Bedek met hooi of stro: Bedek de aardappels met een dikke laag hooi of stro, minstens 20–30 cm. Onderhoud: Voeg tijdens het groeiseizoen extra hooi of stro toe als de laag inzakt en als het eerste loof boven het stro uitkomt. Geef water als het langere tijd droog is.
Wanneer je stro hebt, kan je ook gewoon je aardappels op de grond leggen en daar een dikke laag stro over openspreiden. Je moet dan geen aardappels planten in de grond, enkel openleggen en bedekken. Het stro beschermt de aardappels tegen de zon waardoor ze groen zouden worden.
Normaal gesproken worden aardappelplanten 'aangeaard', waarbij de grond tegen de stengel wordt aangedrukt om meer ruimte te creëren voor de knollen om te groeien. Dit verkleint ook het risico dat de knollen naar de oppervlakte komen en groen worden in het licht. Maar stro kan met minder werk exact hetzelfde resultaat opleveren .
Door stro te strooien tussen de aardappelruggen zijn er aanzienlijk minder luizen in de aardappelen. Dit jaar lopen er op verschillende locaties proeven.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Na een paar maanden zijn de aardappelen klaar om geoogst te worden. Eind april geplante knollen kunnen al in juni geoogst worden, terwijl late soorten pas in september of oktober rijp zijn. Een duidelijk teken dat geoogst kan worden, is wanneer het loof geel of bruin en verdord is.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
Stro. Stro is een traditionele bodembedekker die gebruikt wordt in de moestuin. Het beschermt de bodem tegen temperatuurschommelingen en helpt de grond vochtig houden. Bovendien breekt het geleidelijk af en voegt het organisch materiaal toe aan de bodem.
De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen het liefst een iets lagere zuurtegraad hebben (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft. Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken.
Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is. Late aardappels zijn daardoor langer te bewaren. Onder de grond kiemen de geplante aardappels zich voort.
Nadat je jouw aardappelen gepoot hebt, is het belangrijk om deze te bemesten. Voor je aardappelteelt volstaat een flinke bemesting met verteerde stalmest of met compost. Vervolgens moet je er voor zorgen dat je grond rijk is aan kalium (kali of tuinpotas) en magnesium (kieseriet).
Zoete aardappels zijn duidelijk kampioen als het op bètacaroteen aankomt. Er zit namelijk 9,4 mg per 100 gram in en gewone aardappels bevatten geen bètacaroteen. De zoete knol wint ook qua hoeveelheid in vitamine B2, vitamine B3, vitamine C en vitamine E. De gewone aardappel bevat wel meer magnesium en vitamine B6.
Ik heb even opgezocht wat de slechte buren van aardappelen zijn volgens de veel op elkaar lijkende lijsten: slechte buren zijn tomaten, tijm, courgette, komkommer, kamille, framboos, pompoen, selderij, ui, rozemarijn, munt, zonnebloem, melde en worteltjes.
Hoe teel je aardappels in een pot? Neem een pot met genoeg ruimte: bijvoorbeeld de MM-mini. Die meet 30 bij 30 cm, is 20 cm diep en is groot genoeg voor 2 aardappelplanten. Vul de pot met een luchtige aardemix die goed vocht vasthoudt maar niet te veel - en genoeg voeding geeft.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Wanneer je gazon het beste bekalken? Kalk kun je van september tot mei strooien, maar de beste periode is tussen half oktober en half februari. Door de vele regens of de sneeuw lost de kalk dan gemakkelijk op en dringt hij snel de bodem in. Eén gift per jaar is doorgaans voldoende.
Worden de planten groter, dan kun je ze wat steunen door er een rekje over te plaatsen. Zo blijven de planten dan netjes in het vak. Om mooie, grote aardappels aan te maken, hebben de planten veel voeding nodig. Daarom strooi je in deze tijd per vak 2 eetlepels MM-voeding aan de voet van de planten.
Afrikaantjes zijn niet alleen mooi, maar ook zeer nuttig in de moestuin. Deze moestuinbloemen stoten namelijk een geur af die schadelijke insecten zoals engerlingen en mieren) en knaagdieren afschrikt, maar slakken aantrekt. Hierdoor worden ze vaak langs moestuinen geplant om slakken weg te lokken van andere gewassen.
Mulch: Stro is uitstekend materiaal voor mulch. Het helpt de bodem vochtig te houden, onkruid te onderdrukken en kan de bodemtemperatuur reguleren. Door een laag stro rond je planten te leggen, verbeter je de gezondheid van je tuin en bespaar je water.
Waarom kiezen voor onze kartonnen platen? Eenvoudig en effectief: Leg de platen op je tuinbed, bedek ze vervolgens met compost en laat de natuur haar werk doen. Doordat het karton het licht tegenhoudt, wordt onkruid onderdrukt. Bovendien verbetert het de bodemstructuur en houdt het vocht vast.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Hiervoor heeft de overheid beleid ingesteld, waarbij boeren op vaste data moeten oogsten, zoals 1 oktober geldt voor aardappelen. Na deze datum moet er namelijk een 'vanggewas' worden ingezaaid, zoals gras of wintertarwe. Dat houdt stikstof vast, zodat het niet in de bodem en het grondwater terechtkomt.
Wanneer de aardappelplanten ongeveer 30 cm hoog zijn, kun je ze aanaarden. Aanaarden is nodig zodat je knollen niet boven de grond komen te liggen en groen zouden worden. Groene knollen zijn namelijk giftig en ongeschikt om te eten. Dit wil je dus voorkomen.