Het verband tussen cafeïne en autisme is zeker niet aangetoond in deze studie. Er is meer onderzoek nodig alvorens een strengere norm voor cafeïne op te stellen in de preventie van autisme.
Uit onderzoek is gebleken dat cafeïne de cognitieve functie kan verbeteren, hyperactiviteit kan verminderen en de sociale interactie kan vergroten bij mensen met autisme .
Autisme is in hoge mate erfelijk, zo blijkt uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken. Een recent, grootschalig onderzoek in vijf verschillende landen laat zien dat autisme voor naar schatting 80% erfelijk is bepaald. Eerdere onderzoeken, onder meer onder tweelingen, lieten vergelijkbare percentages zien.
Kinderen met autisme lijken extra last te hebben van vitamine B-tekorten. De methylering van vitamine B-deficiënte kinderen met een stoornis in het autistische spectrum is meer aangetast in vergelijking met gezonde kinderen die dergelijke vitamine B-deficiënties ook hebben, zo blijkt uit onderzoek.
De meeste studies tonen lagere vitamine D-niveaus aan bij kinderen met ASS dan bij controlegroepen. Kinderen met ASS hebben mogelijk een grotere kans op een foliumzuur- en B12-tekort dan controlegroepen. De ferritineniveaus waren consistent lager bij kinderen met ASS dan bij controlegroepen. Er was geen consistent verschil in de niveaus van belangrijke mineralen tussen kinderen met ASS en controlegroepen.
Ondanks dat autisme niet te genezen is, kun je wel leren wat autisme is en wat dit voor jou betekent, bijvoorbeeld door middel van psycho-educatie. Daarnaast kun je door middel van hulp en/of behandeling op de gebieden waar je problemen ondervindt, beter om leren gaan met de klachten die je door autisme hebt.
Is autisme erfelijk? Als je vader of moeder autisme heeft, is de kans dat jij ook autisme krijgt ongeveer 15 tot 20%. Als twee mensen uit je gezin deze psychische aandoening hebben, is de kans dat jij het krijgt 40%.
Er is nog veel onbekend over het ontstaan van autisme. Wel is bekend dat autisme voor een groot deel erfelijk is en je dus met autisme wordt geboren. Ook speelt de omgeving een rol. Autisme ontstaat dus door een combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren.
Mensen met autisme kunnen vastlopen in hun hoofd door hun andere manier van waarnemen en denken, en doordat ze zich proberen te conformeren aan de manier waarop neurotypische mensen zich gedragen. Als het te veel wordt, kunnen ze uiteindelijk exploderen of juist in zichzelf keren.
Problemen in de sociale interactie (contactstoornis)
Moeite om te begrijpen wat een ander van jou verwacht. Het niet goed kunnen aanvoelen van andere mensen. Weinig aandacht voor de ander. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in praten tegen iemand, in plaats van met iemand.
Over het algemeen zijn mensen met een actieve levensstijl veel veerkrachtiger en meer gefocust. Er lijkt ook bewijs te zijn dat lichaamsbeweging mensen met depressie en ADHD helpt, aandoeningen die vaak samengaan met autisme.
Oorzaak autisme
Zo is bekend dat erfelijkheid een rol speelt. Ook de leeftijd van ouders bij de bevruchting speelt een rol. Een laag geboortegewicht is een andere risicofactor. Het is een fabel dat door de wijze van opvoeding autisme kan ontstaan.
OVERGEVOELIGHEID VOOR CAFEÏNE
Mensen die overgevoelig zijn voor cafeïne reageren zelfs op een kleine dosis cafeïne. Ze kunnensymptomen van "cavitatie" of cafeïnisme ervaren bij hoeveelheden vanaf 100 mg. Dit betekent dat ze een snelle hartslag, nervositeit of slapeloosheid kunnen ervaren na minder dan één kop koffie.
Sterker nog, onderzoekers zeggen dat autisme voor 60 tot 90 procent erfelijk is. En in wel 40 procent van de gevallen kunnen artsen een specifieke set genetische mutaties vinden die de aandoening verklaren.
Cafeïne, dat in koffie voorkomt, blijkt de alertheid te verhogen en de cognitieve prestaties te verbeteren bij mensen met autisme. De studie suggereert dat cafeïne autismesymptomen kan beïnvloeden door de balans te verstoren van neurotransmitters die betrokken zijn bij aandacht, stemming en sensorische verwerking.
Genetica. Verschillende genen lijken betrokken te zijn bij een autismespectrumstoornis . Bij sommige kinderen kan een autismespectrumstoornis verband houden met een genetische aandoening, zoals het Rett-syndroom of het fragiele-X-syndroom. Bij andere kinderen kunnen genetische veranderingen, ook wel mutaties genoemd, het risico op een autismespectrumstoornis verhogen.
De DSM-criteria voor autisme zijn onder meer: problemen op het gebied van sociale communicatie en sociale interactie; beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten en over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels.
Autisme kan ook het gevolg zijn van schade die op jonge leeftijd aan de hersenen is ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg zuurstoftekort tijdens de zwangerschap of de geboorte, een infectie tijdens de zwangerschap of op de babyleeftijd of schade aan de hersenen als gevolg van ongeval op jonge leeftijd of middelengebruik ...
Mensen met autisme zonder verstandelijke beperking sterven gemiddeld 12 jaar eerder, op een leeftijd van 58 in plaats van 70. Bij die groep zijn hartproblemen de belangrijkste doodsoorzaak, gevolgd door zelfdoding. Onderzoeker Tatja Hirvikoski noemt de uitkomsten van het onderzoek 'schokkend en frustrerend'.
Wetenschappers ontdekten echter een sterke genetische component van de vader die bijdroeg aan een autismediagnose bij broers en zussen. Het onderzoek concludeert niet dat de vader in alle gevallen een autismegen draagt, maar het toonde wel aan dat autistische broers en zussen het genoom van hun vader bijna twee keer zo vaak delen als dat van de moeder.
Als een van uw ouders autisme heeft, is de kans dat u het krijgt 15 tot 20%. Autisme wordt veroorzaakt door een combinatie van omgevingsfactoren en genvarianten. Met genetisch onderzoek kan ongeveer 15% van de erfelijke oor- zaken van autisme gevonden worden.
Autisme spectrum stoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis die gekenmerkt wordt door onder andere problemen met sociale omgang en communicatie, een drang naar onveranderlijkheid, sterk begrensde interesses en herhaalde rituelen. Kinderen - en volwassenen - met autisme hebben vaak een gebrek aan vitamine D.
De "6-secondenregel" is een communicatiestrategie die wordt gebruikt om autistische mensen te ondersteunen door hen extra verwerkingstijd te geven nadat een vraag is gesteld . In plaats van een onmiddellijk antwoord te verwachten, pauzeert iemand die deze regel gebruikt ongeveer zes seconden na het stellen van een vraag voordat hij deze herhaalt of verdergaat.