Gebruik een garde of mixer, maar klop niet te lang: te veel lucht maakt je pannenkoeken taai. Laat het beslag een halfuurtje rusten voor je begint te bakken. Zo krijgt de bloem de tijd om het vocht op te nemen en wordt alles nog gladder.
Pannenkoeken bestaan voornamelijk uit bloem, waar veel gluten inzitten. Als het overmatig gemengd wordt, zetten de gluten uit en wordt de structuur van je pannenkoeken taai in plaats van lekker luchtig.
Pannenkoekenprobleem: Een van de eerste dingen die ik leerde, is dat te veel mengen een veelvoorkomende oorzaak is van platte pannenkoeken . Als je het beslag te veel roert, ontwikkelen de gluten in de bloem zich, wat leidt tot taaie, dichte pannenkoeken. Oplossing: Roer tot de droge ingrediënten vochtig zijn.
De hele stapel blijft zo lekker warm, zonder uit te drogen. Heb je véél pannenkoeken warm te houden (voor een pannenkoekenfestijn bijvoorbeeld), pak ze dan in in aluminiumfolie en hou ze warm in de oven op 50°C boven- en onderwarmte.” Lees er hier alles over.
Ik doe meer in de richting van 1/2-3/4 kopje water op 1 kopje mix om ze dikker te krijgen. Meng het ook goed genoeg zodat je geen ongemixte bloem meer ziet, maar het moet wel nog een beetje klonterig zijn als je klaar bent.
Een paar veelvoorkomende oorzaken: de pan is misschien niet heet genoeg, je hebt te veel beslag gebruikt, of je pan is te vol. Zorg voor een goed voorverwarmde pan en giet een dun laagje beslag in de pan. Gebruik een gelijkmatige hitte en bak de pannenkoeken één voor één voor het beste resultaat.
Gemoute melkpoeder
Het werd een dikker beslag dat zoet en aards rook. De pannenkoek had een geroosterde, romige smaak en smaakte net zo lekker als alle pannenkoeken die ik ooit in een restaurant heb gegeten. (Moutmelkpoeder is trouwens ook een belangrijk ingrediënt in Genevieve Yams makkelijke warme chocolademelk.)
Oplossing: een beetje melk erbij voor te dik beslag of een beetje pannenkoekmix erbij voor te dun beslag. Voeg een beetje melk/meel toe en bak je pannenkoek. Misschien moet je daarna nog een keertje aanpassen.
Te veel mixen is de dodelijkste pannenkoekenfout die je kunt maken, want je pannenkoek wordt er helemaal plat van. Een paar klontjes in het beslag zijn prima! Te veel mixen leidt tot dunne, platte, saaie pannenkoeken waar je kinderen en familie je raar op zullen aankijken!
Sinds 2010 hanteert Whole30 de regel: " Maak geen gebakken producten, 'voedsel zonder remmen' of lekkernijen na en koop ze niet, zelfs niet als ze gemaakt zijn met ingrediënten die compatibel zijn met Whole30 ." We noemden dit de Pannenkoekenregel, omdat dit het voedsel was dat de deelnemers in de begindagen het vaakst probeerden te creëren.
De reden waarom de eerste pannenkoek mislukt, is eigenlijk heel logisch: wanneer je wilt beginnen te bakken, is je pannenkoekenpan meestal nog niet heet genoeg. En da's net heel belangrijk om het beslag niet aan de pan te laten plakken.
Eerste hulp bij plakkende pannenkoeken
Voeg een scheutje olie of gesmolten boter toe aan het beslag. Zorg dat je pannenkoekenpan niet te heet of te koud is. Laat hem rustig warm worden en doe dan pas het beslag erin. De pan moet overal zo heet zijn, dat het beslag onmiddellijk aanbakt.
Voor het beste resultaat zet je het beslag nog een uurtje in de koelkast. Zo kan het beslag rusten en neemt de bloem meer vocht op waardoor je pannenkoeken een mooie, zachte structuur krijgen.
Over het algemeen geldt: Je pannenkoekenbeslag een uurtje laten rusten loont, want ze worden er gladder van en de belletjes verdwijnen.
Maar wat de meesten wel weten, is dat er op twee februari wordt gesmuld van lekkere pannenkoeken. Een eeuwenoud gezegde luidt immers: "Op twee februari is geen vrouwtje zo arm, of ze maakt haar pannetje warm". Door pannenkoeken te bakken werd vroeger de overschot van de bloem opgemaakt voor de nieuwe oogst.
Eieren in pannenkoekenbeslag zorgen ervoor dat het beslag lekker luchtig wordt, en dat je een beslag krijgt met een beetje binding. Maar ze zijn niet noodzakelijk als je pannenkoeken wilt bakken. Pannenkoeken zonder ei zullen dus een beetje minder luchtig zijn en ook een beetje anders smaken.
Hoe herken ik bederf? Het ruikt muf en ranzig. Door vocht en warmte tref je eerder insecten aan in meel en bloem. Bederf herken je snel door goed te kijken, ruiken of proeven.
Beslag gekoeld bewaren
7 graden) voor maximaal 2 dagen en gekoeld (max. 4 graden) bij 3 dagen bewaard mag worden. Beslag voor pannenkoeken en andere zoete snacks bevatten vaak één of meerdere rijsmiddelen. Rijsmiddelen zorgen voor een luchtig eindproduct en zijn vaak onmisbaar.
Mix niet te lang, want hier worden je pannenkoeken taaier door. Door een mixer te gebruiken in plaats van een garde, is de kans ook groter dat je pannenkoeken taai worden. Om klontjes te voorkomen, haal je de bloem voor het mixen door een zeef. Laat het beslag even rusten.
Zelfrijzende bloem is ideaal voor snel en makkelijk luchtige pannenkoeken, terwijl tarwe-, spelt-, boekweit- of speciale bloemmixen zoals amandel- of kokosbloem je de mogelijkheid geven om te variëren met smaak en structuur.
Voordat je begint met bakken zorg dat de pan goed heet is. Zet de pan alvast op een zacht vuurtje met een beetje olie als je het beslag gaat maken. Wat ook helpt is een speciale pannenkoekpan, zodat je goed kan zien dat de pan op temperatuur is en je de pannenkoek gemakkelijk kan omdraaien.
Houd je vingertop boven de onderkant van een trechter, vul hem met beslag, houd de trechter boven de pan en laat dan je vinger los. Het zal veel gelijkmatiger uitlopen en ze zouden rond moeten worden. Je kunt ook kleine ronde vormpjes kopen, maar soms loopt het beslag eronder uit.
Combineer zachte en luchtige pannenkoeken met knapperige elementen zoals geroosterde noten of krokant spek voor contrast, of vul een delicate crêpe aan met romige toppings zoals skyr, slagroom of avocado.
Wanneer je pannenkoeken begint te bakken is de pan vaak nog niet heet genoeg. Daardoor zal de pannenkoek aan de pan blijven plakken. Vet je pan goed in voor je de eerste pannenkoek gaat bakken.