Inkoken kan iedereen, ook jij. Zet je soeppan op het hoogste vuur en haal de deksel van de pan. De hitte zorgt voor verdamping van het vocht dat je nét kwijt wilde. Draai het vuur uit wanneer de soep naar je zin is.
Zetmeel zorgt voor binding
Is je groentesoep toch nog waterig of wil je die kippensoep iets dikker maken? Zoek je redding dan in een zakje. Met maïzena (maïszetmeel) of aardappelzetmeel geef je soepen en ook sauzen namelijk extra binding in een handomdraai.
Voeg tijdens het koken blokjes aardappel toe (ongeveer 1 aardappel per 2 liter bouillon) aan de soep die je wilt binden. Aan het eind van de kooktijd geeft de aardappel zetmeel af en bindt de soep.
Soepverdikkingsmethode: Maizenapap
Ik maakte een klassieke pap door maïzena en hete bouillon in een kommetje glad te kloppen. Ik druppelde het geleidelijk in de soep en bracht het aan de kook om het volledig te activeren, in te dikken en de zetmeelsmaak te laten verdwijnen voordat ik er meer aan toevoegde.
Dikker maken
Het binden van een saus is heel simpel en kan door maizena en water toe te voegen of bloem en boter. Al roerend en door kleine beetjes toe te voegen ontstaat er een heerlijke zelfgemaakte gebonden saus of soep.
Voor een andere methode pak je bloem, maizena of aardappelzetmeel uit de kast. Twee eetlepels van een van deze goedjes doen wonderen voor je soep! Mix ze in een bakje met koud water totdat een vloeibaar papje ontstaat. Giet kleine delen van dit papje bij je soep terwijl je goed doorroert.
Met maïzena (of aardappelzetmeel)
Dat zijn handige bindmiddelen die neutraal van smaak zijn en snel je saus dikker maken. Je maakt eerst een papje van 1 eetlepel zetmeel met 2 eetlepels koud water en dat roer je vervolgens door de warme saus. Even kort koken en je saus wordt direct dikker.
Om een soep of saus te binden kun je boter gebruiken, maar ook een schep Maizena (merknaam voor maiszetmeel) doet de truc. Je kunt maiszetmeel gebruiken voor het opstijven van slagroom, het krokant bakken van ingrediënten of het verdikken van soepen.
Een schuimlaag op je soep met daarin vervelende stukjes ziet er niet alleen vies uit, het is ook niet zo lekker. Deze laag is namelijk opgebouwd uit vetten uit het vlees in de soep en overige overbodigheden. Hierom moet je je soep afschuimen en wel snel ook.
Raar maar waar: wit brood toevoegen voor je gaat mixen, werkt ook prima als je graag een gladde soep maakt. Snij de korst weg, scheur het brood in een paar stukken en mix je soep. Je zult zien dat ze niet enkel lekker glad, maar ook nog eens mooi smeuïg wordt. Vaak hoef je zelfs geen room meer te gebruiken!
Hoe lang moet je soep laten koken? Soep mag niet hard koken, maar laat je sudderen tegen het kookpunt aan. De richtlijn is een twintigtal minuten, of tot de groenten gaar zijn. Bij een wortel duurt dat dus wat langer dan bij een stukje prei.
Wat moet je doen als je soep te dik is? Te dikke soep los je makkelijk op door er wat extra bouillon aan toe te voegen. Proef tussendoor en voeg niet te veel in één keer toe.
„Doorkoken kan leiden tot smaakverlies en kan de textuur beïnvloeden: ingrediënten worden papperig”, luidt het antwoord. „En dikkere lobbige soepen gaan pruttelen, wat zorgt voor spat- en verbrandingsgevaar.”
Doe er bloem of maïszetmeel bij
Dat trucje kun je ook gebruiken als je soep te dun blijkt. Meng 1 el bloem of maïzena met 3 el soep in een apart kommetje, en voeg dat mengsel opnieuw toe aan je soep. Breng zachtjes aan de kook en laat enkele minuten pruttelen.
Groentesoep kan verdikt worden door in te koken of door een van de gangbare verdikkingsmiddelen toe te voegen – maïszetmeel, tarwebloem of aardappelzetmeel. Voor een meer vullende groentesoep kun je aardappelen raspen of in blokjes snijden. Ook met pastinaken en pompoenen kun je soepen verdikken.
Een van de makkelijkste en snelste manieren om hem in te dikken is met zetmeel. Meng hiervoor maizena (maiszetmeel) of aardappelzetmeel met wat koud water tot een glad papje en laat het kort meekoken in de saus tot de gewenste consistentie is bereikt. Herhaal eventueel als de saus nog niet dik genoeg is.
Soep of bouillon bestaat voor het grootste deel uit water. Dus met met deksel loopt het verdampte water weer in de pan, en zonder deksel verdampt het, en concentreer je je vloeistof. Dus in principe meer smaak.
In veel recepten wordt een aardappel toegevoegd aan de ingrediënten. Die is bedoeld om de soep mooi te laten binden. Oftewel: ze wordt er mooi glad van. Laat je de soep nog even opwarmen, dan kan het zetmeel van de aardappel de soep beter binden en indikken.
Meng de Maizena met 2 el koud water en roer het geheel met een vork of garde tot een glad papje. Voeg dit maizenamengsel al roerend toe aan de hete soep of jus. Breng het geheel al roerend aan de kook en laat het nog ca. 1 minuut zachtjes doorkoken.
"Soep kan niet zuur worden door onweer zelf, dat is een fabeltje van vroeger. Maar aan onweer gaat warm weer vooraf. Door het warme weer kan de soep zuur worden, want dan kan de soep bederven", legt Lolkje de Vries van het Voedingscentrum uit.
Aardappels vallen tijdens langdurig koken uit elkaar en zorgen ervoor dat de soep sneller dik wordt. Andere groenten die toegevoegd worden zijn bleekselderij of bladselderij. De soep bevat vaak tevens vet varkensvlees, zoals krabbetjes, speklap, karbonade of varkenspoot. Ook rookworst is een vaak gezien ingrediënt.
Inkoken wil zeggen dat je de saus op het vuur laat tot ze een dikkere textuur heeft. In plaats van een bindmiddel te gebruiken, laat je ze indikken door ze te laten pruttelen. Door het koken, verdampt er vocht en wordt ze minder vloeibaar. Je krijgt dus minder maar een meer geconcentreerde saus.
Als je soep te dun uitvalt, kan je ze dikker maken met aardappelzetmeel of maïzena of je kan er een gekookt aardappeltje tussen mixen. Is je soep te dik, doe er dan wat extra bouillon bij.