In sommige gevallen kan de Salmonellabacterie acute diarree veroorzaken. De Salmonellabacterie komt vooral voor in rauw vlees maar ook in eieren, rauwe melk en melkproducten, vis en garnalen. Er zijn ook maag-darmziekten waarbij langdurige diarree optreedt.
Rood vlees kan diarree veroorzaken als u een vleesallergie, voedselintolerantie of voedselvergiftiging heeft of als uw lichaam moeite heeft met het afbreken van vet .
Vlees belast de darmen omdat het moeilijk te verteren is. Vooral de stof haem in rood vlees is een belasting voor de darmen. Het eten van meer dan 500 gram rood vlees per week (rund-, varkens- en lamsvlees) is een risico voor het ontwikkelen van darmkanker.
In de biefstuk zit de STEC-bacterie, een variant van de 'poepbacterie' E. coli die een gifstof produceert. Mensen kunnen daar maag- en darmklachten van krijgen, waaronder (bloederige) diarree.
De symptomen kunnen variëren van mild tot ernstig en kunnen enkele uren tot meerdere dagen aanhouden. De meest voorkomende symptomen van voedselvergiftiging zijn: Diarree, maagpijn of -krampen.
In sommige gevallen kan de Salmonellabacterie acute diarree veroorzaken. De Salmonellabacterie komt vooral voor in rauw vlees maar ook in eieren, rauwe melk en melkproducten, vis en garnalen. Er zijn ook maag-darmziekten waarbij langdurige diarree optreedt.
Wanneer mensen die allergisch zijn voor alfa-gal rundvlees, varkensvlees, lamsvlees of vlees van andere zoogdieren eten, krijgen ze een allergische reactie die een reeks symptomen veroorzaakt, waaronder huiduitslag, misselijkheid, braken en diarree. De symptomen treden meestal drie tot zes uur na het eten op.
Dit heeft vaak te maken met de zogenoemde gastrocolic reflex: als je gaat eten, gaat vooral de dikke darm extra bewegen om ruimte te maken voor het nieuwevoedsel. Dit wordt getriggerd doordat je maag wordt opgerekt wanneer er nieuw eten inkomt.
Eet veel vezels. Vezels in de darmen houden de ontlasting soepel en geven volume en stevigheid. Goede vezelbronnen bij diarree zijn groenten en volkorenproducten, zoals volkorenbrood, havermout, volkorenpasta, zilvervliesrijst en volkoren couscous.
Veel meer groente en fruit eten. De oplosbare vezels in groente en fruit voeden de goede bacteriën in je darmen en kunnen dus je microbioom (darmflora) verbeteren. Ook zorgen de vezels ervoor dat de ontlasting stevig, zacht en soepel wordt: niet te dun en niet te hard.
Rood vlees kan schadelijk zijn voor de gezondheid omdat het over het algemeen veel verzadigde vetten bevat. Deze verzadigde vetten verhogen de kans op een verhoogd cholesterol. Bovendien is bewezen dat rood vlees veel heemijzer bevat, wat weer de boosdoener is bij het verhoogde risico op darmkanker.
Als je veel (dierlijke) eiwitten eet zoals vlees, ruikt je ontlasting sterker dan als je meer plantaardig eet. Van bepaalde aandoeningen is bekend dat de ontlasting meer gaat stinken. Houd de geur van je ontlasting daarom ook in de gaten.
Als je na het eten van voedsel klachten krijgt zoals braken, diarree of hevige buikpijn, dan is de kans groot dat je een voedselvergiftiging hebt opgelopen. De symptomen ontstaan doorgaans plots. De tijd tussen het eten van het besmette voedsel en het ontwikkelen van symptomen verschilt per veroorzakende bacterie.
Wortelpuree en appelmoes bijvoorbeeld zijn goed tegen diarree. Ook mager vlees (kalkoen, kip, kalfsvlees...) en vis mogen gerust. Wat melkproducten betreft, mag u geleidelijk weer beginnen met yoghurt, vooral om de darmflora te herstellen.
Wanneer het afweersysteem in aanraking komt met vlees, kan dat tot een allergische reactie leiden. Dit wordt alfa-galsyndroom genoemd, maar kan ook vleesallergie genoemd worden.
Cola zonder prik is niet geschikt bij diarree, om de volgende redenen: Cola bevat wel veel vocht, maar ook veel suiker en nauwelijks zout. Te veel suiker in de darmen trekt vocht aan, wat de diarree kan verergeren. Bij diarree verlies je suiker én zout.
Als u diarree heeft, heeft u last van dunne en/of waterige ontlasting. Het wordt meestal veroorzaakt door een infectie die ontstaat door een virus of bacterie. Door die infectie is uw darmwand ontstoken en hierdoor neemt het minder vocht op. Dit zorgt voor de dunne en/of waterige ontlasting.
Als u veel last heeft van diarree, kunt u soms loperamide gebruiken. Loperamide remt de bewegingen van de darmen en zorgt ervoor dat de anus beter sluit. De darminhoud blijft daardoor langer in de darmen en wordt steviger. Bovendien worden vocht en zouten beter opgenomen.
Diarree na het eten is meer dan alleen een ongemak. Het kan een teken zijn van een onderliggend gezondheidsprobleem, zoals het prikkelbare darmsyndroom (PDS of IBS), voedselintolerantie of -allergie (zoals een glutenallergie of coeliakie), inflammatoire darmaandoeningen of een infecties.
Zo kan een bacteriële infectie of een virusinfectie een oorzaak van langdurige diarree zijn. Ook kan aanhoudende diarree veroorzaakt worden door een antibioticakuur of een darmtumor. Chronische aandoeningen zoals de ziekte van Crohn of het prikkelbaar darm syndroom kunnen ook langdurige diarree als gevolg hebben.
Als de tumor in het laatste deel van de dikke darm zit, hebt u andere klachten dan bij een tumor in het begin van de dikke darm. Bij darmkanker kunt u een of meerder van de volgende klachten hebben: Veranderingen in het ontlastingpatroon, bijvoorbeeld verstopping of afwisselend verstopping en diarree.
Een hoge consumptie (100 tot 120 gram per dag) van rood vlees hangt samen met een 10% hoger risico op een beroerte. Een hoge consumptie (meer dan 50 gram per dag) van bewerkt vlees hangt samen met een 10% hoger risico op beroerte. Verzadigd vet en zout spelen hierbij mogelijk een rol.
De symptomen die optreden bij roodvleesallergie variëren van netelroos/galbulten, buikklachten zoals diarree en overgeven, zwellingen in gezicht en hals tot zelfs een levensbedreigende anafylactische shock. De late reactie na het eten van roodvlees bemoeilijkt ook de diagnose van roodvleesallergie.
Meestal uit een intolerantie zich in maag-darmklachten (buikpijn, krampen, winderigheid, afwisselend diarree en verstopping, afwijkende vaak slecht ruikende stoelgang) waarbij je als patiënt dikwijls zelf met de vraag komt of je een voedselallergie of voedselintolerantie hebt.