Het geheim van heerlijke pannenkoeken ligt in het maken van het perfecte beslag. Wist je dat je het pannenkoekenbeslag al de avond of zelfs een dag van tevoren kunt maken? Sterker nog, het beslag wordt alleen maar lekkerder als het even kan rusten!
Laat je pannenkoekenbeslag wel niet te lang op kamertemperatuur staan, want in het beslag zitten eieren en melk, die zich nu eenmaal beter voelen in een frisse koelkast dan op een warm aanrecht. Kortom: ja, je kunt pannenkoekenbeslag gerust op voorhand maken en je doet er zelfs goed aan.
Als je goede pannenkoeken wilt bakken, is mijn allerbeste advies om het beslag de avond ervoor te maken . Zo kunnen de gluten in het beslag ontspannen (waardoor je luchtigere pannenkoeken krijgt) en bespaar je 's ochtends enorm veel tijd (en schoonmaakwerk). Het is echt een vrij eenvoudig proces.
We raden het niet aan om cakebeslag van tevoren te maken of eventjes te bewaren. Tijdens het bewaren ervan, zul je al snel merken dat de kwaliteit van het beslag achteruit gaat.
Beslag gekoeld bewaren
7 graden) voor maximaal 2 dagen en gekoeld (max. 4 graden) bij 3 dagen bewaard mag worden. Beslag voor pannenkoeken en andere zoete snacks bevatten vaak één of meerdere rijsmiddelen. Rijsmiddelen zorgen voor een luchtig eindproduct en zijn vaak onmisbaar.
Over het algemeen geldt: Je pannenkoekenbeslag een uurtje laten rusten loont, want ze worden er gladder van en de belletjes verdwijnen.
De klassieke verhouding voor pannenkoekenbeslag is, 500 ml melk, 250 gram bloem, 2-3 eieren en een snufje zout. Oftewel de volgende verhouding: 2 delen melk, 1 deel bloem en 0,5 deel eieren plus een beetje zout.
PANNENKOEKENBESLAG BEWAREN
Pannenkoekenbeslag blijft één dag goed in de koelkast. Een handige tip is om het beslag in een shakebeker te bewaren. Zo kun je het, voordat je het gaat bakken, nog even goed door elkaar schudden, zodat alles weer goed gemixt is.
Hoe langer het deeg rust, hoe beter het resultaat. Ik mag zelf het deeg graag al een dag van tevoren maken. Zeker bij bijvoorbeeld speculaas of gingerbread koekjes, de smaak wordt dan zoveel lekkerder.
Deeg over (ongebakken, gerezen of blindgebakken)? Verpak het ongebakken of gerezen deeg in vershoudfolie en bewaar het simpelweg extra maanden in de vriezer. Voor gerezen deeg geldt dat het bij een temperatuur warmer dan 7 °C weer opnieuw gaat rijzen.
Niets kan een vers gebakken pannenkoek evenaren. Als je ze toch op voorhand bakt, warm ze dan rustig op in de microgolfoven (magnetron), onder huishoudfolie, op een middelmatige hitte, zo'n 15 pannenkoeken per keer. Warm ze niet in de oven op, daarvan drogen ze uit.
Je beslag moet mooi kunnen vloeien om de bodem van je pan te bedekken. Is het te dun, dan gaat dit te snel en wordt de pannenkoek al bruin bij het verdelen van het beslag. Te dik beslag gaart niet zo goed; de bodem wordt te bruin, terwijl de bovenkant niet droog wil worden (zodat je het niet kunt draaien).
Dit kun je nog meer maken met pannenkoekenmix
Voeg aan de mix wat melk, een ei en een beetje gesmolten boter toe. Bak het beslag in een wafelijzer (dit wafelijzer komt heel goed uit de test) en serveer met vers fruit, slagroom of een lik honing. Ideaal voor een uitgebreid ontbijt of als zoete snack.
Je kan zowel het beslag als de gebakken pannenkoeken in de diepvries bewaren. Wanneer je pannenkoeken invriest, zorg er dan voor dat je stapeltje goed van de buitenlucht is afgesloten door het in te pakken in cellofaan. Beslag kan je even goed in een plastic potje met een goed afsluitbaar deksel invriezen.
Ja, bewaar gebakken pannenkoeken ongeveer twee dagen in de koelkast. Wikkel het bord met de pannenkoeken in vershoudfolie, anders drogen de pannenkoeken iets uit. In de diepvries blijft een pannenkoek ongeveer 3 weken goed, maar de kwaliteit loopt wel terug.
Bewaartip voor dit product Laat restjes altijd snel afkoelen en zet ze goed afgesloten in de koelkast of vriezer. Laat restjes niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan.
Taartdeeg. Of je nu zanddeeg, kruimeldeeg of ander taartdeeg maakt, het deeg laten rusten zorgt ervoor dat het makkelijker uit te rollen is doordat de boter terug wat opstijft. Geduld hebben is belangrijk, want het deeg laten rusten zorgt er ook voor dat het niet krimpt bij het bakken.
Tijdens het koelen droogt het koekjesdeeg geleidelijk uit. Dit resulteert in geconcentreerde smaken. Naast smaak, zal het suikergehalte zich ook concentreren waardoor de koekjes bruiner en knapperiger worden. Mocht je alvast vooruit willen werken met bakken: koekjesdeeg kun je 1 week in de koelkast bewaren.
Minstens 24 uur of langer geeft veruit het lekkerste resultaat, sommige pizzaiolo's laten hun deeg zelfs meerdere dagen staan bij een lage temperatuur (liefst koeling). Maar als je minder tijd hebt kies je dus een kortere rijstijd en de hoeveelheid gist die hierbij hoort.
Het geheim van heerlijke pannenkoeken ligt in het maken van het perfecte beslag. Wist je dat je het pannenkoekenbeslag al de avond of zelfs een dag van tevoren kunt maken? Sterker nog, het beslag wordt alleen maar lekkerder als het even kan rusten!
Laat het beslag even rusten. Lastig als je maag rommelt, maar je pannenkoeken worden er echt lekkerder door. Vijf minuten laten rusten is al goed, maar een half uur is nog beter.
Door goed te schudden ontstaat er weer een glad beslag. Als je het pannenkoekbeslag toch wilt bewaren, zet het in de koelkast. Het blijft dan 24 uur goed.
Je kunt pannenkoekenbeslag absoluut van tevoren maken en het gewoon voor de ochtend bewaren. Ik zou het niet dagenlang bewaren, maar je kunt het zeker de avond ervoor doen.
Maar wat de meesten wel weten, is dat er op twee februari wordt gesmuld van lekkere pannenkoeken. Een eeuwenoud gezegde luidt immers: "Op twee februari is geen vrouwtje zo arm, of ze maakt haar pannetje warm". Door pannenkoeken te bakken werd vroeger de overschot van de bloem opgemaakt voor de nieuwe oogst.
Eieren in pannenkoekenbeslag zorgen ervoor dat het beslag lekker luchtig wordt, en dat je een beslag krijgt met een beetje binding. Maar ze zijn niet noodzakelijk als je pannenkoeken wilt bakken. Pannenkoeken zonder ei zullen dus een beetje minder luchtig zijn en ook een beetje anders smaken.