Het gaat bij prei allemaal niet zo snel, dus zorg dat je het zaaibed goed onkruidvrij houdt. Je kunt prei ook gewoon ter plaatse in de tuin dun zaaien en een beetje uitdunnen zonder te verplanten. Zo win je al snel een week of twee. De planten kun je dan aanaarden zodat je onderaan een witte stengel krijgt.
Plant de preiplanten in een plantgat van ± 20 cm op een afstand van 10-15 cm in de rijen en 30-40 cm tussen de rijen. Zorg dat het hart van de plant nog net boven de grond uitkomt. Direct na het planten giet je de prei aan met water. Je hoeft de gaten niet dicht te maken, weer en wind doen dit voor jou.
Als je prei om en om oogst , kun je de rest laten groeien. Late rassen kunnen de hele winter en lente in de grond blijven – oogst ze gewoon wanneer nodig. Vorst kan de smaak zelfs zoeter maken.
Prei twee keer oogsten
Oogst je prei niet door die uit de grond te trekken, maar knip de prei met een snoeischaar vlak boven de wortels af. Wat je zo aan wortels en stomp in de grond achterlaat, groeit na enkele weken opnieuw uit tot een oogstbare prei.
De basis voor dikke prei: de juiste start
Prei houdt van een vruchtbare, goed doorlatende grond. Zorg voor een losse structuur, zodat de wortels zich goed kunnen ontwikkelen. Werk voor het planten voldoende compost of organische mest door de grond. Dit zorgt voor een rijke bodem, essentieel voor dikke prei.
Voor het planten van prei kan je koemestkorrels en compost gebruiken om de bodem los te maken. De structuur zorgt ervoor dat de wortels van prei makkelijker kunnen groeien.
Planten toppen als manier om te snoeien
Zaailingen kunnen anders opgroeien tot één enkele opgaande scheut. Door deze af te knippen, dus te toppen, vormt de plant sneller zijtakken. Bij jonge zachte planten kan toppen door met de vingers de scheut weg te knijpen.
Hoe prei planten
De gaten mogen niet dieper zijn dan het witte gedeelte van de preiplanten. De kop van de prei moet uit de grond blijven steken. Zomerprei wordt ongeveer 7 cm diep geplant, herfst- en winterprei 15 cm diep. Steek de preiplanten één voor één in de voorziene plantgaten.
Heb je aan de late gezaaid en uitgeplant, kan het zijn dat je prei voor de winter nog te klein is. Geen nood, na de winter groeit de prei weer verder en heb je heel vroeg op het seizoen nog winterprei. Prei kan worden voorgezaaid in een bak onder glas, wat vooral handig is in de vroege teelt.
Er moet toegang zijn van lucht en het moet goed vochthoudend zijn. Een prei groeit het beste op grond die diep losgemaakt is. De wortels van de prei zitten in de bovenste 25 centimeter voor 65% in de grond. Daarna krijg je een laag van 25% die tussen de 25 en 50 centimeter diep in de grond zit.
Je oogst de winterprei wel het best tegen april, anders kan ze beginnen doorschieten. Dan komt de prei in bloei, en krijg je een harde kern in de steel. Voor de overige maanden kan je zomerprei of herfstprei planten.
Om preiplanten succesvol te telen zal je de prei regelmatig moeten bemesten met mest met een hoog stikstofgehalte.
Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
Je kunt prei een langere tijd zaaien. Zo kunnen we bijvoorbeeld prei zaaien binnen (voorzaaien) vanaf januari of februari. Omdat prei in het begin erg traag groeit, kan het al die tijd in de vensterbank blijven staan. Net zo lang tot je het kunt gaan uitplanten.
Uitplanten van prei
Bij het uitplanten maak je een geul van ongeveer 15 centimeter diep. Dit doe je bij elke soort. Je zet de plant in de geul, en na verloop van tijd schuif je steeds meer aarde aan de voet van de prei. Dit heet aanaarden en dat doe je ongeveer een keer per week – het komt niet zo precies.
Zodra de jonge zaailingen de dikte hebben van een potlood moeten ze worden overgeplant op een andere plek. Knip ongeveer 1/3 van het bovenste, groene gedeelte van het plantje af en ongeveer 1/3 van de wortels aan de onderkant. Dit om de groei van de wortels te stimuleren.
Licht & ruimte: Prei groeit het beste in de volle zon. Voedzame, losse grond: Gebruik humusrijke en goed doorlatende grond. Afstand: Houd 10-15 cm tussen de planten en 30 cm tussen de rijen.
Door rond de 3e week van de bloei, wanneer de eerste topjes goed zichtbaar worden, het bovenste plukje van je toppen, zo'n drie millimeter, weg te knippen. Jawel, weg te knippen. De toppen worden niet alleen dikker, maar zullen ook nog eens meer trichomen bevatten. Probeer het maar eens uit op één van je wietplanten.
Niet boven een knoop snoeien
Knip altijd net boven zo'n knoop. Dat voorkomt dat het uitsteeksel dat overblijft afsterft, waardoor ziektes kunnen binnendringen. Deze snoeifout voorkomen: Laat niet meer dan 1 cm boven de knoop achter om afstervende uitsteeksels te voorkomen.
Oogsten – Het knippen van de toppen
Knip al het blad rondom de toppen weg net zo lang totdat je een mooie egale top overhoudt. Bij het wegknippen van het uitstekende blad laat je ongeveer een halve centimeter tot een centimeter blad zitten, dit droogt namelijk in en zit meestal vol met THC.
Veel kalk nodig (1-1,5 kg/10 m²):
Bladgroenten, zoals sla, spinazie, selder, veldsla, peterselie, prei …
Zaai prei in het voorjaar, eind maart tot begin mei. Je kunt in een bak onder glas voorzaaien, maar gewoon buiten op een mooi, licht en vochthoudend stukje grond kan het ook. Zaai dun, zodat de jonge plantjes voldoende ruimte hebben om na enkele weken te kiemen.