Geschikte groenten om mee te beginnen zijn bijvoorbeeld aardappelen, bloemkool, broccoli, pompoen, boontjes, worteltjes en courgette. Vanaf een maand of negen kan ook gestart worden met peulvruchten. De meeste fruitsoorten kan een baby al snel zelf hanteren.
Welke groente kun je een baby geven? Elke soort groente is geschikt voor baby's. Je kunt bijvoorbeeld eerst de wat zachtere smaken van bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen laten proeven.
Beste eerste groenten – 4-6 maanden
Probeer deze als voedzame starters: Zoete aardappelen – Boordevol vezels, vitamine C en B6, kalium en bètacaroteen (een voedingsstof die het lichaam omzet in vitamine A), essentieel voor een gezond gezichtsvermogen, een gezond immuunsysteem en een gezonde huid. Ze zijn ook lichtzoet, dus een instant succes bij je kleintje.
Start met licht verteerbare groenten zoals witloof, bloemkool, wortelen, courgette, pompoen, tomaat, spinazie ... Laat je kind gerust ook eens proeven van de pure geplette groentjes.
Spinazie, andijvie, bietjes, sla en venkel bevatten veel nitraat. Nitraat kan tijdens het bewaren en opwarmen veranderen in nitriet en dat kan dan weer schadelijk zijn. Geef je baby daarom niet vaker dan twee keer per week nitraatrijke groenten.
Als je borstvoeding geeft: vermijd pittig eten, koolsoorten (kool, broccoli, spruitjes, etc.) en bonen, die kunnen leiden tot winderigheid. Geef de baby bij elke voeding maar één borst, zodat hij de 'dikke melk' krijgt (aan het eind van de voeding) waarmee krampjes kunnen worden voorkomen.
U kunt komkommer gaar en gemixt serveren vanaf 9 maanden. Om als rauwkost te geven dient u te wachten totdat u kindje 12 maanden is.
Wat je baby van 6 maanden wel mag eten en drinken:
Groenten: Groenten zoals wortel, courgette, pompoen, bloemkool, broccoli, spinazie, zoete aardappel zijn rijk aan vitamines, mineralen en vezels.
Eerste hapjes: het menu
Geef hem bijvoorbeeld goed geprakte hapjes van groente of fruit. Het is verstandig om te beginnen met zachte smaken, zoals banaan, perzik, wortels of bloemkool. Dan is het verschil met de zoete melkvoeding niet zo groot. Als dit goed gaat, kan je hem ook andere smaken laten proberen.
Start het best met licht verteerbare groenten in de groentepap (groentepuree) zoals witloof, bloemkool, wortelen, courgette, pompoen, tomaat, spinazie, ... Geef de groentepap liefst 's middags, zo kan die nog goed verteren.
Geef bijvoorbeeld een lepeltje geprakte groente of fruit of geef een klein stukje brood wat je zacht maakt door het te dopen in wat borstvoeding of flesvoeding. Ook een lepeltje fijngemalen gaar gebakken vlees of gaar gebakken vis is mogelijk.
Om je baby te laten wennen aan vaste voeding begin je met het introduceren van de zachtere smaken, zoals bloemkool, sperzieboontjes, broccoli, worteltjes of pompoen. Begin met één enkele smaak en als dit goed gaat introduceer je geleidelijk aan andere groente. Hierna kun je ook smaken gaan combineren.
Bij de start vervangt een half ei 1 portie vlees. Om allergie voor ei te voorkomen wordt 2 keer per week een half ei aanbevolen. Vanaf 12 maanden vervangt een heel ei een portie vlees. 1 ei per week is voldoende tot de leeftijd van 6 jaar, inclusief eieren verwerkt in bereidingen zoals koek of gebak.
Een goed tijdstip voor het geven van een hapje is dus na zijn borst- of flesvoeding of tussen twee voedingen door. Dan heeft hij niet heel veel honger en is hij ontspannen en wakker. Geef steeds losse smaken, zo leert je baby de smaken apart van elkaar kennen.
Wat voor fruit kun je geven? Elk fruit is geschikt voor baby's. Ze houden vaak van zachte, zoete smaken zoals banaan, peer, appel, meloen, avocado en mango. Je kunt ook wat zuurder fruit proberen zoals kiwi's, pruimen, nectarines, aardbeien, bosbessen, mandarijn, sinaasappel en ontpitte en ontvelde druiven.
Wat geef je als oefenhapje? Geef bijvoorbeeld een lepeltje geprakte groente of fruit. Ook een lepeltje fijngemalen gaar gebakken vlees of gaar gebakken vis is mogelijk. Geef in het begin het liefst eten met een zachte smaak, dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot.
Een baby van 6 maanden mag dit nog niet eten en drinken:
Suiker en zoete etenswaren, zoals toetjes, zoete zuiveldranken, zoete koekjes, zoete pap of zoete thee is nog niet geschikt voor je baby. Daarnaast kan een baby gaan wennen aan de zoete smaak en voeding gaan weigeren wat geen suiker heeft. Kaas en smeerkaas.
Groente zit vol vezels, vitamines en mineralen. Je lichaam heeft dit nodig om gezond te blijven. Het bevat weinig calorieën en helpt je daardoor om op gewicht te blijven én je hart gezond te houden. In Nederland adviseren we om elke dag ten minste 250 gram groente en ten minste 200 gram fruit te eten.
Je mag yoghurt al geven vanaf de leeftijd van 8 maanden. Dit is dan bedoeld als een toetje na het avondeten, niet om borst- of kunstvoeding te vervangen.
Vanaf 9 maanden kan je een droog kinderkoekje geven, maar eigenlijk heeft een kind hier nog geen behoefte aan. Er bestaan bovendien gezonde alternatieven, zoals een rijstwafel of een broodkorstje. Varieer voldoende met andere gezonde tussendoortjes. Denk in het begin aan zacht wegsmeltende koekjes, eerste babykoekjes.
Per kind is het verschillend hoeveel tussendoortjes ze mogen. Belangrijk is dat ze voldoende eten bij het ontbijt, lunch en avondeten. We adviseren om maximaal 3-5 BABY MAISFINGERS per dag te geven.
Nitriet kan bij jonge kinderen ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken. Nitraatrijke groentes zijn: andijvie, bietjes, bleekselderij, paksoi, postelein, sla, spinazie, snijbiet en venkel. Geef deze groentes niet als jouw kindje nog geen zes maanden is.