TEST JE CAKE Een paar kruimeltjes zijn geen probleem. Gebruik vervolgens ook je handen om te controleren of de cake gaar is. Voel de textuur. Het midden van de cake moet veerkrachtig en kussenachtig aanvoelen als je er zachtjes met je vinger tegenaan drukt.
Als je echt zeker wilt weten dat je cake of taart goed gaar is, gebruik dan een cake thermometer. Deze prik je in het midden van de taart en laat je hem vervolgens minimaal 5 seconden zitten.
Voeltest: Druk zachtjes met je vingers op de bovenkant van de cake. Als hij snel terugveert, is hij gaar. Laat hij een deukje achter, geef hem dan nog wat tijd om te bakken.
Steek tegen het einde van de baktijd een (saté)prikker in het midden van de cake en haal deze er weer uit. Zit er geen beslag meer aan de prikker, dan is de cake gaar.
Strijk het oppervlak glad. Bak de cake 15 minuten in het midden van de oven en verlaag daarna de oventemperatuur tot 160°C. Laat nog 35 minuten verder bakken. De exacte gaartijd en temperatuur kunnen wat afwijken in jouw oven: elke oven werkt anders.
Van rauw beslag van een cake of rauw deeg voor taart, brood, pizza of koekjes ('cookie dough' of koekdeeg) kun je buikpijn krijgen of zelfs ziek worden. Dat komt omdat er in beslag rauw ei zit en daar kunnen schadelijke bacteriën in voorkomen zoals salmonella.
Schep het cakebeslag in de met bakpapier beklede cakevorm. Strijk de bovenkant glad en bak de cake in 60 tot 75 minuten gaar. Haal de cake uit de oven, laat hem kort afkoelen in de vorm (10 min.) en stort hem dan op een rooster om volledig te laten afkoelen.
Deeg kneden
Kneden kan met de hand of met een machine. Dat duurt circa 10 á 15 minuten. Wanneer het deeg goed gekneed is, moet er een VLIESJE getrokken kunnen worden met het deeg.
Met deze handige en mooie caketester kan je eenvoudig controleren of een cake gaar is. Steek de pen van de caketester in het dikste deel van de cake. Als de cake gaar is, komt de tester er schoon en droog uit. Roestvrij staal, lengte 20 cm.
Je kunt dit oplossen door de oventemperatuur te verlagen en de cake eventueel wat langer te bakken. Ook kan het helpen om het bakblik een treetje lager in de oven te zetten of om hem af te dekken met aluminiumfolie tijdens de eerste helft van de baktijd.
Het invetten van je bakvorm is een traditionele methode om te voorkomen dat je baksel blijft plakken. Gebruik een stukje keukenpapier om een dunne laag gesmolten boter of olie aan de binnenkant van de vorm aan te brengen. Strooi vervolgens een beetje bloem over de boter en schud het overtollige eruit.
Als je cake uit de oven komt, kun je hem beter niet gelijk uit de vorm halen. Laat hem eerst een klein beetje afkoelen, zodat hij stevig kan worden. Het is echter wel belangrijk om hem niet helemaal in de vorm te laten afkoelen. De condens van de warmte blijft dan namelijk in de vorm hangen en trekt weer in je baksel.
Wanneer de cake al is afgekoeld is het helaas niet meer mogelijk om hem opnieuw af te bakken. Het baksel moet namelijk weer helemaal opwarmen totdat de kern begint te garen. Hierdoor wordt de buitenkant te droog. Daarnaast zal de cake ook niet meer rijzen omdat het rijsmiddel is uitgewerkt.
Waarom is mijn cake niet luchtig? Dit kan aan meerdere dingen liggen. Of je hebt de eieren niet goed genoeg geklopt. Of er zit teveel bloem in het recept.
Ga voor een heteluchtoven
Die is zo´n 15 procent zuiniger dan een gewone elektrische, doordat hij met een lagere temperatuur hetzelfde bakresultaat bereikt. Heteluchtovens zijn bovendien sneller. En omdat de warmte goed verdeeld wordt, kun je er meer gerechten tegelijk in bereiden (bijvoorbeeld 2 pizza's tegelijk).
"Geef je een deeg wat meer tijd om te rijzen en zichzelf te ontwikkelen, dan hoef je maar kort te kneden. Eigenlijk is dan het mengen van de ingrediënten voldoende." Wanneer een deeg te lang gekneed wordt, kan het meel in het deeg gaan oxideren, licht Niemeijer toe. "Zeker als je een keukenmachine gebruikt.
Als deeg blijft plakken, betekent dat niet meteen dat je het niet meer kunt gebruiken. Je kunt het nog steeds redden door tijdens het kneden meer bloem toe te voegen. Voeg steeds kleine hoeveelheden toe, totdat je de gewenste consistentie hebt bereikt.
Prik met een satéprikker of metalen pennetje in het midden van de cake. Komt de prikker er schoon en droog uit, dan is de cake gaar. Kleeft er nog beslag aan de prikker dan is de cake nog niet gaar en kun je de cake nog even in de oven laten staan.
Sommige ovens doen het net beter op hetelucht, maar dat is zeker niet de regel. Als je bakt met hetelucht krijg je soms een scheve cake of een cake die op een plek harder gebakken is dan op een andere plek. Ook droogt hetelucht je gebak makkelijker uit.
Meestal komt dit omdat de vulling te vochtig of te vet is. Een paar tips: dep de vulling, voor gebruik, eerst goed af met keukenpapier of giet het vocht/vet van de vulling af.
Als de cake nog warm of heet is, kun je hem terug in de oven bakken tot hij gaar is. Als een cake niet goed is afgekoeld, kun je hem niet meer als echte cake gebruiken. Je kunt hem echter wel bakken en vervolgens voor andere doeleinden gebruiken, zoals cakekruimels om over ijs of smoothies te strooien.
BAK DE CAKE
Verwarm de oven voor op een lagere temperatuur (bijvoorbeeld 140°C) voor een strakke cake zonder bult of scheur in het midden. De cake bakt het mooiste in een oven zonder sterke luchtstromen, dus liever alleen boven en onder warmte gebruiken.