Je fornuis verbruikt 2 tot 3 keer zoveel energie wanneer je zonder deksel kookt! Wanneer je het deksel op de pan plaatst, kookt je water namelijk sneller.
Het deksel helpt warmte en vocht vast te houden in de pan, waardoor hij ideaal is voor het smoren van vlees, groenten of het bereiden van sauzen. Het maakt ook langzaam koken mogelijk, waarbij smaken beter kunnen combineren.
Een deksel erop houdt de stoom binnen, maar het kan er ook voor zorgen dat dingen sneller gaar worden . Denk na over het doel van het deksel. Als je bijvoorbeeld iets knapperig wilt maken, is een deksel erop een slecht idee, omdat de stoom het zompig maakt. Wil je het sappig houden, dan is een deksel een goed idee.
Stoofpotjes blijven lekker sappig als je ze onder deksel bereidt. Gebruik hiervoor best een cocotte van keramiek of gietijzer. Bereidingen die urenlang duren, zoals vleesbouillon bijvoorbeeld, kun je best onder deksel bereiden zodat er niet te veel vocht verdampt en je bouillon niet te geconcentreerd wordt.
Als je wilt dat de ingrediënten in je pan in smaak en viscositeit afnemen en zich concentreren, kun je het beste met het deksel op de pan koken . Houd er wel rekening mee dat je bij het stoven mogelijk meer vloeistof moet toevoegen om het hoofdingrediënt bedekt te houden.
Terwijl de hitte van de pan het eten gaart, komt de warmte in de lucht terecht, waardoor stoom ontstaat. Die stoom is heet en die warmte verdwijnt als afval via de afzuigkap in je keuken. Maar als je er een deksel op doet, blijft de warmte in de pan. Dat helpt om je eten sneller te garen.
Dek de pan af om warmte en vocht vast te houden tijdens het sudderen, koken of stoven . Laat het deksel eraf als je een saus wilt indikken of een mooie schroeiplek wilt creëren. Het is belangrijk om het deksel eraf te houden tijdens het bakken om gevaarlijk spatten te voorkomen.
Als je koud vocht toevoegt, dan sluit het vlees zich af en neemt het niet makkelijk vocht en/of smaken meer op. -Voeg zuren aan je vlees toe, zoals (rode) wijn, azijn , bier, tomatenpuree of mosterd. De zuren die hierin zitten zorgen ervoor dat het bindweefsel in vlees wordt afgebroken waardoor het vlees mals wordt.
Wanneer je iets moet laten inkoken doe je dat best altijd zonder deksel. Zo krijgt de vloeistof die verdampt de kans om te verdwijnen. Wanneer je een deksel zou gebruiken condenseert die damp tegen het deksel en beland zo weer in de pot. Nog een goede tip: zet het vuur zeker niet te hoog wanneer je iets laat inkoken!
Je kunt sudderen met het deksel op de pan of eraf , volg gewoon de instructies in je recept. Houd er rekening mee dat je bij gebruik van een deksel de kookplaat op een lage stand moet zetten, omdat het gerecht dan sneller kan sudderen dan zonder deksel. Als je geen deksel gebruikt, zet je de kookplaat op de middelste stand.
De deksel erop laten helpt het water sneller aan de kook te brengen, omdat het alle warmte vasthoudt. Als het water kookt, maakt de deksel niet meer uit. Het ei zit onder water en heeft geen voordeel van de stoom, want het water kookt het.
Stoven is het langzaam garen van vlees in een vloeistof. Je braadt het eerst aan en dan laat je het rustig verder gaar worden in een gesloten pan, op een laag tot matig vuur in bouillon, wijn, cider of bier met groenten en kruiden.
Gezonde bereidingstechnieken zijn koken, stomen en bereiden in de oven. Daarvoor wordt geen olie of boter gebruikt. Ook kun je bakken, braden en frituren met gezonde vetten. Bij deze bereidingswijzen trekt wel een gedeelte van het vet in het product, waardoor er meer calorieën in zitten.
Producten kunnen elkaar besmetten en door voedsel af te dekken zorg je ervoor dat bacteriën niet onderling kunnen overspringen op elkaar. Daarnaast komt er veel damp vrij wanneer het eten nog warm is. Als je het niet meteen afdekt, droogt het eten uit”, stelt Zwietering.
Soep of bouillon bestaat voor het grootste deel uit water. Dus met met deksel loopt het verdampte water weer in de pan, en zonder deksel verdampt het, en concentreer je je vloeistof. Dus in principe meer smaak.
In de vleesindustrie wordt het meeste vlees namelijk geïnjecteerd met water. Aan dat water worden bindmiddelen toegevoegd, zodat het in het vlees blijft zitten. Tot u het bakt; dan komt een deel van het water vrij en gaat het volume van het vlees omlaag. In feite betaalt u dus voor water.
Met een deksel blijft de warmte binnen, waardoor je sneller kookt en minder energie verbruikt. Deze techniek is dus niet alleen goed voor de energierekening, maar ook voor de snelheid van je kookproces.
Hij mag niet vol doorkoken, want dan verlies je waardevolle smaakstoffen en kan de bouillon een bittere smaak krijgen. Laat de bouillon afgedekt (deksel op de pan) vier uur zachtjes koken.
Inkoken doe je op matig tot hoog vuur om vocht te laten verdampen uit een gerecht. Zo kun je de saus indikken en wordt de smaak krachtiger.
De temperatuur niet in het oog houden
Maar van te lang koken wordt het taai en valt het uit elkaar. Houd de temperatuur goed in het oog om te zien wanneer het juist gegaard is. Ook stoofvlees heeft een ideale kerntemperatuur. Houd 89 graden aan en je stoofvlees zal perfect zijn!
Haast je niet met het stoven van de stoofpot
Je rundvleesstoofpot heeft minstens twee uur, soms drie, nodig op laag vuur , zodat het vlees mals is en de smaken zich vermengen. Rundvleesstoofpot is geen gerecht om te haasten; het is een gerecht om te maken in een lui weekend, zodat je van de geur kunt genieten terwijl het stooft.
Een scheutje azijn is een bekende tip om stoofvlees malser te maken. Het zuur in de azijn helpt om het bindweefsel in het vlees af te breken, waardoor het zachter wordt tijdens het stoven. Gebruik niet te veel, je wilt geen zure smaak. Ongeveer 1 eetlepel in een pan voor 4 personen is voldoende.
Bij bepaalde gerechten, zoals rijst of aardappelen, kan er ook nog eens veel schuim ontstaan op het water tijdens het koken. Dit schuim komt vaak nog sneller omhoog. Door de deksel schuin te leggen, wordt het schuim naar binnen geleid en niet naar buiten geduwd. Zo voorkom je heel makkelijk een overstroming.
In veel deksels zit een luchtgaatje, ook wel stoomgaatje genoemd. Dit gaatje zorgt ervoor dat de druk wordt verminderd en het eten minder snel overkookt. Zit er geen stoomgaatje in de deksel, let dan op dat het koken niet te snel gaat en alles overkookt.
Wat je nodig hebt is een houten pollepel en een pan met water. Plaats de houten pollepel overdwars op de pan. Zet het vuur lekker hoog en laat het geheel pruttelen. Je zult zien dat de kookbubbels kapotslaan tegen de houten lepel waardoor de pan niet overkookt.