Campylobacter jejuni is een bacterie die kan voorkomen in vlees en vleesproducten en vooral in kip. Maar ook in schaal- en schelpdieren en in rauwe melk komt deze bacterie regelmatig voor. Campylobacter jejuni is in Nederland de belangrijkste veroorzaker van darminfecties.
De Campylobacter jejuni bacterie is in Nederland de belangrijkste veroorzaker van darminfecties. In sommige gevallen kan de Salmonellabacterie acute diarree veroorzaken. De Salmonellabacterie komt vooral voor in rauw vlees maar ook in eieren, rauwe melk en melkproducten, vis en garnalen.
In de biefstuk zit de STEC-bacterie, een variant van de 'poepbacterie' E. coli die een gifstof produceert. Mensen kunnen daar maag- en darmklachten van krijgen, waaronder (bloederige) diarree.
Ziekteverwekkers als bacteriën, virussen of parasieten zorgen voor de ontsteking aan darmen en soms de maag. Bij een voedselvergiftiging ontstaan de klachten veel sneller na het eten van besmet voedsel. De klachten duren ongeveer een dag.
Te veel vet kan diarree klachten geven of verergeren, dus grote vetrijke maaltijden en vette snacks kan je beter even laten staan. Vermijd prikkelende voedingsmiddelen zoals ui, prei paprika, peulvruchten en koolsoorten. Deze kunnen de darm extra prikkelen.
Diarree na het eten is meer dan alleen een ongemak. Het kan een teken zijn van een onderliggend gezondheidsprobleem, zoals het prikkelbare darmsyndroom (PDS of IBS), voedselintolerantie of -allergie (zoals een glutenallergie of coeliakie), inflammatoire darmaandoeningen of een infecties.
Veel meer groente en fruit eten. De oplosbare vezels in groente en fruit voeden de goede bacteriën in je darmen en kunnen dus je microbioom (darmflora) verbeteren. Ook zorgen de vezels ervoor dat de ontlasting stevig, zacht en soepel wordt: niet te dun en niet te hard.
Waarom krijg je diarree direct na het eten? Diarree na het eten kan het gevolg zijn van voedselintoleranties, infecties of aandoeningen zoals PDS . Het ontstaat wanneer het spijsverteringsstelsel reageert op voedsel, waardoor de stoelgang wordt versneld. Bepaalde voedingsmiddelen, met name vetrijke of pittige voedingsmiddelen, kunnen deze reactie ook veroorzaken.
Diarree gaat meestal vanzelf over binnen 1 week.
Drink ORS als de diarree waterdun is (zie: ORS). Als u veel last heeft van diarree kunt u de klachten verminderen met 'stopmiddelen', die loperamide bevatten (zie: 'stopmiddelen'). Gebruik een antibioticum volgens voorschrift van uw arts (zie de folder: antibiotica en diarree op reis).
Vlees belast de darmen omdat het moeilijk te verteren is. Vooral de stof haem in rood vlees is een belasting voor de darmen. Het eten van meer dan 500 gram rood vlees per week (rund-, varkens- en lamsvlees) is een risico voor het ontwikkelen van darmkanker.
Wortelpuree en appelmoes bijvoorbeeld zijn goed tegen diarree. Ook mager vlees (kalkoen, kip, kalfsvlees...) en vis mogen gerust. Wat melkproducten betreft, mag u geleidelijk weer beginnen met yoghurt, vooral om de darmflora te herstellen.
Eet veel vezels. Vezels in de darmen houden de ontlasting soepel en geven volume en stevigheid. Goede vezelbronnen bij diarree zijn groenten en volkorenproducten, zoals volkorenbrood, havermout, volkorenpasta, zilvervliesrijst en volkoren couscous.
Vetdiarree is een vettige en dunne ontlasting. Bij vetdiarree zitten er meer vetten in de ontlasting dan normaal. Vaak blijft deze ontlasting drijven in de wc-pot en/of plakken aan de wc-rand.
Drink veel
Water, thee, bouillon of verdund vruchtensap zijn geschikt. Heldere sappen, zoals appelsap, perensap en druivensap en frisdrank zijn minder geschikt, die kunnen de diarree erger maken. Of neem eventueel een suikerzoutoplossing (ORS, verkrijgbaar bij de drogist).
Het verteringsstelsel van een carnivoor is net geen 2 meter lang terwijl ons verteringsstelsel ruim 6 meter is. Dat betekent dat zodra wij vlees eten het ongeveer 72 uur duurt voordat dit door ons verteringsstelsel heen is.
Lichtbruine ontlasting
Een iets lichtere bruine tint kan ook voorkomen als je meer water of minder voedsel met een hoge concentratie van galpigmenten (zoals rood vlees) consumeert. Heb je een te dunne, te vaste of sterk ruikende ontlasting, dan kan de darmtest vertering je meer duidelijkheid geven over de oorzaak.
Als u veel last heeft van diarree, kunt u soms loperamide gebruiken. Loperamide remt de bewegingen van de darmen en zorgt ervoor dat de anus beter sluit. De darminhoud blijft daardoor langer in de darmen en wordt steviger. Bovendien worden vocht en zouten beter opgenomen.
Er bestaat ook valse diarree of overloopdiarree. Dit is een symptoom van obstipatie en wordt gekenmerkt door frequente, kleine hoeveelheden zeer slappe stoelgang. Overloopdiarree kan ook herkend worden aan slappe stoelgang waarin zich ook kleine, harde deeltjes stoelgang bevinden.
De verschijnselen ontstaan doordat voeding veel vocht in de darm aantrekt. Dit vocht komt niet uit de darm maar uit de bloedbaan en voegt zich bij de voedselbrij in de dunne darm. Hierdoor ontstaat een nog voller gevoel, darmkrampen en diarree. Omdat er minder vocht in de bloedvaten zit, daalt de bloeddruk.
Sommige producten kunnen triggers zijn voor PDS-patiënten en zorgen voor vervelende buikpijn. Knoflook, ui, koolsoorten en zuivelproducten bijvoorbeeld. Deze voeding kan gasvorming in de darmen veroorzaken.
Als je diarree hebt, verlies je veel zout. Dat moet worden aangevuld. Neem regelmatig een kopje soep of bouillon. Dat kun je zelf maken, maar bouillon van een bouillontablet of oplossoep zoals Cup-a-Soup zijn ook goed.
Vooral kruidentheeën zoals gember, kamille en pepermunt staan bekend om hun kalmerende werking op de spijsvertering. Ze helpen tegen een opgeblazen gevoel, buikpijn, brandend maagzuur en lichte maagklachten.
Diarree ontstaat meestal plotseling als gevolg van besmetting met virussen, bacteriën of parasieten. Zo kun je bijvoorbeeld last krijgen van diarree als je buikgriep hebt of als je iets verkeerds hebt gegeten. Acute diarree gaat vaak gepaard met misselijkheid, overgeven en buikkrampen.
Dit heeft vaak te maken met de zogenoemde gastrocolic reflex: als je gaat eten, gaat vooral de dikke darm extra bewegen om ruimte te maken voor het nieuwevoedsel.