“Maak de korst van het brood een beetje vochtig en warm het 5 à 10 minuten op in de voorverwarmde oven, op 180°C. Voor broodjes of stokbrood is 5 minuten al voldoende. Het vocht verdampt en de korst wordt weer krokant.”
Het geheim van een knapperig korstje zit 'm in voldoende stoom, de baktijd en -temperatuur. Stoom vormt de korst in het begin van de baktijd. Daarna wordt ze extra knapperig tijdens het bakken.
Haal het brood na het bakken uit de bakplaat/steen en leg het op het ovenrooster. Zet de oven uit, laat het brood erin staan en zet de ovendeur 40-60 minuten op een kier . Zo kan het vocht in het brood ontsnappen en drogen in de warme lucht, waardoor de korst extra knapperig wordt.
Dit komt door een te warm deeg en een te warme narijs. Hierdoor droogt het deeg uit en is er vochtverlies. Tijdens het bakken is er ook meer verdamping van vocht. Het gevolg is dat het brood binnenin te droog is, hierdoor wordt het vocht uit de korst gezogen en komt ze los van het brood.
De korst van een gebakken brood is vrij dof van kleur. Wanneer je deze bestrijkt met water, of zoals wij dat doen, met een plantenspuit in de nevelstand lekker nat spuit krijgt het brood ineens wat glans. Ook wordt de kleur een stuk dieper. Als bonus krijgt de korst extra geur.
Te veel stoom aan het begin van het bakproces leidt vaak tot een taaie bovenkorst. Wanneer een brood sterk glanst, kan dit erop wijzen dat de bovenkorst taai is. Te veel water bij het wassen/sproeien van de bovenkorst na het bakken versterkt dit effect. Bij teveel stoom slaat de korst 'dicht'.
De truc is om het brood even 'op te piepen in de oven'. Dit doe je door het brood te besprenkelen met water en voor 5 minuten in een voorverwarmde oven van 200 graden celsius opnieuw af te bakken. Op deze manier wordt de korst weer lekker krokant en de binnenkant zacht.
Broden met een hogere hydratatie houden tijdens het bakken meer vocht vast, wat zorgt voor een stoomrijke omgeving in de oven. Die stoom helpt om een knapperige, glanzende korst te vormen en voorkomt dat het brood te snel uitdroogt.
Dit doen we door het paneermeel over het gerecht te verdelen en een aantal blokjes boter toe te voegen. Vervolgens gaat de schaal de oven in tot er een mooie, krokante korst ontstaat. Hetzelfde doen we met wat kaas op een toastje. Strooi de kaas op het toastje en zet het in de oven tot de kaas gesmolten is.
Als het brood afkoelt, ontsnapt het vocht dat nog in het brood zit door de korst als stoom en hierdoor wordt het zachter. Je kunt helpen dit te voorkomen door het watergehalte van het brood te verminderen. Je kunt dan de resultaten evalueren en het water aanpassen.
De broodkorst onstaat door een scheikundige reactie
Door de hitte verdampt veel water aan de oppervlakte van het brood. Tijdens het verdampen blijft de oppervlaktetemperatuur van het brood redelijk koel. Maar zodra de korst uitdroogt, stijgt de temperatuur snel boven de 100 ℃.
Tijdens het bakken wordt het oppervlak van het brood bruin en krijgt brood een lekker knapperig korstje. Dit bruinen komt door de zogenaamde Maillard-reactie. Dat is een scheikundige reactie die optreedt tussen zetmeel/suikers en eiwitten.
Voor een goed brood met een knapperige korst is deeg met voldoende vocht erin belangrijk. Het water in het deeg verdampt tijdens het bakken en de stoom die dan in het brood ontstaat zorgt voor een luchtige binnenkant en een knapperige korst.
Maak het brood een beetje nat, schuif het 5 minuten in een voorverwarmde (200 °C) oven en het brood heeft weer een lekkere krokante korst. Eet dit brood wel dezelfde dag op, want nadien droogt het wel snel uit.
Een te hoge temperatuur (boven 240 graden) kan er juist voor zorgen dat de korst te snel bruin wordt, terwijl de binnenkant nog niet gaar is. Over het algemeen bakt u de meeste broden het best tussen 200 en 230°C, afhankelijk van het type brood en de gewenste korstkleur. Maar elke oven is anders.
Het is dus nu simpel uit te rekenen als u bijv. 500 gram meel heeft en er moet 50% water in, dan is dat 250 ml. Meelgewicht / 100, die uitkomst (Meelgewicht / 100) X het aantal procenten = ml water wat moet worden toegevoegd. 500 (Gram) / 100 = 5 (Gram), 5 (Gram) X 55 (%) = 275 ml water moet worden toegevoegd.
“Maak de korst van het brood een beetje vochtig en warm het 5 à 10 minuten op in de voorverwarmde oven, op 180°C. Voor broodjes of stokbrood is 5 minuten al voldoende. Het vocht verdampt en de korst wordt weer krokant.”
Een van de meest voorkomende redenen waarom je brood te kruimelig wordt is een teveel aan meel. Dat maakt je brood droog en tast de textuur aan, waardoor het kruimelig wordt. Brood bestaat voornamelijk uit bloem en water (plus gist en zout). Met zo weinig ingrediënten kan het al snel mislopen met de verhoudingen.
Brood kan het best worden bewaard in een plastic zak, die vervolgens wordt opgeborgen in een afgesloten broodtrommel. Hierdoor blijft het brood het langst zacht en mals. Wie houdt van brood met een krokante korst, bewaart brood bij voorkeur in een papieren broodzak.
Stokbrood of harde broodjes verliezen snel hun lekkere krokantheid. Een tip is om ze opnieuw op te warmen in de oven! Maak het brood een beetje nat, schuif het 5 minuten in een voorverwarmde (200 °C) oven en het brood heeft weer een lekkere krokante korst.
De korst van de boterham is even gezond als de binnenkant (de kruim). De binnen- en buitenkant van het brood zijn tenslotte uit één en hetzelfde deeg gemaakt. Ook tijdens het bakken in de oven gaan geen voedingsstoffen uit de korst verloren. De korst heeft wel een sterkere smaak.
Het tweede kneden wordt vaak 'terugslaan' genoemd. Voor broden dient het meestal om luchtbellen door het deeg te herverdelen voor een meer egale textuur. Een van de redenen dat je deze stap in sommige rustieke broden overslaat.