Je kunt dit testen door een stokje in de grond te steken en te checken of deze er vochtig uitkomt of niet. Hoe zie ik dat mijn plant te weinig water krijgt? Een plant die te weinig water krijgt, ziet er treurig uit. Op plekken waar de stengels en het blad dun zijn, gaat de plant vaak slap hangen.
Grote kans dat de wortels beschadigd raken door wortelrot. Gelukkig kan je je plant in veel gevallen toch nog redden! Als je je plant te veel water hebt gegeven, herken je dat vaak aan blad dat geel wordt en afvalt. Maar het kan ook zijn dat bladeren juist verdrogen en bruin worden.
Een plant die te weinig water krijgt, herken je vaak aan de bladeren. Soms gaan ze een beetje hangen, ze voelen wat minder stevig aan of worden een beetje doffer van kleur. In het uiterste geval zullen de bladeren verschrompelen en van de plant vallen.
Water geven doe je pas wanneer de bovenkant van de grond lichter van kleur wordt. Nog beter: steek een vinger in de grond, plakt er aarde aan je vinger? Dan is de grond nog vochtig genoeg. Wacht nog even met water geven.
Als een plant te veel water krijgt, zal hij waarschijnlijk gele of bruine, slappe, hangende bladeren ontwikkelen in plaats van droge, knisperende bladeren (die een teken zijn van te weinig water). Verwelkende bladeren in combinatie met natte grond betekenen meestal dat er wortelrot is opgetreden en de wortels geen water meer kunnen opnemen.
Elke plant heeft zijn eigen specifieke behoeften, maar als uitgangspunt geldt: planten in potten met een diameter van 7,5 tot 10 cm hebben ongeveer een half kopje water nodig. Potten met een diameter van 13,5 tot 18,5 cm hebben ongeveer 2,5 tot 3 kopjes water nodig . Potten met een diameter van 20-25 cm hebben ongeveer 4,5 tot 6,5 kopjes water nodig.
Steek een troffel in de grond en kantel de troffel om de vochtigheid van de tuinplanten te controleren. Je kunt ook een houten deuvel in de grond steken om de vochtigheidsgraad van de grond te bepalen. Als de deuvel er schoon uitkomt, is de grond droog . Vochtige grond blijft aan de deuvel plakken.
In tegenstelling tot wat je wellicht zult vermoeden is neerslagwater vanuit de wolken beter voor de planten dan leidingwater uit de kraan. Dat water komt namelijk uit de grond, waardoor er meer mineralen en kalk in zit. Bij regenwater zullen er veel minder opgeloste stoffen aanwezig zijn.
Steek een houten of bamboestokje in de grond (tot op de bodem van de pot of in de onderste laag grond). Trek het stokje er voorzichtig weer uit . Als de grond erg droog is , zal het moeilijker zijn om het stokje eruit te trekken en zal het droog aanvoelen.
Over het algemeen is één tot twee keer per week je kamerplanten water geven prima. In de zomer kan het soms wat vaker nodig zijn, in de winter juist weer wat minder. Kijk vooral goed naar je plant. En als je twijfelt over hoe vaak kamerplanten water geven nodig is, kun je gewoon even je vinger in de potgrond steken.
Geef de wortels water : in plaats van de bladeren te besproeien, kun je het beste water geven op de grond rond de basis van de plant. Het is cruciaal om je te concentreren op de wortels, die verantwoordelijk zijn voor het opnemen van voedingsstoffen en vocht.
Hoe werkt een waterbol of waterdruppelaar? Het is supermakkelijk. Je vult de bol met water en plaatst 'm ondersteboven in de aarde. Dat doe je beter snel, want anders belandt een deel van het water op de grond in plaats van in de plantenpot.
Slappe bladeren zijn meestal een teken van te weinig water. Geef je plant simpelweg wat extra water en de bladeren zouden vanzelf weer moeten bijtrekken! Maar het tegenovergestelde kan ook, te veel water. Wist je dat planten vaker doodgaan aan te veel dan aan te weinig water?
Heb je jouw plant te weinig water gegeven? Dan worden bladeren vaak slap, rimpelig en donkerder van kleur. Geef dan niet direct een enorme plens water! Bij te veel water zullen de wortels dit niet meer opnemen en kunnen ze gaan rotten.
Veel kamerplanten, zeker tropische soorten, houden van een hoge luchtvochtigheid. In de winter, als de verwarming aanstaat, is de lucht vaak erg droog in huis. Hierdoor kunnen bladeren bruine puntjes of randen krijgen. Direct zonlicht kan bladeren verbranden.
Om wortelrot te herkennen, kan je de plant uit de pot halen en de wortels inspecteren. Gezonde wortels zijn stevig, wit of lichtbruin van kleur. Als er sprake is van wortelrot zal je merken dat je te maken krijgt met bruine, zachte of zelfs zwarte wortels.
Om te bepalen of je plant water nodig heeft is het dus belangrijk om goed aan de grond te voelen. Blijft er grond aan je vinger plakken, dan betekent het dat de grond vochtig is. Overigens, als de grond bovenop droog is, betekent dat niet dat de hele grond droog is. Onder in de pot kan de grond nog altijd vochtig zijn.
Als je plant al wat langer te veel water krijgt kan je dat zien aan de bladeren. Ze zullen lichtgroen of geel worden en uiteindelijk van de stam afvallen. Heeft je plant al wortelrot door een overschot aan water, dan is de kans groot dat de bladeren juist verdorren en van de plant afvallen.
Geef je planten 's avonds water als de zon niet meer vol op je planten schijnt. Je planten hebben zo heel de nacht de tijd om het water goed op te nemen. Geef altijd water tussen de planten ipv over de planten. Wanneer je het water over de planten giet en de zon schijnt er nog op zullen de bladeren verbranden.
Meestal brengen de bladeren van planten uitkomst; zijn deze dik en vlezig, dan heeft een plant minder water nodig dan wanneer je veel kleine, dunne blaadjes ziet. Planten die op een zonnige plaats staan hebben meer water nodig dan planten die in de schaduw staan.
De voordelen van een waterdruppelaar
Minder kans op overbewatering: Overbewatering is een van de belangrijkste oorzaken van plantensterfte, maar met een waterdruppelaar weet je zeker dat je planten precies de juiste hoeveelheid vocht krijgen.
Over het algemeen kunnen de meeste kamerplanten ongeveer een week tot twee weken zonder water overleven, maar zeker in de zomer hebben de meeste planten meer water nodig om in leven te blijven. Dit is daarom ook heel belangrijk om rekening mee te houden als je op vakantie gaat of een lang weekend weg bent.
Op een permanent natte bodem kun je ook moerasplanten zetten. Maak een verhoogd, droog gedeelte met grond die je elders op je terrein afgraaft. Op het drogere deel kan dan je terras of een speelgazon komen. In het nattere, dieper gelegen gedeelte leg je een wadi, poel, moeras of vijver aan.
Hoe je de grond kan verbeteren in je tuin hangt af van de staat van de bodem: harde grond moet je losmaken door zand aan het gras toe te voegen. Als de grond te los zit, moet je daarentegen het vermogen om water en voedingsstoffen vast te houden verbeteren. Gebruik hiervoor best het kleimineraal Bentonit.
Wat voor grond je ook hebt, je kunt snel controleren of ze goed of slecht doorlatend is. Gooi je een emmer water leeg op één plek. Trekt het water direct de grond in dan is ze goed doorlatend, blijft er lang een plas water staan dan is ze slecht doorlatend.