Brood was in de middeleeuwen een essentieel onderdeel van de maaltijden. Welgestelde mensen aten tarwebrood. Het leek op ons wittebrood en werd 'herenbrood' genoemd. Het brood van de gewone man was gemaakt van rogge en gerst, maar ook van haver, gierst, spelt, emmertarwe, en vanaf de 15e eeuw ook boekweit.
Ongezuurd brood was brood dat niet mocht rijzen. Het had een vlak uiterlijk en werd vaak gebruikt als een plank of bord tijdens de maaltijden. Gezuurd brood werd geproduceerd wanneer brooddeeg mocht rijzen en verhit in een oven. Ongezuurd brood werd gemaakt door het op de gloeiende as van een vuur te leggen.
Het werd gemaakt door granen, zoals tarwe, gierst of gerst, tot meel te malen. Vervolgens werd het gekneed met een vloeistof, eventueel met toevoeging van gist om het deeg te laten rijzen en luchtiger te maken, en ten slotte werd het gebakken .
Ook het woord aardappel lag al klaar van in de middeleeuwen, toen de knol in 1565 uit Peru naar Europa werd gebracht.
Van brood met vet tot brood met jam.
Je kent de oude afbeeldingen wel: een volle herberg met vaten bier en hompen brood en stillevens met mooie stukken brood, vlees en kaas. Brood was iets wat je erbij at en het beleggen ervan kwam pas veel later. Onno geeft aan dat we ons brood vroeger vaak alleen met wat vet aten.
Brood vormde het hoofdvoedsel, gevolgd door andere graanproducten, zoals pap. Vlees was prestigieuzer en duurder dan graan of groente. De adel liet bij speciale gelegenheden een beer (mannelijk varken) slachten. Als smaakmakers werden verjus, wijn en azijn gebruikt.
Het dieet van de vroegste mensachtigen leek waarschijnlijk enigszins op het dieet van moderne chimpansees: omnivoor, inclusief grote hoeveelheden fruit, bladeren, bloemen, schors, insecten en vlees (zie bijvoorbeeld Andrews & Martin 1991; Milton 1999; Watts 2008).
Wit tarwebrood, roggebrood, roggebrood met krenten, gekookte hesp, hoofdvlees, kaas, gekookt ei, honing, mosterd, smout met kaantjes en boter. Croissant, boterkoek, wit tarwebroodje, platte kaas met witte of bruine suiker, drie soorten confituur, paté en zwarte chocolade.
Als gevolg van deze excessen kwam obesitas veel voor onder de hogere klassen . Vooral monniken leden vaak aan aandoeningen die vaker voorkwamen bij zwaarlijvige mensen, zoals artritis.
Ondanks enige gebrekkige logica was de middeleeuwse benadering van voedselconservering effectief om mensen door de lange wintermaanden heen te helpen. Zouten, roken, drogen, inmaken en het gebruik van natuurlijke suikers waren allemaal essentiële technieken die een constante voedselvoorziening garandeerden tot de lente aanbrak.
Turkse archeologen vinden met 8.600 jaar oude 'deegbol' oudste brood ooit. Archeologen in Turkije zeggen dat ze het oudste brood ter wereld hebben gevonden. Het stuk deeg zou dateren uit het jaar 6.600 voor Christus. De vondst werd gedaan in Çatalhöyük in de Zuid-Turkse provincie Konya.
Zo'n van hout gebouwde boerderij was in de vroege middeleeuwen een leefgemeenschap op zich. De leefomstandigheden waren, vergeleken met nu, erg slecht. De meeste boerenwoningen hadden ook maar één vertrek. Koken en verwarmen deed men met een open vuur, waarvan de rook door een gat in het dak werd afgevoerd.
Egypte wordt meestal aangeduid als de oorsprong van gerezen brood. De eerste broden werden gemaakt door spontane fermentatie, net zoals bij het eerste bier. Het bewust gebruiken van zogenaamde 'starters', gist, zuurdesem of bier, kwam later. Archeologisch is aangetoond dat brood ouder is dan de landbouw.
De middeleeuwen – ontdekking van destilleren
Bier was vooral in de steden een belangrijke drank, bij gebrek aan schoon drinkwater. Het alcoholpromillage was laag, zo'n 2 à 3 procent. Ook in kloosters en abdijen werd bier gebrouwen.
Koken deed men lange tijd op een open vuur. Er werd een ketel van metaal boven het vuur gehangen, of er werd een grape bij het brandende hout/kolen gezet. Men kookte zo eenpansgerechten. De vuurplaats was in eerste instantie vaak in het midden van de ruimte, zodat deze werd mee verwarmd.
Romeins brood
Desondanks werd het bakken met zuurdesem al snel populair en nam het de rol als basisvoedsel over van puls (graanpap). Brood werd in de Romeinse tijd van diverse granen gemaakt, maar voornamelijk van spelt en tarwe.
Rond 1900 ligt de gemiddelde levensverwachting rond de 44 jaar, in de Middeleeuwen rond de 30 jaar.
Man en vrouw waren partners en moesten Adam en Eva weerspiegelen. Huwelijken in elite families werden ook gebruikt om misbruik te maken van macht en geweld. Hoewel vrouwen zich moesten onderwerpen aan het gezag van hun man, hadden vrouwen nog steeds rechten in hun huwelijk.
In de vroege middeleeuwen is er nog geen Nederlandse standaardtaal, maar spreken de inwoners van de Lage Landen allerlei verschillende dialecten, zoals Oudfries, Oudsaksisch en Oudnederlands.
Het drinken van bier, een statussymbool
Hoewel men dus niet uitsluitend bier dronk, werden bier en water veelvuldig naast elkaar gedronken. Dat had niet zozeer te maken met de waterkwaliteit, maar meer met de status die werd toegekend aan het drinken van bier.
Keuken van de armen
De armen stookten met hout. Als men onvoldoende graan had voor het brood, dan maakte men (afhankelijk van het seizoen) broodpap met tamme kastanjes. De armen hadden vaak een lepel op hun hoed, dan konden ze meteen eten wanneer dat mogelijk was.
Ontbijt is de eerste maaltijd van de dag, meestal 's ochtends gegeten. Het woord verwijst in het Engels naar het verbreken van de vastenperiode van de vorige nacht. Er bestaan verschillende "typische" of "traditionele" ontbijtmenu's, waarbij de voedselkeuzes per regio en traditie wereldwijd variëren.
Onderzoek laat zien dat de oermens een alleseter was en in die tijd moest eten wat voorhanden was; fruit, vis, vlees en noten. Maar het voedsel waarop al onze voorouders konden terugvallen waren knollen en wortels, die net als granen, veel zetmeel bevatten en daarmee energie leveren.
Wij denken dat de vroege mensen in Kanjera waarschijnlijk al twee miljoen jaar geleden toegang hadden tot kleine dieren, zoals gazellen ter grootte van een geit .