Sla is een eenjarig gewas dat snel uitgroeit van zaadje tot volwaardige krop. Slechts weken zitten er tussen zaaien en oogsten; de gemiddelde groeiperiode bedraagt 35 tot 60 dagen.
In potgrond zit voldoende voeding voor 8 weken, en daar heb je voldoende aan want ongeveer 10 weken na het zaaien kun je de sla al oogsten. In de volle grond kun je ongeveer 2 weken voor je de zaailingen uit gaat planten wat algemene moestuinvoeding geven volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Over het algemeen heeft Sla ongeveer 1 - 1,5 centimeter water per week nodig. Dat volume moet gelijkmatig worden verdeeld over de wekelijkse besproeiing. Als het warmer wordt, moet u misschien meer water geven, maar in de meeste gevallen is twee centimeter per week een goede basishoeveelheid.
Zaaien. Sla kun je bijna het hele jaar door telen. De zaden kiemen het beste bij koele omstandigheden, tussen de 10 en 20°C. Bij te hoge temperaturen (boven de 25°C) kan de kieming juist worden geremd.
Kropsla planten of uitplanten op de bestemde plek kan in de kweekkas van februari tot maart en van november. Kropsla planten of uitplanten op de bestemde plek kan buiten van maart tot september. Kropsla is makkelijk te ontkiemen, ook bij lagere temperaturen.
Plant pluk- of snijsla kun je uitplanten op 10 tot 15 cm afstand tussen de plantjes en 25 cm tussen de rijen. Zaai je pluksla rechtstreeks, dun dan goed uit. Sla die te dicht gezaaid is schiet door. kropsla, Ijsbergsla en Romeinse bindsla zaai je 25 tot 35 cm tussen de planten en 25 tot 35 cm tussen de rijen.
Kropsla die enige graden vorst kan verdragen, zeker in huidige milde winters een optie voor een winterteelt. Oogstbaar vanaf eind november tot april afhankelijk van zaaitijd. Let op met stikstofbemesting in wintermaanden i.v.m. nitraatvorming in bladgewassen.
Je kunt de meeste slasoorten direct in volle grond zaaien, dus houd een plekje vrij in je moestuin. IJsbergsla en kropsla zaaien doe je tot en met juli, terwijl je rucola ook in augustus nog kunt zaaien.
Je kunt nog gerust bloemen zaaien in het najaar. Sterker nog, het najaar is een uitstekende periode om wilde bloemen te zaaien. De natuur doet dit zelf ook. Planten laten namelijk na de bloei hun zaden vallen.
Pluksla vormt geen krop, maar losse blaadjes. Die oogst je aan de buitenkant en dan groeit de binnenkant gewoon door. Zo kun je van een slaplant lang door blijven oogsten.
(Te) vroeg zaaien brengt risico's met zich mee. Door de combinatie van weinig licht en veel warmte binnen worden veel vroege zaailingen slap of gaan dood.
Wie van spinazie, sla of andijvie houdt, hoeft zich niet meer in te houden: volgens het Voedingscentrum blijkt uit nieuw onderzoek dat het eten van deze nitraatrijke groenten niet gevaarlijk is.
Plantjes groeien niet
Dit kan te maken hebben met het weer: te warm, te koud, te droog, te nat. Veel wind kan ook de oorzaak zijn: dan moet je plantjes te veel energie stoppen in het rechtop blijven staan en gaat dat ten koste van de groei. Staan plantjes te dicht op elkaar dan kunnen ze ook niet goed groeien.
Hoe lang mag je niet op pas gezaaid gras lopen? Zodra het gras begint te groeien, is het nog erg kwetsbaar. Vermijd betreding van het gazon gedurende de eerste vier tot zes weken. In deze periode ontwikkelt het gras wortels en moet het zich goed kunnen hechten aan de bodem.
Sla die onder glas gekweekt wordt is neutraler en malser van smaak dan sla die buiten gekweekt wordt. Je kan vanaf februari sla in huis kweken en vanaf maart overschakelen om sla onder glas of bij een goed voorjaar buiten te kweken.
De lange lichte dagen van juni en juli zijn heerlijk voor ons maar minder geschikt voor onze kroppen sla. Sla is namelijk gevoelig voor daglengte: rond de langste dagen van het jaar schieten de kroppen snel door. Dat doorschieten betekent niets anders dan dat de kroppen sla gaan bloeien.
Plaats de plantjes met ongeveer 20 cm ruimte naast elkaar op een rij. Plant de slaplantjes op ongeveer 4 cm diepte en druk even de aarde aan. Hou 25 cm ruimte aan tussen de rijen sla planten.
Omdat kropsla uit meer dan 90% water bestaat, moet je de plant regelmatig doordringend water geven. Anders worden de bladeren snel slap. Giet steeds aan de voet van de plant (niet over de bladeren) om schimmelziekten te vermijden.
Sla moet worden voorzien van een uitgebalanceerde meststof, hoewel hij misschien niet veel bemesting nodig heeft als de grond rijk genoeg is. Organische meststoffen zoals visemulsie, goed verteerde mest en compost of compostthee werken zeer goed voor de teelt van Sla.
Stop de gewassen bladeren dus niet in een afgesloten plastic zak. Was de sla en zwier de bladeren in de slacentrifuge. Wikkel de bladeren voorzichtig in een propere keukenhanddoek en leg alles in de koelkast.
Veldsla doet het ook prima in een koude bak of onverwarmde kas. Dan kun je zelfs midden in de winter zaaien.
Gebruik een brede, ondiepe schaal, kweekzak of pot van 20-40 cm breed en 5 cm diep. Zaai dun en houd er rekening mee dat voor een optimaal resultaat elk zaadje ongeveer een vierkante cm ruimte nodig heeft. Dek de zaden af met een 0,5 cm grond en geef water met een fijne broes.