Een natte, slappe bodem is een veelvoorkomend probleem bij het bakken van appeltaart. Dit komt doordat appels tijdens het bakken veel vocht afgeven dat naar de bodem zakt.
We vermoeden dat de zompige bodem wordt veroorzaakt door het sap van de appels in de taart , en niet door het recept voor de korstdeeg zelf. Zelfs met griesmeel op de bodem van de taart, om het sap op te nemen, bestaat er nog steeds een risico dat het sap in de bodem sijpelt.
Een te hoge oventemperatuur bij het bakken van appeltaart, kan ervoor zorgen dat je deeg erg droog wordt. Dat willen we natuurlijk niet! Bak je taart daarom niet warmer dan 180 graden. Als je taart nog niet gaar is, laat hem dan langer in de oven maar verhoog de temperatuur niet.
1. Hoe maak ik mijn appeltaart extra krokant? Om een extra krokante korst te krijgen, kun je de bovenkant van je appeltaart bestrijken met een mengsel van losgeklopt ei en een beetje suiker voordat de taart de oven in gaat. Dit zorgt voor een mooie glans en een knapperige textuur.
Waarschijnlijk is de oventemperatuur te hoog. Al staat de oven op de juiste stand, er kunnen (vooral bij hele nieuwe en oude ovens) afwijkingen in temperatuur zijn. Dit kun je controleren met een speciale oventhermometer.
Is je deeg te droog, voeg dan beetje bij beetje wat boter of melk toe.
Blind bakken is hét geheim voor een krokante, mooie, goudbruine taartbodem. Eigenlijk houdt het in dat je de taartbodem eerst voorbakt met een steunvulling er in. Dit zorgt ervoor dat je bodem mooi krokant wordt, gelijkmatig gaart en niet teveel rijst zodat er voldoende ruimte overblijft om hem daarna te vullen.
Welke appels mogen niet voor appeltaart? Zachte of erg sappige appels zoals Golden Delicious of Fuji zijn minder geschikt. Ze verliezen snel hun structuur en maken de taart te nat en papperig.
Het kan zijn dat je deeg te droog is, voeg daarom wat meer roomboter toe. Druk de vulling ook goed aan en laat de taart afkoelen voordat je hem aansnijdt. Het deeg is gaar, maar vulling is te nat.
Laat de appeltaart eerst volledig afkoelen in de bakvorm voordat je hem eruit haalt. Dit voorkomt dat je appeltaart breekt of uit elkaar valt. Gebruik een dunne spatel om voorzichtig langs de randen te gaan, en til de taart dan met beide handen uit de vorm of gebruik de losse bodem als je een springvorm hebt.
Heb je geen tijd om de appeltaart volledig op de dag zelf te maken? Dan raden we aan om het deeg alvast van tevoren te maken, want het deeg kun je prima een poosje bewaren. Verpak het deeg in plasticfolie en bewaar het zodoende in de koelkast.
"Appeltaart bak je het beste op 180 graden in de oven", zegt Van den Broek. "Gebruik liever geen hete lucht, dat werkt als een föhn en is te agressief. Zet de oven op onder- en bovenwarmte." De taart in zijn geheel wat lager zetten helpt tevens om de bodem beter gaar te krijgen.
Appeltaartdeeg dat plakt
Bij appeltaartdeeg ligt het probleem meestal aan de temperatuur van je vetten. Boter en margarine moeten koud blijven tijdens het maken van het deeg. Worden ze te warm dan wordt het deeg zacht en plakkerig. Dit gebeurt als je het deeg te lang kneed.
Kneed met de hand het kruimelige deeg tot een samenhangende deegbal. Druk de bal plat, verpak in vershoudfolie en leg 1 uur in de koelkast. Het deeg moet rusten, zodat het stevig wordt.
Om een vochtige bodem van de appeltaart te voorkomen, strooi ik altijd wat paneermeel op de bodem voordat ik de appelvulling erin doe. Maar er zijn meer manieren waarop dat kan, zo is het ook erg lekker om 1-2 eetlepels custardpoeder door de appelplakjes te mengen voordat ze in de vorm gaan.
De vijf soorten appels die zorgen voor de lekkerste appeltaart zijn: Elstar, Goudrenetten, Jonagold, Granny Smith en Cox Orange. Bij het maken van een appeltaart is het namelijk belangrijk dat de appel niet te vochtig is, zodat de appel zijn stevigheid behoudt na het bakken.
Pink Lady. Ook de geurige Pink Lady appel blijft mooi stevig in appeltaart. De smaak is wel vrij zoet, dus gebruik 'm eventueel in combinatie met een iets frissere appel.
Prik gaatjes in de bodem: Dit voorkomt luchtbellen die tijdens het bakken kunnen ontstaan, waardoor de bodem zou kunnen opbollen of ongelijkmatig kan bakken. Gebruik een zware steunvulling: Bakbonen, gedroogde peulvruchten of rijst werken goed om het deeg op zijn plek te houden.
Bestrijk de bodem eerst met wat losgeklopt ei. Tijdens het bakken stolt het ei en voorkomt het dat vocht in de bodem trekt. Bestrooi de bodem eerst met wat paneermeel of panko. Dat neemt vocht uit je vulling op.
Voor een goed brood met een knapperige korst is deeg met voldoende vocht erin belangrijk. Het water in het deeg verdampt tijdens het bakken en de stoom die dan in het brood ontstaat zorgt voor een luchtige binnenkant en een knapperige korst.
De consistentie van uw deeg hangt af van de verhouding tussen het vocht en de bloem, de temperatuur en de gebruikte technieken. Plakkerig deeg ontstaat meestal door een te hoge hydratatie, onvoldoende kneden of het gebruik van te warme ingrediënten.
Deeg is te droog
Door de warmte van je handen wordt de boter zachter en kneed je het deeg eenvoudig tot een mooie bal. Blijft het nu ook nog te droog? Voeg dan eens een klein beetje boter toe. Dit gaat het snelst door je handen in te vetten en het deeg door te kneden.
Vliesje trekken
Na goed lang en stevig kneden ontstaat er een heel soepel deeg. Je kunt controleren of je deeg goed is door te controleren of je er een vliesje van kunt trekken. Neem een stukje deeg en trek dat voorzichtig uit, het is goed als er een soort vliesje ontstaat dat steeds transparanter wordt.