De aardappel is vanuit Zuid-Amerika naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekendstond als chunu. De Inca's verbouwden de plant toen al honderden jaren.
Van origine is de aardappel een plant die niet afkomstig is uit Europa. De geschiedenis van de aardappel speelt zich namelijk vooral af in Zuid-Amerika. Door de Spanjaarden is dit voedingsmiddel in de 16e eeuw mee teruggenomen naar Europa. De allereerste keer is waarschijnlijk in 1536 geweest, vanuit Peru of Chili.
De Inca's van Peru waren de eersten die aardappelen verbouwden, tussen 8000 en 5000 v.Chr. In 1536 ontdekten Spaanse conquistadores hoe lekker aardappelen waren en namen ze mee naar Europa. In 1589 introduceerde Sir Walter Raleigh aardappelen in Ierland.
Spaanse 'ontdekkingsreizigers' namen de plant mee uit Zuid-Amerika; uit DNA-onderzoek is gebleken dat de voorloper van onze aardappel uit Peru afkomstig moet zijn geweest. Onze aardappel is dus eigenlijk een exoot. De eerste aardappelen in Europa werden gekweekt in botanische tuinen.
De aardappel komt oorspronkelijk niet uit Nederland, maar uit de Andes in Zuid-Amerika. Er wordt aangenomen dat er al zo'n 7.000 jaar geleden sprake was van aardappelteelt in de Andes. Op kleine bergperceeltjes telen mensen al eeuwen lang een verscheidenheid aan rassen.
Aardappelen komen oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, waar ze 'chunu' genoemd werden. Nadat de Spanjaarden in de zestiende eeuw Zuid-Amerika ontdekte, kwam de aardappel naar Europa. De aardappel is dus eigenlijk geen typisch Nederlands product, zoals je misschien zou denken.
Ook het woord aardappel lag al klaar van in de middeleeuwen, toen de knol in 1565 uit Peru naar Europa werd gebracht.
Aardappelen uit eigen land zijn het beste, maar aardappelen uit Malta of Marokko zijn ook goed omdat ze hier naartoe vervoerd worden per boot, dat is de minst milieubelastende optie vanuit deze landen. Koken is het minst klimaatbelastend. Frituren het meest.”
Aardappelen komen oorspronkelijk uit het Andesgebergte in Zuid-Amerika. We noemen ze Ierse aardappelen omdat de aardappel in de 16e eeuw voor het eerst naar Europa werd gebracht en daar als gewas werd ontwikkeld. De Ierse immigranten brachten de aardappelcultuur naar de Verenigde Staten.
De naam is afgeleid van het woord "appel", wat "appel" betekent, en "aard", wat "aarde" betekent. Dus "aardappel" betekent letterlijk "aarde-appel".
De vroege geschiedenis van de aardappel
Vanuit Peru won de veelzijdige en voedzame aardappel aan populariteit en werd hij verbouwd in de Andes en in andere delen van Zuid-Amerika, zoals Bolivia, Ecuador en Chili. De Inca's leerden de robuuste aardappel op verschillende manieren te gebruiken: door aardappelen te koken, te pureren en te bakken, zoals we dat vandaag de dag nog steeds doen.
Men gaat ervan uit dat pastinaken als het algemene voedsel voor de armere bevolking vóór de invoering van aardappelen was. Het begrip stamppot dateert overigens van begin twintigste eeuw en wordt gebruikt voor het begrip gestampte maaltijd.
Grootste producent ter wereld
China is en blijft de grootste aardappelproducent ter wereld.
De Nederlandse naam aardappel, appel uit de aarde, is eigenlijk een beetje vreemd. De aardappel is namelijk geen fruit maar groente en lijkt niet eens op een appel. In Duitsland heet de aardappel ” Kartoffel” . Dit is afgeleid van de Spaanse omschrijving ' tartufo blanco' (blanke knol).
Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
Koene Dirk Parmentier (Amsterdam, 27 september 1904 - Tarbolton (Schotland), 21 oktober 1948) was een piloot van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM). Parmentier werkte van 1920 tot 1924 bij Fokker. Tijdens zijn militaire dienst haalde hij in 1927 zijn vliegbrevet, waarna hij in 1929 in dienst trad bij de KLM.
De aardappel is vanuit Zuid-Amerika naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekendstond als chunu. De Inca's verbouwden de plant toen al honderden jaren.
De Ieren eten ontzettend veel aardappelen en het wordt in allerlei vormen geserveerd. Denk aan aardappelpuree, aardappel-pannenkoekjes en zelfs aan aardappelbrood. Ook de Irish stew is hier heel populair, een stoofschotel dat bestaat uit schapen- of lamsvlees, aardappelen (uiteraard), uien en wortels.
Aardappelen: een wereldwijde favoriet
Hoewel aardappelen een belangrijk onderdeel vormen van de Nederlandse keuken, zijn ze van oorsprong verre van Nederlands. Aardappelen zijn namelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, waar ze al eeuwenlang worden verbouwd. Pas in de 16e eeuw werden aardappelen geïntroduceerd in Europa.
Bewoners uit Letland (274 gram per dag) consumeren de meeste piepers, gevolgd door Polen (248 gram), Litouwen (234 gram) en Estland (188 gram). Italianen eten van alle EU-landen de minste aardappelen, gemiddeld 76 gram per dag.
Opperdoezer Ronde-aardappels zijn een ware delicatesse en uniek in haar soort: het is één van de zes Nederlandse producten met een beschermde oosprongsbenaming, wat betekent dat ze alleen zo mogen worden genoemd als ze daadwerkelijk uit Opperdoes (Noord-Holland) komen.
Aardappel of Solanum tuberosum L. is een van de meest bekende gekweekte gewassen van Nederland. Deze uit Zuid-Amerika afkomstige soort van de Nachtschadefamilie of Solanaceae, is al rond 1600 in ons land ingevoerd.
“Elk bekend aardappelras heeft een keer in de voerkist (voor het vee) gelegen.” Een uitspraak die verwijst naar Bintje – die later opnieuw werd uitgevonden – maar zeker ook geldt voor de Spunta. Deze koning der aardappelen wordt gekweekt in Drenthe, bij kweker J. Oldenburger en komt in 1969 op de rassenlijst.
Vlees, melk en kaas
Een groot deel daarvan was van bekende landbouwdieren, zoals rund, varken, schaap, geit en paard. De bewoners van de nederzetting aten vooral rundvlees. Varken en schaap kwamen minder vaak op het bord, al hadden ze in de loop van de eeuwen wel steeds meer voorkeur voor schapenvlees.