Het eten van te veel rood vlees (denk aan varken en rund) brengt risico's voor de gezondheid met zich mee. Rood en - met name - bewerkt vlees zoals vleeswaren, worden in verband gebracht met beroerte, diabetes type 2 en dikke darmkanker.
Vleeswaren, zoals worst, ham of paté, en bewerkt vlees zoals hamburger, worst en gemarineerd vlees vallen in de categorie bewerkt vlees. Door de bewerking kunnen kankerverwekkende stoffen (carcinogenen) ontstaan. Deze stoffen kunnen cellen beschadigen in ons lichaam, wat tot kanker kan leiden.
Stoppen met rood vlees heeft een bewezen, positief effect op je lichaam. Uit talloze onderzoeken blijkt dat het eten van rood vlees de kans op diabetes type 2 verkleint, je cholesterolwaarde omlaag brengt en spijsvertering en stoelgang verbetert.
Risico's van te veel vlees eten
De consumptie van rood en bewerkt vlees is van invloed op de gezondheid: het hangt samen met een verhoogd risico op chronische ziekten zoals beroerte, diabetes type 2 en darm- en longkanker. De richtlijn van de Gezondheidsraad is om van rood vlees maximaal 300 gram per week te eten.
Worst, salami, bacon, knakworstjes, allemaal bewerkt vlees en dit is duidelijk echt de minst gezonde keuze. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ziet een link tussen bewerkt vlees en een verhoogd risico op kanker. Bovendien bevatten deze producten vaak veel zout en ongezonde vetten.
Wit vlees komt van kippen en ander gevogelte zoals bijvoorbeeld kalkoen. Er zijn geen aantoonbare negatieve effecten voor je gezondheid bij het eten van wit vlees. Verder is de milieu-impact beperkter dan bij rood vlees. Daarom wordt (onbewerkt) wit vlees als voorkeurs vlees geadviseerd.
Ongezondste broodbeleg
Een boterham met 15 gram vlokken heeft bijvoorbeeld al 10,5 gram suiker, dat is letterlijk een broodje suiker. Maar de vruchtenhagel spant de kroon: daar zit relatief gezien het meeste suiker in.
Vlees belast de darmen omdat het moeilijk te verteren is. Vooral de stof haem in rood vlees is een belasting voor de darmen. Het eten van meer dan 500 gram rood vlees per week (rund-, varkens- en lamsvlees) is een risico voor het ontwikkelen van darmkanker.
Het verteringsstelsel van een carnivoor is net geen 2 meter lang terwijl ons verteringsstelsel ruim 6 meter is. Dat betekent dat zodra wij vlees eten het ongeveer 72 uur duurt voordat dit door ons verteringsstelsel heen is.
Voor je gezondheid hoef je niet per se vlees te eten. Er zitten nuttige voedingsstoffen in vlees, zoals eiwit, ijzer en vitamine B1 en B12.
Eieren. Eieren bevatten eiwit, vitamine B1, B12 en ijzer. Een uitstekende vleesvervanger. Je kan 2 eieren gebruiken als vervanging voor 100 gram vlees.
Vlees heeft de naam ontstekingsbevorderend te zijn, maar daar moet een kanttekening bij geplaatst worden. Mager vlees van biologische oorsprong bevat ook ontstekingsremmende onverzadigde vetzuren. Daarnaast is vlees een goede bron voor foliumzuur, selenium en zink.
Duidelijk is dat vliegen erg slecht is voor het klimaat. Maar is het slechter dan vlees? Op Nederlands niveau draagt de veestapel volgens de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) voor 10% bij aan de broeikasgasuitstoot. Het vliegverkeer 6,5%, blijkt uit cijfers van het CBS.
"Vegetariërs hebben minder kans op hart- en vaatziekten, minder kans op diabetes en het risico op een aantal kankers daalt." Nadelen zijn er weinig. "Je moet enkel zorgen dat je genoeg ijzer en eiwitten opneemt." "En - als we even buiten het menselijke lichaam stappen - is het ook veel beter voor onze planeet.
Gevogelte (kip, kalkoen) is geen rood vlees. Tot de groep bewerkt vlees behoren alle vlees dat een bewerking ondergaan heeft zoals zouten, drogen, roken, paneren of bereiding tot worst of vleeswaar. Onder bewerkt vlees valt ook bewerkt gevogelte (bijvoorbeeld kipfilet voor op brood).
Het Voedingscentrum adviseert om maximaal 300 gram rood vlees per week te eten [8]. Voor bewerkt vlees is geen bovengrens gesteld, al raadt de Gezondheidsraad aan om de consumptie hiervan te beperken [7]. Jongvolwassen eten gemiddeld 70 gram rood vlees en 47 gram bewerkt vlees per dag.
Naar schatting heeft de gemiddelde westerling maar liefst 3 tot 4,5 kilo giftig fecaal afval (ontlasting) in zijn darmen.
En mensen die geen vlees eten, vegetariërs genoemd, eten over het algemeen minder calorieën en minder vet . Ze wegen ook minder. En ze hebben een lager risico op hart- en vaatziekten dan niet-vegetariërs. Onderzoek toont aan dat mensen die rood vlees eten een hoger risico lopen op overlijden aan hart- en vaatziekten, beroertes of diabetes.
Onverteerd voedsel in uw ontlasting kan voorkomen na het eten van vezelrijk voedsel of te snel eten . Het kan echter ook wijzen op een gastro-intestinale (GI) aandoening die een normale spijsvertering belemmert. Hoewel het meeste onverteerde voedsel gemakkelijk wordt uitgescheiden, kan de behandeling van een GI-probleem veranderingen in levensstijl, medicijnen en/of stressverlichting vereisen.
Mager vlees uit de delicatessenzaak is bijvoorbeeld gezonder dan een vette, onbewerkte hamburger of biefstuk. Over het algemeen zijn spek, worst, hotdogs, pastrami en veel andere bewerkte vleessoorten echter vetter, zouter, calorierijker en bevatten ze meer additieven dan onbewerkt rood vlees zoals rundvlees, varkensvlees en lamsvlees.
Naast een hoger risico op hart- en vaatziekten, verhoogt het eten van rood en bewerkt vlees ook het risico op kanker. Vooral darmkanker en longkanker. Waarom vlees eten samenhangt met hart- en vaatziekten en andere ziekten, weten we nog niet zeker. Mogelijk speelt het ijzer in vlees (heemijzer) een rol.
" Iedereen die beweert dat we mensen zullen vertellen dat ze moeten stoppen met het eten van vlees, of dat ze geen mooi huis meer willen, en dat we gewoon de menselijke verlangens zullen veranderen, vind ik te moeilijk ", zei hij donderdag. "Je kunt daar wel iets over zeggen. Maar ik denk niet dat het realistisch is dat dat een absoluut centrale rol speelt."
Een ei bevat 1,5 gram verzadigd vet en daarnaast ruim 3 gram onverzadigd vet. Een plak kaas (25 gram) bevat 5 gram vet, waarvan 3,5 gram verzadigd vet en 1,5 gram onverzadigd vet. Wat hier aan opvalt is de verhouding tussen verzadigde – en onverzadigde vetten.