Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde. Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken. Zo zorg je voor extra bescherming. Het aanaarden herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
Als ik aardappelen in een verhoogd bed kweek, graaf ik ze tijdens de groei twee, mogelijk zelfs drie keer aan met aarde en stro. Hier leest u hoe u aardappelen in een verhoogd bed kunt aanaarden. Zodra de aardappelplanten een hoogte van twintig tot dertig centimeter hebben bereikt, is het tijd om de grond rond de aardappelen aan te aarden.
Verzorgingstip : aardappelen aanaarden
Aardappelen worden traditioneel aangeaard. Dit betekent dat de grond rond de scheuten wordt opgehoogd. Op deze manier zal de warmte in de bodem beter worden vastgehouden en zullen er zich meer ondergrondse zijscheuten ontwikkelen waarop zich knollen kunnen vormen.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Vaak gebeurt dat in het voorjaar en afhankelijk van het aardappelras is bepaald hoe lang deze onder de grond blijven. Vroege rassen hebben een groeiperiode van 90 – 100 dagen, waar dat bij late aardappelen minimaal 150 dagen is. Hoe langer een aardappel onder de grond blijft, hoe beter deze beschermd is.
Normaal moet alle mais binnen zijn voor 1 oktober, zodat andere gewassen als gras of bladkool de tijd hebben om overtollig stikstof uit de bodem te halen, wat goed is voor het milieu.
De regels zijn bedoeld voor het verbeteren van de waterkwaliteit, een belofte die de Nederlandse regering op Europees niveau heeft gedaan. Boeren die aardappels hebben geoogst, moeten tijdig gewassen planten die een deel van de overgebleven meststoffen uit de grond halen, zodat ze niet in het water terechtkomen.
Voor je aardappelteelt volstaat een flinke bemesting met verteerde stalmest of met compost. Vervolgens moet je er voor zorgen dat je grond rijk is aan kalium (kali of tuinpotas) en magnesium (kieseriet). De kalium zorgt voor een betere vruchtvorming en de magnesium voor een mooier en sterkere loof.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
De opbrengst per plant varieert tussen de 1 en 2 kg, afhankelijk van het ras en de oogsttijd. Vroege aardappelen leveren gemiddeld 900 gram per plant, terwijl late rassen tot 2,5 kg per plant kunnen produceren.
Aardappelen houden van veel zon, hoe meer zon hoe meer de plant het naar zijn zin heeft en dus ook meer oogst zal leveren. De aardappelen horen ook bloemen aan te maken, deze zorgen voor meer knollen in de grond.
Plant de aardappelen in rijen.
Zorg voor voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden. Maak plantgaten van zo'n 5 cm diep. In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm). Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten.
Wanneer de aardappelplanten ongeveer 30 cm hoog zijn, kun je ze aanaarden. Aanaarden is nodig zodat je knollen niet boven de grond komen te liggen en groen zouden worden. Groene knollen zijn namelijk giftig en ongeschikt om te eten. Dit wil je dus voorkomen.
Aardappelen verkiezen een bodem met een lage pH-waarde, 5 à 6 is voldoende. Een bodemverbeteraar, zoals Horta Koemest of Horta Universele Bodemverbeteraar, geeft je aardappelplanten een goede start. Kalium voorkomt glazigheid en zorgt later voor een betere bewaring.
Met het aanaarden van gewassen breng je grond op of om de plant aan en bedek je onkruid binnen de gewasrij. Daarnaast wordt het gewas enigszins beschermd tegen vorstschade, helpt het grondscheuten wortelen en vergemakkelijkt het de oogst. De manier van aanaarden verschilt per gewas.
Als voorbeeld: voor een kilo aardappelen krijgt de boer tussen de 3 en 20 cent. De kostprijs ligt tussen 12 en 18 cent per kilo. In de supermarkt betaalt de consument grif tussen de €0,50 en €2,00 voor een kilo aardappelen, ook als die niet geschild en voorgekookt maar onbewerkt zijn.
Wanneer aardappelen in een hydroponische teelt (op water) worden verbouwd zonder calcium, vervallen de bladstelen en groeipunten en kunnen zich bij de ontwikkelende knollen grote barsten voordoen in de schil. Meer informatie over calcium en andere gebreksverschijnselen vindt u in Gebreksverschijnselen - Aardappelen.
Je kan je aardappelen een kick-start geven met een organische grondverbetering met gedroogde koemest of bodemverbeteraar. Kalium voorkomt dan weer glazigheid en zorgt later voor een betere bewaring.
Aanaarden: Zodra het loof boven de grond ongeveer 15 cm hoog is, bedek je de met een extra laag aarde rondom de planten om de stengels te bedekken. Dit voorkomt dat de knollen blootgesteld worden aan zonlicht, wat groene (en giftige) plekken kan veroorzaken.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Hiervoor heeft de overheid beleid ingesteld, waarbij boeren op vaste data moeten oogsten, zoals 1 oktober geldt voor aardappelen. Na deze datum moet er namelijk een 'vanggewas' worden ingezaaid, zoals gras of wintertarwe. Dat houdt stikstof vast, zodat het niet in de bodem en het grondwater terechtkomt.
Geschikte vanggewassen hiervoor zijn Italiaans of Engels raaigras. In dit systeem is een aangepaste onkruidbestrijding noodzakelijk en is er altijd sprake van een compromis tussen een geslaagde onkruidbestrijding en een geslaagde onderzaai.
Hierbij zijn er twee opties. Optie 1: Twee jaar rustgewas en zes jaar mais telen waarbij het rustgewas in het laatste en het eerste jaar van elk blok geteeld wordt. Deze optie past binnen dit voorbeeld vooral goed bij gras of gras-klaver als rustgewas. Optie 2: Na drie jaar mais, één jaar rustgewas telen.