Er zijn echter ook jaren dat de aardappels pas laat geoogst kunnen worden, bijvoorbeeld bij veel regenval. Het is dan te nat om met de trekker en de aardappelrooier op het land te komen. Het risico is dat je met de machines vast komt te zitten. Toch is er wel een richtlijn wanneer aardappels te oogsten zijn.
Vanaf het planten tot het oogsten moet je bij de vroege rassen rekenen op ca. 90 dagen, bij de halfvroege komt dit op tot 110 dagen en bij de late variëteiten loopt dit verder op tot 150 dagen.
Aardappelen zijn klaar om te oogsten wanneer de planten bruin en dood zijn. Maar zelfs als de planten dood zijn, kun je de aardappelen nog even in de grond laten zitten . Als je te lang wacht, gaan ze rotten (bah). Wij gebruikten de aardappelvork om de aarde en de aardappelen uit de grond te halen.
Periode aardappelen oogsten
De meeste vroege en middelvroege aardappelen kunnen in juli/augustus geoogst worden. Halflate of late rassen oogst je vervolgens in september of oktober.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Nieuwe, verse aardappelen kun je met schil eten. Maar liggen aardappelen al wat langer of hebben ze een groene schil of uitlopers? Dan kan de aardappel glycoalkaloïden bevatten.
Vroege aardappels zijn echter erg kwetsbaar. De schil kun je er met de nagels vanaf schrapen. Ook zijn de aardappelen vaak wat kleiner omdat ze al wel gerooid, maar nog niet volledig uitgegroeid zijn. Aardappelrassen die je vroeg kunt rooien zijn frieslander, première en doré.
Na een paar maanden zijn de aardappelen klaar om geoogst te worden. Eind april geplante knollen kunnen al in juni geoogst worden, terwijl late soorten pas in september of oktober rijp zijn. Een duidelijk teken dat geoogst kan worden, is wanneer het loof geel of bruin en verdord is.
Behalve koel moet jouw bewaarplaats ook nog steeds luchtig, donker en droog zijn. Door contact met licht ontwikkelen de knollen het giftige solanine. Dat zie je ook, want dan worden ze groen.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
In volle grond: Maak gleuven in de grond van 10 cm breed en 5 cm diep. Laat ongeveer 75 cm tussen twee rijen. Leg de aardappelen met hun kiemen naar boven in de gleuf en laat er telkens een 40-tal cm tussen. Bedek ze daarna met aarde en geef water.
Kweek je eigen aardappelen
De beste manier om ze zelf te kweken is door pootaardappelen te kopen en deze voor te kiemen. Je zou ook een aardappel uit de supermarkt kunnen gebruiken maar deze zijn meestal behandeld met een product waardoor ze niet snel kiemen en dus ook geen grote plant zullen geven.
Ja hoor eet ze gerust, maar snij de uitlopers wel ruim uit. Dan voorkom je dat je solanine binnenkrijgt. Op plaatsen waar uitlopers groeien, zit namelijk de natuurlijke gifstof solanine.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Voor een goede bewaring is het belangrijk dat de aardappelen goed drogen en er een goede wondheling plaatsvindt. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht, dus houd in het begin de temperatuur relatief hoog (gemiddeld 13,5 °C).
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
De ideale bewaartemperatuur ligt namelijk tussen 4 en 10 graden. Maar omdat niet iedereen een kelder heeft, kun je ze ook in de schuur zetten. Bewaar je ze in de keukenkast, of in de buurt van de verwarming en dus op kamertemperatuur dan gaan de aardappelen snel achteruit.
Let wel op met aardappelen kweken in de winter. Want een periode met stevige vorst doodt al je aardappelpoten. Bescherm je planten met stro of kweek je planten in een kweekzak of plantenbak op een tafel in een serre.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
Halfvroege en late aardappelen pas zodra het loof verdord is. De halfvroege pieper oogst u het beste tussen augustus en eind september. De late variant mag wat langer staan. Deze zijn mooi doorgerijpt als u ze medio september tot half oktober oogst.
Prik in de aardappel met een vork of mesje. Voel je weerstand? Dan moeten ze nog wat verder koken. Glijdt de aardappel meteen van je mes of vork, dan is hij gaar.
Zodra er omstreeks juni zwarte vlekjes verschijnen (phytophthora) moet je het loof verwijderen. Trek het van de plant en gooi het in de afvalcontainer en niet op de composthoop, of verbrand het. Laat de aardappels nog een paar weken zitten. Als het loof geel wordt en afsterft zijn de aardappels klaar om te rooien.
Aardappels worden groen als ze een tijdje in het licht liggen. Ook groene aardappelen bevatten solanine. Indien een aardappel volledig groen is, eet je die dus beter niet op. Als je de plek gewoon kunt wegsnijden, kun je de rest van de aardappel wel gewoon opeten, net zoals bij aardappelen met uitlopers.
De opbrengst per plant varieert tussen de 1 en 2 kg, afhankelijk van het ras en de oogsttijd. Vroege aardappelen leveren gemiddeld 900 gram per plant, terwijl late rassen tot 2,5 kg per plant kunnen produceren.