Praktische trucjes om de juiste hoeveelheid te meten Hier zijn een paar praktische manieren om pasta te meten zonder weegschaal: Een handvol droge spaghetti met een diameter van ongeveer 2 cm is een portie voor 1 persoon. Voor korte pasta zoals penne of farfalle kun je ongeveer een kom (250 ml) vullen voor 2 personen.
Kook jij vanavond een heerlijk pastagerecht? Reken dan ongeveer 80 tot 100 gram ongekookte pasta per persoon. Voor kleinere eters, zoals kinderen en tieners, kun je ongeveer 50 tot 75 gram ongekookte pasta rekenen.
Als u pasta als hoofdgerecht serveert, raden wij de volgende hoeveelheden aan: 100 g gedroogde pasta per persoon. 120 g verse pasta per persoon .
Je kunt spaghetti ook met de hand meten, je krijgt dan een iets grovere hoeveelheid, maar toch handig als je geen spaghettimeter of plastic flesje in huis hebt. Als vuistregel kun je dan aanhouden dat de hoeveelheid die tussen de top van je duim en wijsvinger past, voldoende is voor één volwassene.
Reken erop dat 100 gram droge pasta ongeveer 200 tot 250 gram gekookte pasta oplevert. Dat staat gelijk aan één flink bord.
De aanbevolen portie pasta is 56 gram ongekookte pasta, wat overeenkomt met ongeveer 200 gram gekookte pasta . Voor een gedetailleerde omrekening van droge versus gekookte pasta, zie onze omrekeningstabel in de FAQ over het meten van pasta.
De portiegrootte is een belangrijke factor voor een gezonde voeding. Die 57 gram is wat de voedingswaarde-etiketten op verpakkingen van gedroogde pasta als één portie beschouwen. Gekookt komt het neer op ongeveer 1 kopje – en veel mensen vinden het gierig.
Een standaard portie droge pasta is meestal 75 gram per persoon. Dit komt overeen met ongeveer 1/4 kopje droge pasta. Hoeveel gram is een portie pasta als het gekookt is? 75 gram droge pasta levert meestal ongeveer 150 gram gekookte pasta op, wat gelijkstaat aan ongeveer 2/3 kopje gekookte pasta.
Meet spaghetti, fettuccine, spaghettini, capellini, fedelini of vermicelli af met je hand. Plaats een bosje spaghetti tussen je duim en wijsvinger . 1 portie pasta, oftewel 57 gram, komt overeen met een bosje pasta tussen je vingers met een diameter van 24,26 mm.
Een veelgebruikte techniek is het gebruik van een maatbeker . Een kopje spaghetti is bijvoorbeeld meestal goed voor ongeveer twee porties.
Een enkele portie pasta is doorgaans ongeveer 60 gram droge pasta – wat neerkomt op ongeveer een kopje gekookte pasta. Het afmeten van 60 gram droge pasta kan lastig zijn bij kleinere pastavormen zoals vlinderdas en macaroni.
Voor alle onderstaande vormen, behalve de gevulde varianten (ravioli en tortellini), is de aanbeveling om te beginnen met 100 gram droge pasta per persoon. Dit levert 1,5 tot 1,75 kopje gekookte pasta per portie op. Voor ravioli en tortellini gebruikt u 150 gram verse pasta per persoon, wat neerkomt op 1,75 tot 2 kopjes gekookte pasta.
Kook je pasta voor 2 personen, dan heb je ongeveer 2 liter nodig en kook je pasta voor het hele gezin en heb je ongeveer 500 gram pasta nodig, dan gebruik je 5 liter water. Ook bij het koken van pasta kun je een theelepeltje zout aan het water toevoegen zodra het water kookt.
Andere soorten pasta afmeten
Voor pastasoorten zoals fusilli, penne of farfalle kun je een koffiekopje (250 ml) gebruiken: Kleine pastasoorten: Vul het kopje tot ongeveer driekwart. Dit is 75-85 gram, genoeg voor één portie. Grote pastasoorten: Vul het kopje iets minder vol, omdat deze zwaarder zijn.
Als je pasta als bijgerecht serveert, reken dan op 50-60 gram droge pasta per persoon. Dit is ongeveer de helft van een hoofdgerecht portie.
Het voedingscentrum raadt 100 tot 125 gram ongekookte pasta p.p. aan. Dat is ongeveer tussen de 200 en 300 gram gekookt. Nog best een grote hoeveelheid.
Pasta, in gematigde porties en als onderdeel van een dieet dat rijk is aan groenten, fruit, magere eiwitten en gezonde vetten, kan zeker deel uitmaken van een gezond dieet. Met andere woorden, pasta en koolhydraten kunnen gezond zijn, als je ze op de juiste manier eet.
Reken voor het hoofdgerecht ongeveer 75 gram vlees, vis of vega product, 150 tot 200 gram groente en 150 gram aardappelen, rijst of pasta. Wat je ook als voor- en hoofdgerecht serveert: ruimte voor het toetje is er altijd. Maar overdrijf niet en houd een hoeveelheid van 100 tot 125 gram per persoon aan.
Reken gemiddeld op zo'n 100 gr droge pasta per persoon. Voor kinderen voorzie je best iets minder, zo'n 80 gr per persoon. En voor grote eters neem je je voorzorgen en voorzie je rond 120 gr per persoon.
De juiste hoeveelheid pasta
Wanneer je een hoofdgerecht voor volwassenen bereidt, raden we aan om tussen de 80 en 100 gram pasta per persoon te gebruiken. Kook je voor kinderen of dient de pasta als voorgerecht?
Voor aardappels, pasta en rijst kun je heel gemakkelijk uitrekenen wat het verschil is tussen het ongekookte en gekookte gewicht: Aardappelen: ongekookt 100 gram = gekookt 110 gram (x 1,1) Pasta: ongekookt 100 gram = gekookt 250 gram (x 2,5) Rijst: ongekookt 100 gram = gekookt 295 gram (x 2,95)
De eenvoudigste manier is vertrekken van de hoeveelheid pasta. Een doorsnee portie droge pasta is zo'n 100 gram per persoon. Voor grote eters voorzie je 125 gram ongekookte pasta, voor kinderen zo'n 80 gram. Italiaanse recepten (of verpakkingen) vermelden vaak kleinere porties.
De kracht van het kookwater
Wel, pastawater zit vol restjeszout en zetmeel van de pasta die je erin kookte. Als je dat water toevoegt aan de pan waarin je je pasta afwerkt én waarin zich een vet – olijfolie of boter – bevindt, ontstaat er een emulsificatie (of culinaire magie).