Als de temperatuur van de aardappel onder de 4 graden komt, gaat het zetmeel in de aardappelen aardappel versuikeren, hierdoor gaat hij zoet smaken. Inwendig komen er zwarte plekken. Daarom is het belangrijk dat u de aardappel nooit met vorst in een ongeïsoleerde ruimte moet laten.
Niet overdag, elke straal zon doet ze goed. Houd het weerbericht in jouw omgeving in de gaten en leg de bescherming vast klaar. Een MM muts, handdoek, laken, dekbedovertrek, gordijn of offer die trui op die je toch niet meer draagt. Verzin iets en wees voorbereid, aardappels kunnen niet tegen temperaturen onder nul.
Het korte antwoord
De meeste aardappelrassen kunnen lichte vorst (temperaturen tussen 28 en 32 graden Celsius ) met weinig tot geen schade overleven. Je ziet misschien wat bladschade, maar de aardappel onder de grond zal het prima doen.
Rauwe aardappelen vriezen niet. Ze worden helemaal grijs en vies. Voor gekookte aardappelen (in verschillende vormen) vriezen wel goed. Zelfgemaakte diepvries-gebraden aardappelen kunnen worden gemaakt door ze te voorkoken, in vet te coaten, te bevriezen en dan op de dag zelf in de oven af te maken.
Het hangt ervan af hoe erg de vorstschade is. Als het lichte vorstschade betreft met een paar aangetaste bladeren, laat die dan staan en kijk hoe de planten herstellen . Als de bladeren zwart zijn en beginnen te rotten, verwijder ze dan, want dit kan de verspreiding van ziekten bevorderen.
Bereid de frieten vanuit de diepvries voor het beste resultaat. Doe de frieten of chips direct in een voorverwarmde oven op de oorspronkelijke temperatuur, met een extra baktijd van 10-15 minuten voor frieten of grotere stukken aardappel . Je kunt frieten direct vanuit de diepvries bakken.
Antwoord. Aardappelen die per ongeluk bevroren zijn, kunnen helaas niet worden gebruikt . Het water in de aardappelcellen zal de vaste bestanddelen afbreken en zal inderdaad pap worden en niet meer werken na ontdooiing.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Rauwe aardappelen kunnen niet worden ingevroren . Er vindt een enzymreactie plaats om te voorkomen dat de aardappelen zwart worden.
Waarom raden we aan om aardappelen niet te koud te bewaren? Het zetmeel verandert bij temperaturen onder de 4 graden Celsius in suiker en de aardappelen beginnen dan zoet te smaken.
Volgroeide aardappelen kunnen nog twee weken in de grond blijven om de schil te laten uitharden en het uithardingsproces te starten. Als de grond echter verzadigd raakt door overmatige regenval of er kans is op vorst, is het het beste om de aardappelen zo snel mogelijk te oogsten.
Nadat de aardappelen gekookt zijn, moeten ze worden afgekoeld en binnen twee uur in de koelkast worden bewaard bij 4 graden Celsius of lager . Door de hitte en het vocht die tijdens het koken vrijkomen, worden aardappelen potentieel gevaarlijk en moeten ze buiten de gevarenzone (4-60 graden Celsius) worden gehouden.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
De gecultiveerde aardappelsoorten zijn zeer vorstgevoelig en sterven vaak af wanneer de weefseltemperatuur onder de -3 °C daalt. Verschillende niet-gecultiveerde knoldragende soorten kunnen temperaturen tot -6 °C overleven.
Om te voorkomen dat uw aardappel scheuten krijgt luidt ons advies om de aardappelen altijd op een koele en donkere plek te bewaren, zoals een schuur of kelder. Denk bij de aankoop van aardappelen ook altijd vooruit naar wat u gaat maken in de toekomst.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
De uitlopers zelf kun je beter niet opeten. In de uitlopers zit namelijk het giftige stofje solanine, waarmee de aardappel beschermd wordt tegen schimmels en insecten. Maar geen nood, als je ze er goed afsnijdt is er niks aan de hand. Van dit stofje kun je overigens flink buikpijn, diarree of koorts krijgen.
De meeste vroege en middelvroege aardappelen kunnen in juli/augustus geoogst worden. Halflate of late rassen oogst je vervolgens in september of oktober.
Houten boxen waarin je behandelde aardappelen bewaarde gooi je dus beter weg. Professioneel is er al geëxperimenteerd met alternatieven zoals muntolie en ethyleen. Die zijn niet voor de particulier beschikbaar. De boer en handelaar bewaren aardappelen vooral koel, luchtig en donker, en dat doe je best ook.
Ja, groene, bruine en beurse plekken en uitlopers moet je goed wegsnijden uit aardappels. In de uitlopers van oudere aardappelen en in de schil van onrijpe aardappelen kan namelijk de stof solanine voorkomen. In grote hoeveelheden is deze stof giftig voor de mens.
De ideale bewaartemperatuur ligt namelijk tussen 4 en 10 graden. Maar omdat niet iedereen een kelder heeft, kun je ze ook in de schuur zetten. Bewaar je ze in de keukenkast, of in de buurt van de verwarming en dus op kamertemperatuur dan gaan de aardappelen snel achteruit.
Gedane proeven hebben bovendien bewezen, dat het niet noodig is. In verband hiermede volrfen hier eenige raadgevingen: Bevroren aardappelen worden pas soet en daardoor oneetbaar, als men ze laat ontdooien voor het koken.
Verkleuringen bij aardappelknollen verminderen. Inwendige zwart- of bruinkleuring en andere verkleuringen van aardappelen zijn verantwoordelijk voor aanzienlijke verliezen na de oogst. Deze verkleuringen worden veroorzaakt door oxidatie van fenolische stoffen (vooral tyrosine en melanine).
Don'ts: dit kun je beter niet invriezen. Rauwe aardappelen invriezen is geen goed idee, ze veranderen namelijk compleet van karakter. De grote hoeveelheid vocht in de aardappel vormen zich tot ijskristallen die de cellen kapot maken. Dit zorgt ervoor dat ze na het ontdooien papperig en waterig worden.