Als je cake bol staat, is de oven waarschijnlijk te heet of heb je hem te hoog geplaatst. Velen hebben al een lagere temperatuur voorgesteld. Probeer ook een lager ovenrek. Als hij inzakt, is hij waarschijnlijk niet gaar.
Een van de meest voorkomende oorzaken is dat er onvoldoende lucht in het beslag is opgenomen. Luchtbellen zijn cruciaal voor het rijzen van de cake. Zonder voldoende lucht zal je cake tijdens het bakproces inzakken. Klop de boter en suiker goed tot een luchtige massa voordat je de eieren toevoegt.
Zodra je cake perfect gebakken is, is goed afkoelen essentieel om de vorm te behouden. Laat je cake een tijdje afkoelen in de vorm op een rooster voordat je hem eruit haalt om volledig af te koelen . Deze methode voorkomt dat de structuur inzakt en bol gaat staan of inzakt tijdens het afkoelen.
BAK DE CAKE
Verwarm de oven voor op een lagere temperatuur (bijvoorbeeld 140°C) voor een strakke cake zonder bult of scheur in het midden. De cake bakt het mooiste in een oven zonder sterke luchtstromen, dus liever alleen boven en onder warmte gebruiken.
Daarnaast hangt het ook af van het type gerecht: voor een gebak dat moet rijzen in de oven (cake, biscuit, brood…) gebruik je best boven- en onderwarmte, omdat het gebak dan gelijkmatiger rijst en minder uitdroogt.
Zet de oven aan Zet de oven aan. Bak je een cake in een heteluchtoven? Houd dan een baktemperatuur van 150 graden aan. Een elektrische oven zet je op 160 graden.
De standaardtemperatuur voor het bakken van de meeste taarten ligt tussen de 160°C en 180°C (325°F en 350°F).
Te lang bakken: als je je cake te lang in de oven laat staan, verliest hij vocht en kan hij uitdrogen, waardoor hij kruimelig wordt . Gebruik een tandenstoker om te controleren of de cake gaar is; deze moet er schoon of met een paar vochtige kruimels uitkomen.
Is het je weleens overkomen dat de bovenkant van je cake verbrand was, terwijl de binnenkant nog vloeibaar was? In dat geval stond de oven te hoog. Je doet er dus goed aan om de volgende keer de temperatuur van je oven met 10 graden te verlagen.
Voor luchtige cakes: Gebruik cakemeel, boter en suiker goed door elkaar, voeg eieren op kamertemperatuur toe en zorg ervoor dat je rijsmiddelen vers zijn. Zorg voor een evenwichtige verhouding tussen vloeistof en droog mengsel en mix niet te veel. Voor stevige cakes: gebruik iets meer suiker en vet, houd de verhouding tussen bloem en vloeistof hoger en let op hoeveel je mixt .
Maar er bestaat zelfs een product voor om te voorkomen dat je taart bol bakt: de Bake even strips van Wilton. Dit zijn speciale strips die je vochtig maakt en om de taartvorm vast bindt. Je beslag zal dan gelijkmatiger rijzen.
Begin maximaal 2 dagen van tevoren met het vullen en decoreren van de taart, een dag van tevoren kan natuurlijk ook. Dat hangt maar net af van hoeveel tijd je nodig hebt. Op de tweede of derde dag voor de deadline haal je 's avonds de taarten en vullingen uit de vriezer.
Teveel bakpoeder zorgt ervoor dat de cake te snel rijst. ,,De cake is dan te luchtig geworden. Een te luchtige cake, stort vaak naderhand in elkaar.'' De tip is om de juiste verhoudingen te handhaven.
Een ingezakte cake, of een exemplaar met vochtige randen of bodem: allemaal aanwijzingen die leiden naar het (te) kort laten afkoelen. De afkoeltijd is per baksel anders. Bij een cake kun je uitgaan van minimaal 30 minuten voordat je 'm aansnijdt.
Verlaag de oventemperatuur: de warmte doet de buitenkant van de cake te snel bakken en krijgt niet de tijd om het midden te bereiken. Dek je cake af door aluminiumfolie of een bakplaat over je cake te leggen.
Daarnaast moet je een cake niet te warm uit de vorm halen. Laat hem een minuut of 10 afkoelen in de vorm, zodat hij stevig kan worden. Daarna kun je hem veilig lossen.
Laat standaardformaat cakes 10 minuten in de pan zitten, dan omkeren, eruit halen en laten afkoelen. Als ik ruimte heb in mijn koelkast of vriezer, doe ik ze daarin om ze sneller te laten afkoelen (maar pas nadat ze uit de pan zijn gehaald). Grotere cakes: voeg ongeveer 5 minuten toe voordat je ze eruit haalt.
Je hebt de cake niet lang genoeg gebakken
Ook een cake waarvan de binnenkant niet volledig gebakken is, kan makkelijk invallen. Test dus altijd even met een satéstokje of een breinaald of je cake wel echt gaar is voor je 'm uit de oven haalt. Blijft er nog beslag aan kleven? Dan moet de cake nog wat langer in de oven.
Het 'probleem' is dus eenvoudig te verklaren, en de oplossing is eigenlijk net zo simpel. Je wilt dat de cake minder snel gaar wordt, zodat hij ook gelijkmatiger rijst. Normaal gesproken bak ik een cake in 60 minuten op 175 of 180 graden. Dan krijg je dus een cake die (vaak) aan de bovenkant open scheurt.
Doe dit nadat je de cake uit de oven gehaald hebt
Yes, je cake mag uit de oven! Hoewel het heel verleidelijk is om 'm meteen te ontvormen, is het net heel belangrijk om 'm 10 minuten in de vorm te laten afkoelen alvorens 'm te ontvormen. Je cake stijft zo een beetje op, waardoor er minder kans is dat hij breekt.
In bakrecepten wordt er vaak een snuifje zout aan het beslag toegevoegd. Niet zomaar: dat zorgt namelijk voor een betere smaakbalans. Cake, taart en koekjes bevatten vaak veel suiker, en een klein beetje zout haalt de zoete smaken beter naar boven.
Bij lage temperaturen (100-150°C) drogen gerechten uit of garen ze langzaam. Dit is bijvoorbeeld perfect voor gerechten als meringue, voor het drogen van fruit of vlees dat langzaam moet garen. Taart, cake, quiches en koekjes bak je over het algemeen het beste op middelmatige temperaturen (160-180°C).
Boven én onderwarmte
De naam zegt het al: hierbij komt de warmte van zowel onder als boven. Deze stand is perfect voor het bakken van je favoriete ovenschotels, cakes en taarten. Zeker bij gebak dat moet rijzen (waarbij bakpoeder of baking soda in het beslag zit, bijvoorbeeld) is boven- en onderwarmte een slimme keus.
Strijk het oppervlak glad. Bak de cake 15 minuten in het midden van de oven en verlaag daarna de oventemperatuur tot 160°C. Laat nog 35 minuten verder bakken. De exacte gaartijd en temperatuur kunnen wat afwijken in jouw oven: elke oven werkt anders.