vocht onmisbaar. Voeg je te weinig vocht toe, dan riskeer je dat het vlees uitdroogt. Voeg bij voorkeur een goede bouillon toe of een combinatie van bouillon en wijn of bier voor extra smaak.
Stoof het vlees afgedekt ca. 2 uur. Haal de deksel van de pan en laat het vocht 30-45 min.
Voeg de laurier en bosje tijm toe. Breng het stoofvlees langzaam tegen de kook aan, zet dan het vuur lager en laat minimaal 1 uur sudderen met de deksel op de pan. Hoe langer je stooft, hoe malser het vlees wordt. Kijk tussendoor of er nog genoeg vocht in de pan zit, en voeg eventueel een beetje water of bouillon toe.
Vooraan is de heetste kookzone om te schroeien of te bakken, in het midden heb je een gemiddelde warmte om te sudderen en achteraan is de temperatuur het laagst om je pot of pan warm te houden.
Als de saus de gewenste dikte heeft, plaats je een deksel op de stoofpot. Zo kan er geen extra water meer verdampen. Blijft de saus te dun, kan je ze nog altijd binden met maïszetmeel.
Middelhoog vuur is de temperatuur tussen medium en hoog. In graden ligt dit tussen 400 en 450. Draai op een 10-pits fornuis de knop tussen 7 en 8 voor middelhoog vuur. Draai op een 6-pits fornuis tussen 4 en 5 .
Dus je moet het op het oog doen of een thermometer gebruiken: "Laag" - ongeveer 200 graden met veel slowcookers. "Midden" - ongeveer 300 graden. "Hoog" - ongeveer 350 graden of meer.
Let op: Bij het bereiden van vlees of eieren moet u rekening houden met drie belangrijke temperaturen: Eieren en alle gemalen vlees moeten worden bereid tot 71°C; gevogelte en pluimvee tot 74°C; en verse biefstukken, karbonades en braadstukken tot 63°C .
Breng de vloeistof aan de kook, zet het vuur laag en laat de stoofpot zachtjes sudderen tot het vlees en de groenten heel mals zijn, 3 tot 4 uur.
Stoven is het langzaam garen van vlees in een vloeistof. Je braadt het eerst aan en dan laat je het rustig verder gaar worden in een gesloten pan, op een laag tot matig vuur in bouillon, wijn, cider of bier met groenten en kruiden.
Als je het stoofvlees een nachtje in de koelkast laat staan na het stoven, wordt het nog zachter en smakelijker. Warm afgekoeld stoofvlees zachtjes op en blijf ruim onder de 90˚C, dan blijft het meeste vocht in het vlees.
Wanneer je koud bier op het warme vlees giet, kan de temperatuur in de pan plots dalen. Als je het bier voorverwarmt, blijft de temperatuur van je stoofvlees stabieler en zal het gelijkmatiger garen, waardoor het vlees malser blijft. Het bier verwarmen zorgt er bovendien ook voor dat je stoofvlees minder bitter wordt.
Rendang vereist een langzaam en lang kookproces. De belangrijkste regel, is dat het geheel nooit mag koken. Hierdoor wordt het vlees taai en zul je nooit het malse draadjesvlees krijgen dat je voor ogen hebt. Laat de pan altijd op laag vuur sudderen tot dat de kokosmelk volledig is ingedikt en het vlees donkerbruin is.
Een scheutje wijn, azijn, citroensap of ieder ander zuur (tomaat, tomatenpuree of zelfs rinse appelstroop) zorgt ervoor dat het bindweefsel in stoofvlees malser en zachter wordt. Daarom is het draadjesvlees van jouw oma zo lekker en zo zacht!