Wanneer een gerecht te zoet is, breng je de balans terug door andere smaken aan te passen. Het tegenovergestelde van zoet is
Een te zoete cake of taart kun je redden door er wat geklopte room of roomkaas bij te serveren. Heb je een hartig gerecht zoals stoofvlees iets te zoet gemaakt? Dan kun je dit effect tenietdoen door een hartige umami smaak eronder te mengen, zoals die in worcestershiresaus of sojasaus.
Limoen- of citroensap, balsamicoazijn, andere azijn, witte wijn, suiker of honing zijn heel goed in het neutraliseren van andere smaken. Zoet en zuur dus. Ga voor de smaak die het best bij je gerecht past.
Zoet en zuur zijn antagonisten in de keuken; ze heffen elkaar op. "Als iets te zoet is, kun je er iets zuurs aan toevoegen, en andersom", legt Klosse uit. Met zuur bedoelt hij niet alleen citroen of azijn, maar alles wat 'strak' of 'samentrekkend' is. "Verse gember of rode peper bijvoorbeeld.
Een scheutje azijn helpt de suiker, en hartige dingen zoals sojasaus of vissaus of Worcestershire helpen met balanceren. Anders, voeg een beetje water of bouillon toe om het te verdunnen en verdikt het met een maïzena-papje.
De smaakmakers in stoofvlees worden 'het bouquet' genoemd: een mengsel van groenten, kruiden en specerijen. Denk voor de groenten aan wortelen, ajuinen, knoflook en prei, en voor de kruiden aan salie, tijm, rozemarijn, laurier en kruidnagel. Door de smaakmakers van je bouquet barst je stoofpot al van smaak.
Te zoete saus of soep
Probeer dan een beetje ongeraffineerde pindakaas toe te voegen, die de zoetheid kan verzachten en extra smaak nuances toe kan voegen. Ook kan het helpen een paar extra scheppen groenten toe te voegen. Deze absorberen de vloeistof en daarmee vaak ook een deel van het zoet.
EEN ANDERE SMAAK TOEVOEGEN
Bij te zuur voeg je wat zoet (suiker of honing) toe, bij te zoet voeg je wat zuur (citroensap, azijn) toe. Maar wat als het te zout is? Door een andere sterke smaak toe te voegen kun je de zoute smaak neutraliseren. Denk aan suiker, citroensap of azijn.
Een sneller trucje: maïszetmeel! Maak eerst een papje van wat koude vloeistof (bijvoorbeeld water of melk) en voeg het toe aan je saus. Roer goed om en laat nog even rustig doorkoken tot je saus voldoende ingedikt is.
Vind je het wat te zuur? Juist, voeg wat stroop of bruine suiker toe. Wanneer je je resultaat wat te dun vindt gebruik je wat maïzena om de saus wat te binden (let op: maïzena aanmaken met koud water!). Kook nog even door en laat afkoelen.
Een snelle manier om het zoutniveau in stoofpotjes, sauzen of soepen te verminderen, is om er water aan toe te voegen. Je gerecht zal dan wel wat vervlakken en je zal ook wat smaak verliezen maar het zal veel minder zout proeven. Van daaruit kan je dan je gerecht opnieuw bijkruiden. Overdrijf niet!
Een scheutje azijn is een bekende tip om stoofvlees malser te maken. Het zuur in de azijn helpt om het bindweefsel in het vlees af te breken, waardoor het zachter wordt tijdens het stoven. Gebruik niet te veel, je wilt geen zure smaak. Ongeveer 1 eetlepel in een pan voor 4 personen is voldoende.
Hoe langer je stoofvlees laat garen, hoe malser het wordt. Je moet er echter rekening mee houden dat wanneer je het te lang laat opstaan, het vlees helemaal uiteen gaat vallen. Zo heb je geen stukken vlees meer maar wordt het stoofvlees meer een dikke saus met draadjesvlees in.
Te zoet. Een sterke zoete smaak kun je in balans brengen door pit, zout of zuur toe te voegen. Afhankelijk van je gerecht, kun je kiezen voor witte wijn, azijn of citrussap. Chilivlokken, chilisaus of cayennepeper werken ook, net als sojasaus en zout.
Dan kun je net zoals bij pittig eten, de zoute smaak verminderen door ingrediënten met zetmeel toe te voegen, zoals brood, pasta, rijst of aardappelen. Zetmeel zorgt er namelijk voor dat het zout geabsorbeerd kan worden. Een makkelijke oplossing, want bij elke keuken past wel een bepaalde vorm van zetmeel.
Baking soda neutraliseert de zuurgraad en creëert een klein beetje zout. Suiker balanceert de zuurgraad en zoetheid om het smakelijk te maken. Persoonlijk voeg ik meestal 1/4 theelepel toe aan mijn saus als ik gebruik maak van tomaten uit blik die citroenzuur bevatten.
Twee keer per week vette vis eten, zoals haring, zalm, makreel of sardines, is daarom een goed idee. Beweeg om koolhydraten te verbranden. Beweging helpt je bloedsuikerspiegel te verlagen en zorgt ervoor dat je lichaam beter op insuline reageert. Een wandeling voor het ontbijt of na de maaltijd heeft extra voordelen.
Tip 3: eet vezels en eiwitten
Suiker geeft je bloedsuikerspiegel een korte boost met even later een net zo sterke daling. Door voedingsmiddelen te eten met langzame koolhydraten, vezels en eiwitten vertraagt je spijsvertering, vertraagt de opname van suikers en stabiliseert je bloedsuikerspiegel.
U kunt er riblappen voor gebruiken, maar ook sukade of runderlappen. Riblappen bevatten in verhouding wat meer vet dan sukade- of gewone runderlappen en zijn daardoor het meest mals. Het is ook mogelijk om magere riblappen te gebruiken, maar het resultaat is dan, doordat er minder vet in zit, wel wat minder lekker.
Je kunt het vlees nog steeds redden. Probeer de kooktijd wat te verlengen. Zet de warmtebron weer laag aan en laat het vlees nog een uurtje sudderen. De kans is groot dat het extra tijd nodig heeft om dat heerlijke smelt-in-je-mond effect te bereiken.
Een scheutje wijn, azijn, citroensap of ieder ander zuur (tomaat, tomatenpuree of zelfs rinse appelstroop) zorgt ervoor dat het bindweefsel in stoofvlees malser en zachter wordt. Daarom is het draadjesvlees van jouw oma zo lekker en zo zacht!