Dit kan voorkomen in de vorm van een knol of een duidelijk verdikte wortel. Deze groenten horen dus tot de knolgewassen: knolselder, radijzen, rode biet, wortelen, schorseneren, pastinaak, rammenas, yacon...
Knolgewassen zijn groenten die groeien uit een knol of knolachtige wortel. De knol zelf is eetbaar en vaak juist het lekkerste deel van de plant. Voorbeelden van knolgewassen zijn aardappelen, pastinaak of knolselderij. Wortelgewassen zijn groenten die groeien uit, je raadt het al, een wortel.
Wortel- en knolgewassen vormen het ondergrondse opslagsysteem van diverse planten die over de hele wereld voorkomen, waaronder aardappelen, yams, zoete aardappelen, rapen, koolraap en knolselderij . Aardappelen, oorspronkelijk geteeld in Zuid-Amerika, zijn er in verschillende kleuren, vormen, maten en texturen.
Knolgewassen vormen, zoals hun naam al doet vermoeden, een knol. In deze knol, die zich zowel boven- als ondergronds kan ontwikkelen, wordt voedsel opgeslagen. Tot de groep van knolgewassen behoren ook een heel aantal groenten die een knol vormen, zoals bijvoorbeeld radijs, ui, rode biet, knolselder, enz.
Knol- en bolgewassen zoals rode bieten, aardappelen en uien moet je altijd schillen of pellen. Ook hier zitten vervuilende stoffen vooral in de buitenste laag: de schil.
Wortel hoort tot de wortel- en knolgewassen en valt onder de groente.
Knolgroenten zijn groenten waarvan de wortel of stengel is uitgegroeid tot een eetbare knol. Voorbeelden zijn knolselderij, radijs en rode biet. Ook wortelgewassen zoals wortelen, pastinaak en schorseneren worden vaak tot knolgroenten gerekend.
De gezondste groene groenten zijn waterkers, snijbiet, bietenbladeren, spinazie en witlof. Maar ook Chinese kool, boerenkool en bladsla zijn hoog in voedingswaarde.
Deze groenten horen dus tot de knolgewassen: knolselder, radijzen, rode biet, wortelen, schorseneren, pastinaak, rammenas, yacon...
Probeer op de meeste dagen minstens één portie uit elk van de volgende categorieën te eten: donkergroene bladgroenten; gele of oranje fruitsoorten en groenten; rode fruitsoorten en groenten; peulvruchten (bonen) en erwten; en citrusvruchten .
Te veel rauwe groenten eten is niet altijd een goed idee. Sommige groenten zoals prinsessenbonen, (dop)erwten, peultjes, aubergines en champignons bevatten natuurlijke plantengifstoffen. Deze stoffen kunnen in grote hoeveelheden schadelijk zijn. Gelukkig is de kans dat je hiervan ziek wordt klein.
Wortelen
Rauwe wortelen zijn gezond, gekookte wortelen zijn nog gezonder! Gekookte wortelen bevatten namelijk meer bèta-caroteen dan rauwe wortelen. Dat is een sterk antioxidant dat zich in je darmen omzet in vitamine A.
Voorbeelden van plantknollen
Bekende voorbeelden van planten met knollen zijn aardappelen, cassave en dahlia's . Aardappelen zijn een van de meest gegeten voedingsmiddelen ter wereld.
Yam heeft een ontstekingsremmende werking en wordt meerdere genezende eigenschappen toegekend. Daarnaast bevat de wortel ook veel vitaminen en mineralen. De knol is vooral rijk aan vitamine C, B6, koper, kalium en mangaan.
De wortel of knol wordt een opslagmedium dat eetbaar is. Het verschil is dat knollen (bijvoorbeeld aardappelen en zoete aardappelen) afkomstig zijn van een gemodificeerde stengel van de plant, terwijl wortelgroenten (bijvoorbeeld wortels en raap) vergrote penwortels zijn .
Visceraal vet is diep buikvet dat het risico op veel chronische ziekten kan verhogen. Diëtisten zeggen dat sommige groenten bijzonder effectief kunnen zijn bij het verminderen van visceraal vet. Dit zijn onder andere spinazie, bloemkool , spruitjes, artisjokken en kool.
De groenten die tot de nachtschade behoren zijn wel onderdeel van een gezond voedingspatroon, maar staan dus niet in onze top 10: gewone aardappel, tomaat, aubergine, paprika, chilipeper, groene peper, Spaanse peper, kruisbessen en goji-bessen.
Volgens Greger hebben we twee porties bladgroenten nodig per dag en hoe donkergroener ze zijn, hoe beter. Een voorbeeld hiervan is dus spinazie, maar ook rucola, bietenbladeren, boerenkool en postelein. Voor twee porties moet je 150 tot 200 gram rekenen, naast een portie kruisbloemige- en twee porties overige groenten.