De juiste verhouding tussen vocht en andere ingrediënten is essentieel. Als je te veel vocht toevoegt, kan de saus dun en waterig worden. Als er te weinig vocht is, zal de saus eerder dik en geconcentreerd zijn. Dit onevenwicht kan ervoor zorgen dat de ingrediënten in de saus gaan scheiden, waardoor schifting optreedt.
Inkoken als je saus te dun is
Als je saus te dun is, kun je hem ook wat langer laten pruttelen. Door hem verder in te laten koken, verdampt het vocht en wordt je saus wat dikker.
Oorzaak: De verhoudingen kloppen niet (te veel vloeistof of te weinig bloem) of de roux is te lang of te kort gekookt . Oplossing: Probeer de roux eerst iets langer te koken en kijk of hij dikker wordt. Zo niet, maak dan nog wat roux in een aparte pan (met gelijke delen boter en bloem).
Je saus niet lekker dik? Probeer hem eerst wat langer in te koken. Of maak een papje van 1-2 tl maïzena en wat koud water. Klop er eerst een paar lepels van de saus door en roer dan pas het mengsel door de rest van de bechamel.
Dikker maken
Het binden van een saus is heel simpel en kan door maizena en water toe te voegen of bloem en boter. Al roerend en door kleine beetjes toe te voegen ontstaat er een heerlijke zelfgemaakte gebonden saus of soep.
Je kunt een saus makkelijk dunner maken door een scheut water, melk, bouillon of wijn toe te voegen. Het kan nodig zijn om daarna extra smaak toe te voegen. Last van klontjes? Zeef je saus of haal er een staafmixer doorheen.
3 Saus binden met eidooiers
Splits het ei en klop de dooier (eventueel met een beetje room) los in een kom. Dit heet een liaison. Klop een klein beetje van de warme saus door de liaison, tot de massa mooi glad is. Giet dit dan vervolgens weer bij de rest van de warme saus, en laat al roeren indikken.
Inkoken wil zeggen dat je de saus op het vuur laat tot ze een dikkere textuur heeft. In plaats van een bindmiddel te gebruiken, laat je ze indikken door ze te laten pruttelen. Door het koken, verdampt er vocht en wordt ze minder vloeibaar. Je krijgt dus minder maar een meer geconcentreerde saus.
Een waterige lasagne komt vaak door te natte saus of onuitgelekte ingrediënten (zoals spinazie of ricotta). Zorg ervoor dat je saus goed is ingekookt en niet te dun is. Laat ingrediënten met veel vocht, zoals groenten of ricotta, eerst goed uitlekken of bak ze even aan.
Zelf bechamelsaus maken is niet moeilijk en je hebt er ook niet veel voor nodig. Het is alleen wel heel belangrijk dat je het goed doet, want als je de bloem niet genoeg laat garen, is het eindresultaat niet lekker.
Béchamelsaus opnieuw opwarmen
Indien nodig kun je de saus opnieuw opwarmen in een steelpannetje op laag vuur: de béchamel wordt dan weer glad en romig wanneer je het met een garde doorroert. Is je saus te dik? Dan kun je nog een beetje melk toevoegen om de saus vloeibaarder te maken.
Dunner is makkelijk door er wat melk bij te doen. Maak je bijvoorbeeld een kaassaus dan wil je de bechamelsaus graag wat dunner omdat de kaas zelf de saus flink indikt. Maar ik loop op de zaken vooruit. Is alle melk opgenomen door saus dan laat je het nog even inkoken.
Je roert niet genoeg
Heb je last van klonters in je saus. Dat betekent dat je niet genoeg roert. Laat de roux mooi opdrogen tot je een nootachtige geur hebt, haal de pot even van het vuur en giet er wat melk bij. Roer tot de roux volledig opgelost is en zet de pot dan weer op het vuur.
Zo kun je geschifte saus redden
Voeg een scheutje koud water of witte wijn toe en plaats een staafmixer op de bodem van je pannetje. Laat de mixer telkens kort pulseren en herhaal dit tot het vet en de vloeistof weer één saus worden.
Wanneer je iets moet laten inkoken doe je dat best altijd zonder deksel. Zo krijgt de vloeistof die verdampt de kans om te verdwijnen. Wanneer je een deksel zou gebruiken condenseert die damp tegen het deksel en beland zo weer in de pot. Nog een goede tip: zet het vuur zeker niet te hoog wanneer je iets laat inkoken!
Het kan zijn dat de saus te veel is ingekookt. De verhouding vocht en vet is ook dan niet meer in balans: je hebt nu te veel vet en te weinig vloeistof. Voeg beetje bij beetje wat extra vocht toe en klop goed.
Zetmeel bindt de saus tot een perfecte dikte als het wordt verhit met vloeistof. Maizena en aardappelzetmeel zijn bekende voorbeelden van zetmeel bindmiddelen, maar je zou ook kunnen denken aan tapioca of sago. Andere efficiënte bindmiddelen die je kunt gebruiken zijn room, eieren, boter en meel.
Bloem heeft een hoger eiwitgehalte dan maizena. Hierdoor kan het meer binden en dikker worden. Daarnaast kun je het vervangen door aardappelzetmeel of tapiocazetmeel.
Roer aardappelzetmeel los met een beetje koude vloeistof of water en schenk het al roerend bij wat je wilt binden. Kook het enkele seconden goed door. Bloem is gezeefd meel dat afkomstig kan zijn van verschillende graanproducten zoals rijst, rogge en gierst. Maar meestal wordt met bloem tarwebloem bedoeld.
Schiften is het ontbinden van twee of meerdere componenten. Het zijn meer bepaald vetten of oliedruppels die zich afscheiden van de waterige bestanddelen in een saus. Je kan het zien aan de kleine druppels vet die zich aan de rand van je pot of pan verzamelen.