Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen kun je ze best op een koele, donkere en droge plaats bewaren. Ga je de aardappel met uitlopers toch niet meer opeten? Plant hem dan om nieuwe aardappelen te kweken.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
Kortom, ja, gekiemde aardappelen zijn meestal veilig om te eten. Maar je zult die kleine uitgroeisels wel willen verwijderen voordat je de aardappelen kookt .
Hoe kan je voorkomen dat een aardappel begint te kiemen? Dat kun je voorkomen door de aardappelen in het donker en op een koele plaats te bewaren en er een appel tussen te leggen. Haal de aardappelen uit de plasticverpakking en leg ze open in een kratje van hout of karton.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
Bewaar je aardappelen op een koele, donkere en vorstvrije plek. Ideaal is een temperatuur tussen 4 en 8 °C. Zorg dat je aardappelen droog blijven. Vocht versnelt het kiemproces en kan rot veroorzaken.
Gebruik geventileerde bakken of jutezakken om luchtcirculatie te bevorderen en vochtophoping te vermijden. Droog de aardappelen na de oogst goed. Controleer regelmatig op rotte knollen en verwijder ze meteen. Voor langdurige opslag kun je aardappelen inmaken met water, zout en kruiden in glazen potten.
Uitlopers (of scheuten) ontstaan wanneer je een aardappel te lang of te warm bewaart. Als je aardappel uitlopers heeft, hoef je die niet meteen weg te gooien. Het is voldoende om de uitlopers te verwijderen en de ogen rond de uitlopers weg te snijden.
Om de aardappelen (deels) kiemvrij te houden, kan je tijdens het groeiseizoen maleïnehydrazide of MH (Fazor, Itcan, Crown, Himalaya, Magna) toepassen. Zo komen de aardappelen na de oogst minder kiemlustig de schuur in.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Schil aardappels tot 24 uur van tevoren en bewaar in stukken afgedekt in water in de koelkast of – als het niet vriest – buiten! Kook ze voor het serveren in vers water met zout in 15-20 min. gaar. Van tevoren koken en weer opwarmen levert weinig tijdwinst op.
Verwerk ze in een tortilla, quiche, frittata, soep…
Bovendien kan je hier ook andere restjes in kwijt. Verwerk er bijvoorbeeld dat restje witloof, paprika of tomaat in. Ook lekker met wat spek en wat kaas. Maak er nog een fris slaatje bij, et voilà: er staat een heerlijke maaltijd op tafel!
Om een mooie aardappelplant te bekomen, zet je een aardappel met uitlopers in de grond. Die uitlopers worden het begin van je nieuwe plant. Wanneer je de uitgelopen aardappel met aarde bedekt en water geeft, groeit hij vanzelf naar het licht.
Dat het zakje wat bol staat, wil niet zeggen dat de groente bedorven zijn. De verpakking kan opbollen omdat er een beschermend luchtmengsel in het zakje is gedaan. Dat is niet gevaarlijk of schadelijk, het houdt juist de groente langer vers.
De witte stipjes heten lenticellen. Zie ze als ademhalingsporiën. Alle aardappels hebben lenticellen om de luchtuitwisseling te bevorderen, zuurstof erin, koolstofdioxide eruit, maar als ze zich ontwikkelen in grond die iets te nat blijft, zwellen de lenticellen om meer uitwisseling mogelijk te maken.
De uitlopers zelf kun je beter niet opeten. In de uitlopers zit namelijk het giftige stofje solanine, waarmee de aardappel beschermd wordt tegen schimmels en insecten. Maar geen nood, als je ze er goed afsnijdt is er niks aan de hand. Van dit stofje kun je overigens flink buikpijn, diarree of koorts krijgen.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Opzetten in kokend water zorgt ervoor dat de kooktijd verkort wordt, en hoe korter de bereidingstijd, hoe meer behoud van vitaminen. Ook als je bijvoorbeeld plakjes aardappelen wilt koken voor een ovenschotel, kun je dat beter doen in warm water gedurende enkele minuten.
Gelukkig kun je uitgelopen aardappels nog gewoon eten, dus weggooien is niet nodig. Ze zijn als ze gekiemd zijn vaak wel wat taaier en bevatten minder vitamines. De solanine zit met name in de uitlopers, als je die ruim wegsnijdt is er niets aan de hand.
Vanaf november rem je de kieming door ook koel te bewaren, bij voorkeur tussen 4° C en 8° C. Controleer maandelijks jouw aardappelen en breek alle scheuten af. Behalve koel moet jouw bewaarplaats ook nog steeds luchtig, donker en droog zijn. Door contact met licht ontwikkelen de knollen het giftige solanine.
Chloorprofam is een middel dat o.a. wordt gebruikt om de scheutvorming bij aardappelen tijdens de bewaring tegen te gaan.
Uitlopers voorkomen
Hiervoor is het belangrijk dat je de aardappelen op een koele en donkere plek plaatst. Denk bijvoorbeeld aan een schuur of kelder. Ook is het verstandig om ze in een open kom, bak of papieren zak te bewaren. Als je je aardappelen een beetje lucht geeft, blijven ze langer goed.
Voor een goede bewaring is het belangrijk dat de aardappelen goed drogen en er een goede wondheling plaatsvindt. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht, dus houd in het begin de temperatuur relatief hoog (gemiddeld 13,5 °C).
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.