Wie jaar na jaar mooie, gezonde uien wil telen, doet er goed aan om wisselteelt toe te passen. Door uien niet elk jaar op dezelfde plek te zetten, maar ze af te wisselen met andere wortelgewassen zoals wortelen of pastinaak, verklein je de kans op aantasting door aaltjes en schimmels aanzienlijk.
Wanneer planten uit dezelfde familie jaar na jaar op dezelfde plek worden geplant, kan de bodem essentiële voedingsstoffen missen . Dit heeft op de lange termijn invloed op de kwaliteit en opbrengst van de geoogste gewassen. Ook het risico op plantspecifieke, bodemgebonden ziekten kan toenemen wanneer uien elk jaar op dezelfde plek worden geplant.
Vanaf februari t/m mei kun je uien uit zaaigoed direct in de volle grond zaaien. Zaai bij voorkeur in rijen met een rijafstand van 20 cm en op 10 cm diepte.
Wisselteelt is het afwisselen van verschillende soorten gewassen (groenten en fruit) op een stuk grond. Je kweekt dus nooit meerdere keren hetzelfde soort plantje op hetzelfde stukje grond. In plaats daarvan kweek je eerst het ene soort gewas, daarna het andere, enzovoort.
Door uien naast wortels te planten, worden de wortelvliegen misleid door de geur van de uien, waardoor ze de wortels niet zullen aantasten.
In rijen kan je ongeveer 8 tot 12 ui planten per strekkende meter laten groeien in de volle grond.
Afrikaantjes zijn niet alleen mooi, maar ook zeer nuttig in de moestuin. Deze moestuinbloemen stoten namelijk een geur af die schadelijke insecten zoals engerlingen en mieren) en knaagdieren afschrikt, maar slakken aantrekt. Hierdoor worden ze vaak langs moestuinen geplant om slakken weg te lokken van andere gewassen.
Standplaats. De vruchtwisseling is bij de teelt van uien het belangrijkst. Tussen twee teelten laat je vijf of zes jaar zitten, en gebruik je hetzelfde stuk tuin. Daarnaast is het van belang om geen uien na de teelt van prei, look en sjalot te plannen.
Waarom wisselteelt belangrijk is
Een goede wisselteelt zorgt ervoor dat je minimaal drie tot vier jaar wacht voordat je hetzelfde gewas weer op dezelfde plek teelt. Dit geeft de bodem tijd om te herstellen en doorbreekt de cyclus van bodemplagen.
Voor dikke uien om te bewaren kweek je eenvoudigst met pootgoed maar het kan ook door rechtstreeks te zaaien. Meestal zaaien we wel Stengelui voor in rijtjes om dan uit te dunnen op 5 tot 10 cm en 30-40 cm tussen de rijen.
Uien hebben bij uitplant niet veel nodig. Een beetje compost voor het uitplanten is genoeg. Veel mest zorgt voor veel loof, maar een slechtere ontwikkeling van de ui zelf. Je plant de uitjes op ongeveer 10-15 cm elkaar in de rij en 20 cm tussen de rijen.
Dit kan te maken hebben met het weer: te warm, te koud, te droog, te nat. Veel wind kan ook de oorzaak zijn: dan moet je plantjes te veel energie stoppen in het rechtop blijven staan en gaat dat ten koste van de groei. Staan plantjes te dicht op elkaar dan kunnen ze ook niet goed groeien.
Zaaien en telen van uien
Zaaien kan tussen maart en midden april in rijen met een afstand van 25 cm en een diepte van ongeveer 5 mm. Later uitdunnen zodat de planten ongeveer 5-10 cm uit elkaar staan. Het planten van plantuien kan in maart en april met een plantafstand van 25 x 10 cm.
Plant de uien op 10 à 15 cm van elkaar en houd 30 afstand tussen de rijen. Het loof moet door de aarde steken. Geef de uien water na het planten. Dat helpt om de grond goed te laten aansluiten rond de bol.
Je plant de uitjes het best uit tussen half september en half oktober. Ben je er pas laat bij? Geen nood, dan kan je nog tot midden november uien planten in jouw moestuin. Het mag wel nog niet vriezen als je ze uitplant.
Voorjaarsbloeiende bollen kun je het beste planten vanaf september tot december, het liefst voor de eerste nachtvorst. Zomerbloeiende bollen kun je het beste vanaf het voorjaar planten, zodra de kans op nachtvorst voorbij is tot en met eind mei.
Januari. Indien de winter meevalt kunnen in januari de fruitbomen en -struiken geplant worden. Daarnaast kunnen de tuinbonen, sla, zomerkolen en spinazie al in een warme kas of op de vensterbank worden gezaaid en gekweekt. Het is nog te koud om al in de volle grond te zaaien.
Uien: aardbeien, bieten, bonenkruid, dille, kamille, komkommer, witlof, wortels. Wortels: aardbei, bieslook, bonen, dille, erwten, knoflook, kool, prei, radijs, rammenas, rozemarijn, salie, schorseneren, sla, snijbiet, tomaten, uien, witlof.
Voor uien geldt iets vergelijkbaars: de boer krijgt gemiddeld 3-15 cent per kilo bij een kostprijs tussen 8 en 12 cent per kilo, de consument betaalt in de winkel minstens €1,50/kilo.
Hoe moet je uien poten? Zet in het voorjaar de pootuitjes in een zaaitray gevuld met potgrond. Plaats het platte gedeelte naar beneden en het puntige uiteinde, waaruit later het loof groeit, naar boven. Na ongeveer 4 weken, wanneer de uitjes loof hebben gevormd, plant je ze uit in de volle grond.
Om de sla leg je materiaal waar slakken niet graag overheen kruipen, zoals stro, cacaodoppen, koffiedrab of gemalen schelpen. Slakken kruipen namelijk niet graag met hun weke buikjes over iets scherps heen. Je kunt ook een slakkenborstel of een afgeknipte plastic fles om jouw sla heen leggen.
Afrikaantjes kunnen niet tegen vorst. Ze sterven af als het vriest en hun zaden ook. Wanneer de plantjes in de herfst worden ondergewerkt helpen ze mee met het verbeteren van de grondkwaliteit en verhogen ze de hoeveelheid organische stof in de grond.
Oost-Indische kers is een van de beste buurplanten voor de moestuin. Bijen en vlinders zijn er dol op en de plant lokt schadelijke insecten weg van je andere groentes. Bovendien zijn de bloemen, het jonge blad én de zaden eetbaar.