Het kan zijn dat de saus te veel is ingekookt. De verhouding vocht en vet is ook dan niet meer in balans: je hebt nu te veel vet en te weinig vloeistof. Voeg beetje bij beetje wat extra vocht toe en klop goed.
Je roert niet genoeg
Last but not least: roeren! Heb je last van klonters in je saus. Dat betekent dat je niet genoeg roert. Laat de roux mooi opdrogen tot je een nootachtige geur hebt, haal de pot even van het vuur en giet er wat melk bij.
Je saus niet lekker dik? Probeer hem eerst wat langer in te koken. Of maak een papje van 1-2 tl maïzena en wat koud water. Klop er eerst een paar lepels van de saus door en roer dan pas het mengsel door de rest van de bechamel.
Bijvoorbeeld hete roux en koude melk. Breng dan de saus met een garde aan de kook en laat even doorkoken. Zo verdwijnt de bloemsmaak en ben je in principe ook verlost van de brokjes.
Dunner is makkelijk door er wat melk bij te doen. Maak je bijvoorbeeld een kaassaus dan wil je de bechamelsaus graag wat dunner omdat de kaas zelf de saus flink indikt. Maar ik loop op de zaken vooruit. Is alle melk opgenomen door saus dan laat je het nog even inkoken.
Afhankelijk van het recept en uw persoonlijke voorkeur kunt u een dunnere bechamelsaus maken door de hoeveelheid bloem en boter te verminderen tot 1 eetlepel per kopje melk , of een heel dikke bechamelsaus (bijvoorbeeld voor een soufflé of Griekse moussaka) door de hoeveelheid bloem en boter te verhogen tot 3 eetlepels per kopje melk.
De saus kan echter dikker worden wanneer hij afkoelt, dus voeg wat extra melk toe en verwarm de saus zachtjes voordat je hem gebruikt. Waarvoor wordt bechamelsaus gebruikt? Bechamelsaus wordt vaak gebruikt als basis voor sauzen, soepen en ovenschotels.
Dit kan gebeuren als er suikerkristallen aan de zijkanten van de pan ontstaan of als de suikersiroop tijdens het koken te veel wordt gemengd . Pas de temperatuur aan: Als de karamel op een hoog vuur heeft gekookt, waardoor deze kristalliseert of verbrandt, verlaag dan het vuur voor volgende porties.
Voor bechamel roer ik net zolang tot de bloem volledig is opgenomen en dan voeg ik de melk toe. Draai het vuur vervolgens helemaal laag. Voeg een beetje melk toe en blijf in de saus roeren zodat er geen klontjes ontstaan. Zodra de saus wat dikker begint te worden voeg je de rest van de melk toe.
Zo kun je geschifte saus redden
Voeg een scheutje koud water of witte wijn toe en plaats een staafmixer op de bodem van je pannetje. Laat de mixer telkens kort pulseren en herhaal dit tot het vet en de vloeistof weer één saus worden.
Met maïzena (of aardappelzetmeel)
Je maakt eerst een papje van 1 eetlepel zetmeel met 2 eetlepels koud water en dat roer je vervolgens door de warme saus. Even kort koken en je saus wordt direct dikker. Je kunt deze methode gebruiken voor bijvoorbeeld kerriesaus of die zelfgemaakte teriyakisaus in Aziatische gerechten.
Je kunt voor bechamel zowel volle als halfvolle melk gebruiken. Volle melk zorgt wél voor een extra volle smaak..
Voeg maïzena nooit direct toe aan de saus, dan gaat het klonten. Meng een theelepeltje maïzena met een klein scheutje koud water en meng dit glad. Giet dit bij de saus en roer dit direct goed door.
Als het te dik is, voeg dan een beetje meer melk toe. De consistentie voor een goede bechamel moet nappezijn. Breng op smaak zoals je wilt.
Béchamelsaus opnieuw opwarmen
Indien nodig kun je de saus opnieuw opwarmen in een steelpannetje op laag vuur: de béchamel wordt dan weer glad en romig wanneer je het met een garde doorroert. Is je saus te dik? Dan kun je nog een beetje melk toevoegen om de saus vloeibaarder te maken.
De karamelsaus wordt dikker als hij afkoelt. Maar als je vindt dat je saus te dun is, laat hem dan op het fornuis pruttelen tot hij is ingekookt. Als het vocht in de saus verdampt, dikt de saus aanzienlijk in. Je kunt ook een eetlepel maïszetmeel gemengd met water toevoegen.
Voeg vloeistof toe: Probeer een beetje meer water of room toe te voegen indien je karamel is gekristalliseerd. Dit kan helpen om de suiker weer op te lossen en je karamel te redden. 2. Zet het opnieuw op laag vuur: Plaats de pan terug op laag vuur en roer voorzichtig terwijl de suiker smelt.
Je kunt de karamel natuurlijk ook dunner maken door eerder het pannetje van het vuur te halen, dan lijkt het meer op de karamel die je krijgt als je wel het blikje gecondenseerde melk kookt. Is de karamel iets te stevig geworden? Verwarm deze dan even op het vuur, dan wordt hij vanzelf weer zacht.
Bechamelsaus oftewel witte saus is een saus die in veel keukens wordt gebruikt als basissaus, bijvoorbeeld in de Franse en in de Italiaanse keuken.
Zelf bechamelsaus maken is niet moeilijk en je hebt er ook niet veel voor nodig. Het is alleen wel heel belangrijk dat je het goed doet, want als je de bloem niet genoeg laat garen, is het eindresultaat niet lekker.
Heb je klontjes in je saus? Dan heb je waarschijnlijk niet genoeg geroerd. Om een gladde saus te krijgen laat je de roux opdrogen tot het een nootachtige geur heeft. Zorg wel dat het niet te droog is, want hoe droger de roux, hoe meer kans op klontjes.
Het klassieke bechamel recept heeft een verhouding boter, bloem en melk van 1:1:10; een deel roomboter, een deel bloem en 10 delen melk. We gebruiken iets minder boter en bloem, zo verkrijgen we een iets lichtere en vloeibarere saus.
Het binden van een saus is heel simpel en kan door maizena en water toe te voegen of bloem en boter. Al roerend en door kleine beetjes toe te voegen ontstaat er een heerlijke zelfgemaakte gebonden saus of soep.