Bij lage temperaturen (100-150°C) drogen gerechten uit of garen ze langzaam. Dit is bijvoorbeeld perfect voor gerechten als meringue, voor het drogen van fruit of vlees dat langzaam moet garen. Taart, cake, quiches en koekjes bak je over het algemeen het beste op middelmatige temperaturen (160-180°C).
Zet de oven aan Zet de oven aan. Bak je een cake in een heteluchtoven? Houd dan een baktemperatuur van 150 graden aan. Een elektrische oven zet je op 160 graden.
Prik met een satéprikker of metalen pennetje in het midden van de cake. Komt de prikker er schoon en droog uit, dan is de cake gaar. Kleeft er nog beslag aan de prikker dan is de cake nog niet gaar en kun je de cake nog even in de oven laten staan.
Hoe warmer je bakt, hoe meer vocht er tijdens het bakken verdampt. Als er teveel vocht verdampt, wordt je cake droog. Bak hem dus liever wat langer op een langere temperatuur. Of verkort juist de baktijd, dat geeft ook een wat 'kleffer' resultaat.
Zorg er altijd voor dat het baksel zoveel mogelijk in het midden van de oven staat. Bak je koekjes op een bakplaat, dan plaats je deze in het midden van de oven.
Enkele favoriete baktips van Dawn:
Bak je cakes op 160°C, niet op 175°C . Hierdoor kan je cake meer rijzen. Vet de randen van je bakvorm niet in.
Gemiddeld. De meeste ovengerechten bereid je tussen de 180 en 200 graden. Dat is vaak de perfecte temperatuur om de binnenkant mooi gaar te krijgen en de buitenkant niet te doorbakken. Tip: laat altijd de oven voorverwarmen en wacht totdat de ideale temperatuur is bereikt.
Daarnaast hangt het ook af van het type gerecht: voor een gebak dat moet rijzen in de oven (cake, biscuit, brood…) gebruik je best boven- en onderwarmte, omdat het gebak dan gelijkmatiger rijst en minder uitdroogt.
Als je cake uit de oven komt, kun je hem beter niet gelijk uit de vorm halen. Laat hem eerst een klein beetje afkoelen, zodat hij stevig kan worden. Het is echter wel belangrijk om hem niet helemaal in de vorm te laten afkoelen. De condens van de warmte blijft dan namelijk in de vorm hangen en trekt weer in je baksel.
🥧 💭 👉 Van rauw beslag kun je buikpijn van krijgen of zelfs ziek worden. In het beslag zit namelijk rauw ei, waar schadelijke bacteriën als salmonella in kunnen voorkomen.
Doe dit nadat je de cake uit de oven gehaald hebt
Yes, je cake mag uit de oven! Hoewel het heel verleidelijk is om 'm meteen te ontvormen, is het net heel belangrijk om 'm 10 minuten in de vorm te laten afkoelen alvorens 'm te ontvormen. Je cake stijft zo een beetje op, waardoor er minder kans is dat hij breekt.
Prik na het bakken met een satéprikker in het midden van de cake. Is de prikker droog (er zit geen cakebeslag aan), dan is de cake gaar. Bekijk de bakfilm controleren of een cake gaar is en zie hoe het moet.
TEST JE CAKE
Een paar kruimeltjes zijn geen probleem. Gebruik vervolgens ook je handen om te controleren of de cake gaar is. Voel de textuur. Het midden van de cake moet veerkrachtig en kussenachtig aanvoelen als je er zachtjes met je vinger tegenaan drukt.
Cakes kun je beter controleren, namelijk met een prikker. Er zijn speciale caketesters te koop, maar ik gebruik altijd een houten satéprikker. Aan het eind van de baktijd steek je die prikker in het midden van de cake en dan trek je hem er weer uit. Komt de prikker er schoon uit, dan is de cake gaar.
Waarom is mijn cake niet luchtig? Dit kan aan meerdere dingen liggen. Of je hebt de eieren niet goed genoeg geklopt. Of er zit teveel bloem in het recept.
Afkoelen. Laat de cake minimaal 15 minuten afkoelen in het bakblik, anders is de kans groot dat hij blijft plakken als je hem uitstort.
Verlaag de oventemperatuur: de warmte doet de buitenkant van de cake te snel bakken en krijgt niet de tijd om het midden te bereiken. Dek je cake af door aluminiumfolie of een bakplaat over je cake te leggen.
Wat je direct kunt doen om je cake nog te redden, is de bovenkant afdekken met aluminiumfolie en de cake rustig afbakken bij een lagere temperatuur tot ook de binnenkant gaar is.
Denk niet dat je door de oventemperatuur te verhogen de baktijd kunt inkorten: een goede cake moet lang bakken (een uur of langer) op lage temperatuur (150 à 170°C). Wij vinden het bakresultaat ook het mooiste op boven- en onderwarmte: met hetelucht droogt de cake een beetje uit.
Sommige ovens doen het net beter op hetelucht, maar dat is zeker niet de regel. Als je bakt met hetelucht krijg je soms een scheve cake of een cake die op een plek harder gebakken is dan op een andere plek. Ook droogt hetelucht je gebak makkelijker uit.
Je kunt bij deze ovenstand beter geen meerdere bakplaten tegelijk in de oven zetten, want de warmte wordt dan tegengehouden door bijvoorbeeld de bakplaat of bakvorm.
Boven én onderwarmte
De naam zegt het al: hierbij komt de warmte van zowel onder als boven. Deze stand is perfect voor het bakken van je favoriete ovenschotels, cakes en taarten. Zeker bij gebak dat moet rijzen (waarbij bakpoeder of baking soda in het beslag zit, bijvoorbeeld) is boven- en onderwarmte een slimme keus.
Als we 200 °C vermelden, kun je dus de heteluchtoven op 180 °C zetten. Het verschil komt door de manier van verwarmen. Bij een heteluchtoven blaast een ventilator hete lucht de oven rond. Hierdoor is de temperatuur in de oven overal gelijk.
Hoge temperaturen (200-250°C) zorgen voor een krokante korst en zijn daardoor perfect voor het bakken van pizza, brood of chocolate chip cookies.