Doe er bloem of maïszetmeel bij Dat trucje kun je ook gebruiken als je soep te dun blijkt. Meng 1 el bloem of maïzena met 3 el soep in een apart kommetje, en voeg dat mengsel opnieuw toe aan je soep. Breng zachtjes aan de kook en laat enkele minuten pruttelen.
Maizena: mix en fix!
Voor een andere methode pak je bloem, maizena of aardappelzetmeel uit de kast. Twee eetlepels van een van deze goedjes doen wonderen voor je soep! Mix ze in een bakje met koud water totdat een vloeibaar papje ontstaat. Giet kleine delen van dit papje bij je soep terwijl je goed doorroert.
Zetmeel zorgt voor binding
Is je groentesoep toch nog waterig of wil je die kippensoep iets dikker maken? Zoek je redding dan in een zakje. Met maïzena (maïszetmeel) of aardappelzetmeel geef je soepen en ook sauzen namelijk extra binding in een handomdraai.
5. Soep dikker maken met bloem of zetmeel . Een "slurry" is simpelweg een mengsel van zetmeel, zoals bloem, maïzena, aardappelzetmeel of tapiocazetmeel, gemengd met water. De slurry wordt vervolgens toegevoegd aan een soep of saus om deze dikker te maken.
Groentesoep kan verdikt worden door in te koken of door een van de gangbare verdikkingsmiddelen toe te voegen – maïszetmeel, tarwebloem of aardappelzetmeel. Voor een meer vullende groentesoep kun je aardappelen raspen of in blokjes snijden. Ook met pastinaken en pompoenen kun je soepen verdikken.
Is je soep te dik? Meng er dan gerust wat extra bouillon door. Kies de soort die je oorspronkelijk voor de basis van je soep gebruikte of experimenteer met een andere smaak. Groentebouillon of kippenbouillon zijn te allen tijde goede keuzes.
Verhouding: Met 50 g boter en 60 g bloem kun je ongeveer 2 tot 2,5 liter soep binden. Resultaat: De soep zal een subtiele dikte hebben zonder te zwaar of te dik te worden.
Gebruik rijst of linzen. Ook met rijst en linzen kun je soep die te dun is indikken. Gebruik rode linzen voor rode soepen en rijst voor groene of bleke soepen. Laat even meekoken tot de korrels zacht zijn en mix alles nog eens door.
Kookroom bevat een speciaal bindmiddel waardoor hij niet schift in warme bereidingen. Ideaal dus om te verwerken in warme sauzen, soepen of ovengerechten. Tip: voeg de room pas op het einde toe, laat dan nog even meekoken.
Met wat geluk preciseert het recept dat je de saus tot de helft moet laten inkoken. Wanneer de helft van de vloeistof verdampt is, weet je dat de saus voldoende is ingekookt. Bij een doorsnee recept (een hoeveelheid voor 4 personen) duurt dat 15 à 20 minuten. Vaker nog staat er helemaal geen aanwijzing bij.
Om een soep of saus te binden kun je boter gebruiken, maar ook een schep Maizena (merknaam voor maiszetmeel) doet de truc. Je kunt maiszetmeel gebruiken voor het opstijven van slagroom, het krokant bakken van ingrediënten of het verdikken van soepen.
Melk heeft in vergelijking met roomsoorten een laag vetpercentage van 0,5% tot 3,5% en is daarom minder geschikt om een romige textuur in een gerecht te creëren. Echter, kun je bijvoorbeeld wel melk gebruiken in een soep in plaats van room voor een variant met minder vet.
Als je soep te dun uitvalt, kan je ze dikker maken met aardappelzetmeel of maïzena of je kan er een gekookt aardappeltje tussen mixen. Is je soep te dik, doe er dan wat extra bouillon bij.
Voeg tijdens het koken blokjes aardappel toe (ongeveer 1 aardappel per 2 liter bouillon) aan de soep die je wilt binden. Aan het eind van de kooktijd geeft de aardappel zetmeel af en bindt de soep. Blijf goed roeren.
Kookroom vervangen door sojaroom, kokosmelk of haverroom
In een soep is dat goed, maar voor een romige pasta zou ik eerder de eerste twee benoemde varianten gebruiken.
De bekendste methode is met zetmeel, zoals roux, maïzena of aardappelzetmeel. Zetmeel bindt door verhitting en geeft een stevige structuur aan je saus. Maar er zijn ook andere, minder voor de hand liggende bindmiddelen. Eiwitten spelen een belangrijke rol, zowel in pure vorm als in eigeel.
Je kunt op dezelfde manier een saus of soep dikker maken met een papje van water en bloem. Klop hiervoor de bloem door wat koud water tot je geen klontjes meer ziet. Zie je toch klontjes zitten, hoe hard je ook klopt? Giet het papje dan door een fijne zeef voor je het aan de saus toevoegt.
Meng de Maizena met 2 el koud water en roer het geheel met een vork of garde tot een glad papje. Voeg dit maizenamengsel al roerend toe aan de hete soep of jus. Breng het geheel al roerend aan de kook en laat het nog ca. 1 minuut zachtjes doorkoken.
Bloem heeft een hoger eiwitgehalte dan maizena. Hierdoor kan het meer binden en dikker worden. Daarnaast kun je het vervangen door aardappelzetmeel of tapiocazetmeel.
Beter binden
Die is bedoeld om de soep mooi te laten binden. Oftewel: ze wordt er mooi glad van. Laat je de soep nog even opwarmen, dan kan het zetmeel van de aardappel de soep beter binden en indikken. Het is dus heel belangrijk dat je die stap niet mist.
Dé manier om saus te binden gaat als volgt. Smelt 1 el boter en voeg 1 el bloem toe. Roer goed en voeg langzaam 375 ml vloeistof toe, zoals water, bouillon, fond of wijn. Blijf roeren totdat de saus kookt en laat het daarna nog 8-10 minuten koken.
Verdunnen: de makkelijkste manier is natuurlijk door meer water of bouillon toe te voegen, let er wel op dat ook dit niet te zout is. Verdun de soep door steeds kleine beetjes toe te voegen en blijf proeven. Dit werkt overigens het beste bij soepen op waterbasis en minder goed bij romige of dikke soepen.
Volgens Ineke Hoeksema zorg je dat je erwtensoep de goede dikte krijgt door je bouillon niet in één keer toe te voegen. ,,Wanneer je alles er in één keer in gooit kan je soep heel waterig worden. Als je het stap voor stap toevoegt, kun je zelf bepalen hoe dik de snert zal worden.”
Soep bevat essentiële voedingsstoffen, zoals vitaminen, mineralen, antioxidanten en voedingsvezels: onmisbare troeven voor een evenwichtige voeding. Omdat je zoveel verschillende ingrediënten kan gebruiken om ze te maken, wordt soep nooit eentonig. Je kan er dus zonder probleem alle dagen van smullen.