Verzin iets en wees voorbereid, aardappels kunnen niet tegen temperaturen onder nul.
Aardappelen kunnen aan vorst worden blootgesteld, waardoor de bladeren verwelken en zwart worden. Het goede nieuws is dat je aardappelen de lichte vorst die in het voorjaar soms uit het niets kan opduiken, waarschijnlijk wel zullen overleven . Bij strenge vorst kan het een ander verhaal zijn, maar daar kun je je op voorbereiden.
Rauwe aardappelen vriezen niet. Ze worden helemaal grijs en vies. Voor gekookte aardappelen (in verschillende vormen) vriezen wel goed. Zelfgemaakte diepvries-gebraden aardappelen kunnen worden gemaakt door ze te voorkoken, in vet te coaten, te bevriezen en dan op de dag zelf in de oven af te maken.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
De gecultiveerde aardappelsoorten zijn zeer vorstgevoelig en sterven vaak af wanneer de weefseltemperatuur onder de -3 °C daalt. Verschillende niet-gecultiveerde knoldragende soorten kunnen temperaturen tot -6 °C overleven.
Niet overdag, elke straal zon doet ze goed. Houd het weerbericht in jouw omgeving in de gaten en leg de bescherming vast klaar. Een MM muts, handdoek, laken, dekbedovertrek, gordijn of offer die trui op die je toch niet meer draagt. Verzin iets en wees voorbereid, aardappels kunnen niet tegen temperaturen onder nul.
Waarom raden we aan om aardappelen niet te koud te bewaren? Het zetmeel verandert bij temperaturen onder de 4 graden Celsius in suiker en de aardappelen beginnen dan zoet te smaken.
Houten boxen waarin je behandelde aardappelen bewaarde gooi je dus beter weg. Professioneel is er al geëxperimenteerd met alternatieven zoals muntolie en ethyleen. Die zijn niet voor de particulier beschikbaar. De boer en handelaar bewaren aardappelen vooral koel, luchtig en donker, en dat doe je best ook.
Hoewel je aardappelen niet in de koelkast moet bewaren, blijven ze het langst goed als je ze op een koele, donkere plek bewaart. Dat kan het beste op een plek met een temperatuur van ongeveer 10°C en een luchtvochtigheid van 90 tot 95 procent, zoals een kelder met gecontroleerde temperatuur en luchtvochtigheid.
Hier zijn enkele tips voor het bewaren van aardappelen. Bewaarcondities: Een donkere plek met een temperatuur van 2-6 graden Celsius en een luchtvochtigheid van 80-90 procent is perfect. Veelvoorkomende plekken die goed werken zijn een kelder (uit de buurt van de verwarming), garage, wortelkelder of een donkere en koele kast of keukenkastje dicht bij de vloer .
Basismethoden voor het invriezen van aardappelen
Leg de aardappels op een bakplaat zonder dat ze elkaar raken. Zet de bakplaat in de vriezer en doe ze, wanneer ze helemaal bevroren zijn (ongeveer zes tot twaalf uur), in een hersluitbare, luchtdichte diepvrieszak. Verwijder overtollige lucht, label ze en leg ze terug in de vriezer.
Gedane proeven hebben bovendien bewezen, dat het niet noodig is. In verband hiermede volrfen hier eenige raadgevingen: Bevroren aardappelen worden pas soet en daardoor oneetbaar, als men ze laat ontdooien voor het koken.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Door aardappelplanten te bedekken met vers, rijk, los organisch materiaal zoals dit, kun je doorgaan tot de heuvel zo hoog is als je wilt of kunt maken. Idealiter geldt: hoe hoger de heuvel, hoe meer aardappelen je krijgt.
"Bevroren aardappelen hebben een zoetige smaak. Je kunt die kwijtraken door ze een dag voor het koken in koud water te leggen en in een koud vertrek te zetten".
Je kunt aardappelen het beste bewaren tussen de 8 en 10°C en op een droge plek, aangezien te veel vocht uitlopers en schimmels veroorzaakt. Kies dus voor een plek waar geen daglicht komt en droog en goed geventileerd is. Leg ze dan niet naast de uien, want aardappel zullen hierdoor aan kwaliteit verliezen.
Als de temperatuur van de aardappel onder de 4 graden komt, gaat het zetmeel in de aardappelen aardappel versuikeren, hierdoor gaat hij zoet smaken. Inwendig komen er zwarte plekken. Daarom is het belangrijk dat u de aardappel nooit met vorst in een ongeïsoleerde ruimte moet laten.
De vitaminen in aardappelen zijn gevoelig voor warmte, lucht, licht en water. Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand.
Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is. Late aardappels zijn daardoor langer te bewaren. Onder de grond kiemen de geplante aardappels zich voort.
De ideale bewaartemperatuur ligt namelijk tussen 4 en 10 graden. Maar omdat niet iedereen een kelder heeft, kun je ze ook in de schuur zetten. Bewaar je ze in de keukenkast, of in de buurt van de verwarming en dus op kamertemperatuur dan gaan de aardappelen snel achteruit.
Als voorbeeld: voor een kilo aardappelen krijgt de boer tussen de 3 en 20 cent. De kostprijs ligt tussen 12 en 18 cent per kilo. In de supermarkt betaalt de consument grif tussen de €0,50 en €2,00 voor een kilo aardappelen, ook als die niet geschild en voorgekookt maar onbewerkt zijn.
Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen kun je ze best op een koele, donkere en droge plaats bewaren.
Opzetten in koud water heeft als voordeel dat de aardappelen gelijkmatiger garen en dat ze niet aan de buitenkant meer gaar zijn dan aan de binnenkant. Opzetten in kokend water zorgt ervoor dat de kooktijd verkort wordt, en hoe korter de bereidingstijd, hoe meer behoud van vitaminen.
De optimale bodemtemperatuur voor de vorming van knollen bedraagt 15 °C tot 20 °C. Onder deze omstandigheden heeft de aardappelplant korte worteluitlopers en scheuten.
Gekookte en daarna afgekoelde aardappelen hebben een lage Glycemische Lading en zijn topvoedsel voor je darmbacterien omdat ze zoveel resistent zetmeel bevatten. Uit dit resistente zetmeel maakt een gezonde darmflora weer volop boterzuur aan. En dat heeft op alle facetten van je fysieke en breingezondheid effect.