Laat een pan soep nooit koken, zo verliest hij zijn smaak. Laat een pan met soep zachtjes pruttelen op een zacht vuurtje. Als je de groenten toevoegt aan de soep, laat ze dan een paar minuten meebakken en voeg daarna pas de bouillon toe. Dit zorgt ervoor dat de groenten nog meer smaken afgeven aan de soep.
Niet beginnen met aromaten en vet
Een beetje vet, meestal in de vorm van boter en olijfolie, is essentieel voor een stevige soep. Vet zorgt ook voor smaak en helpt bij het bruinen van groenten.
"Soep kan niet zuur worden door onweer zelf, dat is een fabeltje van vroeger. Maar aan onweer gaat warm weer vooraf. Door het warme weer kan de soep zuur worden, want dan kan de soep bederven", legt Lolkje de Vries van het Voedingscentrum uit.
„Doorkoken kan leiden tot smaakverlies en kan de textuur beïnvloeden: ingrediënten worden papperig”, luidt het antwoord. „En dikkere lobbige soepen gaan pruttelen, wat zorgt voor spat- en verbrandingsgevaar.”
Maar let op, laat de soep niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan, want bij kamertemperatuur kunnen bacteriën snel hun kans grijpen.
Soep mag niet hard koken, maar laat je sudderen tegen het kookpunt aan. De richtlijn is een twintigtal minuten, of tot de groenten gaar zijn. Bij een wortel duurt dat dus wat langer dan bij een stukje prei.
Door de temperatuur van de soep niet langer dan 4 uur onder de 54 graden Celsius te laten komen (breng altijd 10 minuten volledig aan de kook voordat je hem serveert). Als de temperatuur te lang onder de 54 graden Celsius daalt, beginnen de echt slechte bacteriën zich te vormen.
Naast het beschadigen van de textuur , kan koken ook de smaak van de soep verminderen.
Een schuimlaag op je soep met daarin vervelende stukjes ziet er niet alleen vies uit, het is ook niet zo lekker. Deze laag is namelijk opgebouwd uit vetten uit het vlees in de soep en overige overbodigheden. Hierom moet je je soep afschuimen en wel snel ook.
Warm kliekjes liever niet voor een tweede keer op. Je hebt dan meerdere keren dat het eten op kamertemperatuur komt. Dan kunnen bacteriën uitgroeien.
Gaat het om een restje soep? Gebruik een zeef of vergiet om het in de gootsteen te gieten, en gooi de vaste onderdelen bij het gft. Ook dikke zuivelresten (zoals van pudding) horen daar thuis.
Het probleem met soep is dat het relatief stroperig (of 'viskeus') is, waardoor de warmteverspreiding in de soep wordt vertraagd . Hierdoor beginnen zich op sommige plekken in de soep uitdijende bellen van hete damp te vormen die door het oppervlak kunnen barsten en een rommeltje kunnen veroorzaken. Halverwege de soep roeren lost dit probleem vaak op.
Soep wordt zuur bij onweer: feit of fabel? Kortom: dat soep zuur wordt door onweer is dus een fabeltje. Maar het idee komt ergens vandaan: warm, vochtig weer – typisch vóór of tijdens een onweer – verhoogt de kans op bederf als je niet oplet.
Dek de pan af om de warmte en het vocht binnen te houden tijdens het sudderen, koken of stoven. Laat het deksel eraf als je een saus wilt indikken of een mooie schroeiplek wilt creëren .
Raar maar waar: wit brood toevoegen voor je gaat mixen, werkt ook prima als je graag een gladde soep maakt. Snij de korst weg, scheur het brood in een paar stukken en mix je soep. Je zult zien dat ze niet enkel lekker glad, maar ook nog eens mooi smeuïg wordt. Vaak hoef je zelfs geen room meer te gebruiken!
Voor heldere soepen met bouillon is bouillon het belangrijkste ingrediënt. Wil je een goede soep maken, gebruik dan een bouillon met een uitstekende smaak – anders kan de hele pan smakeloos zijn. Om de maximale bouillonsmaak te bereiken, kun je je eigen kippen-, groente-, vis- of runderbouillon maken.
Soep afkoelen en inpakken
Plaats de pan in een bak koud water en laat deze snel afkoelen. Laat restjes soep niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan.
Het klopt dat als je een bouillon zachtjes laat sudderen en niet afschuimt, er een afstotelijk schuim rond je kom kippensoep kan drijven. Maar Mamane voegt eraan toe dat veel recepten er bewust voor kiezen om niet af te schuimen en de bouillon juist heftiger te koken, wat resulteert in een ondoorzichtige bouillon met een romige textuur .
Als je je bouillon aan de kook brengt, doe je dat eerst met het deksel op de pan, want dan gaat het sneller. Voor afdschuimen heb je uiteraard de deksel van de pan gehaald. Maar daarna, als de bouillon enkele uren op laag vuur staat te trekken, dek je de inhoud weer af met de deksel, anders verdampt er erg veel vocht.
Sla en fijne bladgroenten . In restaurants krijg je vaak de keuze tussen salade en soep, en het is echt beter om die twee gescheiden te houden. Sla of fijne bladgroenten aan je soep toevoegen is vragen om problemen.
De meeste soepen komen het beste tot hun recht in een gedeeltelijk afgedekte pan. Dit helpt om het vocht vast te houden en zorgt ervoor dat er wat vocht inkookt, waardoor de smaak geconcentreerder wordt. Timing is alles: de kooktijd kan variëren van 20 minuten voor een snelle groentesoep tot enkele uren voor een bottenbouillon of stevige stoofpot.
Laat een pan soep nooit koken, zo verliest hij zijn smaak. Laat een pan met soep zachtjes pruttelen op een zacht vuurtje. Als je de groenten toevoegt aan de soep, laat ze dan een paar minuten meebakken en voeg daarna pas de bouillon toe. Dit zorgt ervoor dat de groenten nog meer smaken afgeven aan de soep.
Hoe bewaar je soep in de koelkast? Laat de soep buiten de koelkast helemaal afkoelen en zet het daarna, met pan en al of in bakjes, in de koelkast. Dek de soep af met een deksel of aluminiumfolie.
Zo is de soortelijke warmte van water twee keer zo hoog als die van olie of vet. Tomatensoep en andere heldere, waterige soepen blijven daardoor langer op temperatuur dan bijvoorbeeld een romige champignonsoep.