Dat betekent dat je 1 liter water nodig hebt met 10 gram zout om 100 gram pasta te koken. Je gebruikt daarbij best een grote pot waar de pasta voldoende 'bewegingsvrijheid' heeft. Die zorgt er ook voor dat het water niet overkookt. Voeg het zout toe wanneer het water borrelend kookt.
De juiste verhouding om pasta te koken is 1 liter water per 100 gram pasta. Belangrijk: roer tijdens het koken af en toe om zodat de pasta los wordt. Het zout: voeg zout toe zodra het water kookt, omdat gezouten water bij een hogere temperatuur kookt.
Wij hanteren de volgende regel: voor elke 500 gram pasta mag je een stevige eetlepel zout toevoegen – natuurlijk in voldoende water, reken op 1 liter water per 100 gram droge pasta. Dat betekent dus: 500 g droge pasta (voor 4 à 5 personen) in 5 liter water met 1 eetlepel zout.
Gebruik minimaal 1 liter water per 100 g pasta. Als pasta in ruim water wordt gekookt, helpt dat te voorkomen dat hij gaat plakken.
Het kookvocht van pasta, ook wel pastawater genoemd, is zo'n bijproduct dat je normaal gesproken meteen weggooit, maar juist goed kunt gebruiken bij het koken. Tijdens het koken neemt het water zetmeel van je pasta over.
Pasta koken in 4 stappen
Breng een grote pan water met deksel erop aan de kook. Reken 1 liter water per 100 g pasta. Voeg flink wat zout toe zodra het water kookt. Doe vervolgens de pasta in de pan en roer even om te voorkomen dat de pasta aan elkaar plakt.
De kracht van het kookwater
Wel, pastawater zit vol restjeszout en zetmeel van de pasta die je erin kookte. Als je dat water toevoegt aan de pan waarin je je pasta afwerkt én waarin zich een vet – olijfolie of boter – bevindt, ontstaat er een emulsificatie (of culinaire magie).
Het water waar je pasta in kookt mag naar zeezout smaken; ga dus voor een flinke eetlepel (op 400 gram macaroni). Zonder zout smaakt gekookte pasta flauw en zelfs wat zoetig.
Spaghetti koken doe je in een grote pan met kokend water. Vul de pan met water, breng het water aan de kook en doe de spaghetti in de pan. Laat de spaghetti voor ongeveer 9 minuten lang koken totdat ze gaar zijn. Zodra de spaghetti gaar is kun je de ze afgieten.
Spaghetti meten zonder weegschaal
De duimmethode: neem een bundel ongekookte spaghetti met de dikte van je duim. Dit is ongeveer 80-90 gram, perfect voor één persoon. De opscheplepel-truc: één standaard opscheplepel gekookte spaghetti is ongeveer 65-75 gram.
Wanneer je je pasta na het koken spoelt met water, dan spoel je al het zetmeel eraf! Daarmee hecht de saus juist zo goed aan de pasta. Bij koude pastasalades kan dit wel prima.
Doordat je het zout al in het begin van het kookproces gebruikt, zal je gerecht een diepere en meer gelaagde smaak hebben, omdat het zout zo diep kan doordringen. Met gezouten water is alles wel honderd keer lekkerder.
De juiste hoeveelheid pasta
Wanneer je een hoofdgerecht voor volwassenen bereidt, raden we aan om tussen de 80 en 100 gram pasta per persoon te gebruiken. Kook je voor kinderen of dient de pasta als voorgerecht? Dan is 70 gram pasta per persoon een goede richtlijn.
Kook je pasta voor 2 personen, dan heb je ongeveer 2 liter nodig en kook je pasta voor het hele gezin en heb je ongeveer 500 gram pasta nodig, dan gebruik je 5 liter water.
Het geheim zit in de eerste twee minuten. Om ervoor te zorgen dat de spaghettislierten niet aan elkaar plakken is het belangrijk om de eerste twee minuten hard te roeren. Dit zorgt ervoor dat de losgekomen kleverige zetmeelkorrels niet aan de pasta blijven plakken.
Volgens het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid (FAVV) mag je gekookte pasta niet langer dan twee dagen in je koelkast bewaren: "Wie pasta eet die langer dan twee dagen bewaard is, kan erg ziek worden.
Door zout toe te voegen aan het kookwater krijgt de pasta al meer smaak terwijl het kookt. In Italië wordt trouwens altijd zout aan het kookwater toegevoegd. Wel belangrijk om even te onthouden is dat je het zout het beste kunt toevoegen als het water kookt. Hierdoor lost het zout sneller in het water op.
De tweede reden waarom je veel meer water dan pasta moet gebruiken, is omdat je wilt dat het water na de toevoeging van pasta niet te veel afkoelt en snel weer kookt. Als je te weinig water gebruikt, zal je pasta enkele minuten in heet, niet kokend water zitten en wordt daardoor plakkerig.
Omdat de pasta zo kort mogelijk in niet-kokend water moet liggen, doet u er het beste aan de pasta snel even los te roeren en dan meteen het deksel op de pan te leggen tot het water weer kookt.
Zodra het water afkoelt zouden de vluchtige gassen zich evenals de mineralen weer in het water vestigen. Als het water opnieuw gekookt wordt, zouden gevaarlijke componenten zich verzamelen in plaats van te ontsnappen uit het water. Hierdoor zou het water dan schadelijke stoffen bevatten.
In koud water gaat pasta gewoon water opzuigen, maar jammer genoeg niet verder garen. Het resultaat van pasta koken in koud water is daardoor een te slappe pasta.
Pasta wordt vaak te lang of te kort gekookt, wat de smaak en structuur niet ten goede komt. Saus hecht zich moeilijker aan te zachte pasta, bij te lang koken verdwijnt het zetmeel aan de buitenkant en wordt het een prutje.
Tijdens het pasta koken kun je het beste geen deksel op de pan doen. Het deksel zorgt er vaak voor dat het water gaat schuimen en dat er water over de rand van de pan heen loopt. Ook heb je net kunnen lezen dat je de pasta goed in beweging moet houden, zonder deksel gaat dit natuurlijk ook een stuk makkelijker!
Breng water aan de kook met de deksel op de pan. Reken 1 liter water per 100 gram pasta. Voeg de pasta toe en roer even door om te voorkomen dat de pasta aan elkaar plakt. Zet de warmtebron lager als het water kookt.