De granen die men verbouwde waren voornamelijk rogge, haver en een klein deel gerst, aangevuld met boekweit, dat op de heide werd verbouwd. Door de wisselende opbrengsten was er soms gebrek aan voedsel.
Men gaat ervan uit dat pastinaken als het algemene voedsel voor de armere bevolking vóór de invoering van aardappelen was. Het begrip stamppot dateert overigens van begin twintigste eeuw en wordt gebruikt voor het begrip gestampte maaltijd.
In de late zestiende eeuw kwam de aardappel via Spanje naar ons toe. Spaanse 'ontdekkingsreizigers' namen de plant mee uit Zuid-Amerika; uit DNA-onderzoek is gebleken dat de voorloper van onze aardappel uit Peru afkomstig moet zijn geweest. Onze aardappel is dus eigenlijk een exoot.
Onze prehistorische voorouders aten vroeger veel groenten en fruit, noten en zaden en vlees en vis. Dit 'oervoer' was rijk aan eiwitten en vezels en bevatte amper koolhydraten en verzadigde vetten. Het voedsel was puur en onbewerkt en volgens wetenschappers aten onze voorouders erg gezond.
De aardappel is vanuit Zuid-Amerika naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekendstond als chunu.
Aardappelen komen oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, waar ze 'chunu' genoemd werden. Nadat de Spanjaarden in de zestiende eeuw Zuid-Amerika ontdekte, kwam de aardappel naar Europa. De aardappel is dus eigenlijk geen typisch Nederlands product, zoals je misschien zou denken.
Pap, havermoutpap en later brood werden de basisvoedingsmiddelen die het grootste deel van de calorie-inname van de bevolking uitmaakten. Van de 8e tot de 11e eeuw steeg het aandeel van verschillende granen in de voeding van ongeveer een derde tot driekwart.
Ook het woord aardappel lag al klaar van in de middeleeuwen, toen de knol in 1565 uit Peru naar Europa werd gebracht.
Het gewone volk at halfvloeibare brij of pap, potage (bestaande uit wortelgroenten, erwten, kruiden, vlees en vis) en soppe (groente-/vlees-/vispasta, gebonden met brood) . Bier op smaak gebracht met gruit was de gebruikelijke drank, aangezien water van slechte kwaliteit was, en werd tot in de 14e eeuw in de kloosters geproduceerd.
Heel bekende Nederlandse gerechten en lekkernijen zijn onder andere hutspot, drop, stroopwafels, hagelslag en erwtensoep, oftewel snert. In dit blog vertellen we meer over dit typisch Nederlands voedsel en de oorsprong ervan.
Aardappelen uit eigen land zijn het beste, maar aardappelen uit Malta of Marokko zijn ook goed omdat ze hier naartoe vervoerd worden per boot, dat is de minst milieubelastende optie vanuit deze landen. Koken is het minst klimaatbelastend. Frituren het meest.”
Baanbrekend onderzoek heeft uitgewezen dat de aardappel bijna 9 miljoen jaar geleden is geëvolueerd uit een voorouder van de tomaat . Wilde tomaten, die in de Andes groeiden, werden gekruist met een plant genaamd Etuberosum, en via een proces genaamd hybridisatie vermengden ze hun genetische materiaal om een geheel nieuwe lijn te vormen.
Ongeveer 8 miljoen jaar geleden kruiste in Zuid-Amerika een voorouder van de moderne tomaat met een plant genaamd Etuberosum. Uit deze uitwisseling van genen ontstond de aardappel.
Kannibalisme is niet alleen taboe
Dawkins noemt kannibalisme een taboe, maar het eten van mensenvlees is niet alleen een ethische kwestie. Ons vlees bevat namelijk infecterende proteïnes en deze kunnen ziekten veroorzaken en zelfs dood als gevolg hebben. Hiernaast is er ook een reële kans op bloedoverdraagbare ziekten.
Vlees, melk en kaas
Een groot deel daarvan was van bekende landbouwdieren, zoals rund, varken, schaap, geit en paard. De bewoners van de nederzetting aten vooral rundvlees. Varken en schaap kwamen minder vaak op het bord, al hadden ze in de loop van de eeuwen wel steeds meer voorkeur voor schapenvlees.
Typisch Nederlands eten
Denk aan bitterballen, drop, haring, pindakaas, oesters, worstenbroodjes en natuurlijk poffertjes. Je merkt het al: naast typisch Nederlandse (hoofd)gerechten als stamppot en erwtensoep kennen we als Nederlanders ook veel typische Nederlandse lekkernijen en snacks.
Voordat aardappelen in de 18e eeuw populair werden, aten de Nederlanders vooral rapen, peulvruchten, pastinaken en schorseneren .
Of het Nederlands nu komt uit Turkije, Duitsland, Engeland, Frankrijk, of uit Verweggistan. Het komt er uiteindelijk op neer dat de Nederlandse taal is ontstaan door invloeden van al deze landen en door de eeuwen heen heeft het zich ontwikkeld tot het Hedendaagse Nederlands.
Wat aten wij toen? Het eten was destijds goedkoop en simpel. De warme maaltijd bestond voornamelijk uit aardappelen, groente en (een klein beetje) vlees. Gerechten als stamppot, bruine bonensoep, watergruwel, hangop en rijstebrij waren aan de orde van de dag.
De Andesbevolking bereidde hun aardappelen op verschillende manieren, zoals koken, pureren, bakken en stoven, vergelijkbaar met moderne methoden. De Andesbevolking bereidde ook een gerecht genaamd papas secas, een proces dat bestond uit koken, schillen en snijden.
Om vele redenen werd de aardappel maar langzaam populair . Destijds werden er in Europa alleen zaadgewassen verbouwd en werd deze groente geplant door hem in stukken te snijden en in de grond te stoppen. De aardappelplant werd ook erkend als lid van de nachtschadefamilie, een groep planten die over het algemeen zeer giftig zijn.
Gerst – en later tarwe – was een hoofdbestanddeel van het Angelsaksische dieet. Het werd gedroogd en tot meel gemalen: brood werd bij bijna elke maaltijd geserveerd en bleef een belangrijk onderdeel van de Engelse voeding tot de komst en daaropvolgende teelt van de aardappel in de 16e eeuw.
De Poolse keuken in de Middeleeuwen was gebaseerd op gerechten gemaakt van landbouwproducten en granen (gierst, rogge, tarwe), vlees van wilde dieren en boerderijdieren, fruit, bospaddestoelen, bessen en wild, honing, kruiden en lokale specerijen .
In hun koninklijke keukens was vlees de boventoon. Hertenvlees, everzwijn, zwaan en pauw waren de sterren, symbolen van adel en macht. Stel je de rijke, wildsmaak van hertenvlees voor, perfect gebraden en versierd met kruiden die hun gewicht in goud waard waren.
In de 9e eeuw waren de meest voorkomende ingrediënten raap (репа), kool (капуста), radijs (редька), erwten (горох) en komkommers (огурцы) . Ze werden rauw, gebakken, gestoomd, gezouten en gemarineerd gegeten. Aardappelen verschenen pas in de 18e eeuw en tomaten pas in de 19e eeuw.