Om klontjes te voorkomen, haal je de bloem voor het mixen door een zeef. Laat het beslag even rusten. Lastig als je maag rommelt, maar je pannenkoeken worden er echt lekkerder door. Vijf minuten laten rusten is al goed, maar een half uur is nog beter.
Laat je beslag even met rust!
Als je het beslag laat rusten, vormen zich meer glutenverbindingen en wordt je pannenkoek meer één geheel (steviger en elastischer) waardoor je ze makkelijker kunt bakken. Maar hoe lang moet je het beslag laten rusten? Minimaal een uur in de koelkast. 2,5 uur is nog beter.
Over het algemeen geldt: Je pannenkoekenbeslag een uurtje laten rusten loont, want ze worden er gladder van en de belletjes verdwijnen.
Maar wat de meesten wel weten, is dat er op twee februari wordt gesmuld van lekkere pannenkoeken. Een eeuwenoud gezegde luidt immers: "Op twee februari is geen vrouwtje zo arm, of ze maakt haar pannetje warm". Door pannenkoeken te bakken werd vroeger de overschot van de bloem opgemaakt voor de nieuwe oogst.
Het vuur onder controle krijgen
Pannenkoeken bakken moet je in de vingers krijgen. Het is belangrijk om wat te 'spelen' met de stand van het vuur. Zet het vuur iets hoger wanneer je een pannenkoek begint te bakken. Zet het wat zachter wanneer je de koek hebt omgedraaid.
Verhit een licht ingevette bakplaat of pan op middelhoog vuur. Giet of schep het beslag op de bakplaat, gebruik ongeveer 60 ml per pannenkoek; bak tot er belletjes ontstaan en de randen droog zijn, ongeveer 2 tot 3 minuten. Draai de pannenkoek om en bak tot de andere kant ook bruin is .
Pastadeeg dat je niet laat rusten zal veel te elastisch zijn, laat pastadeeg minstens een halfuurtje rusten na het kneden, zodat de gluten kunnen ontspannen en je een stevig deeg bekomt.
Blijf kloppen tot een glad beslag. Voeg nu de gesmolten boter toe en klop goed door. Laat het beslag idealiter 15-30 minuten rusten. Dit helpt de gluten te ontspannen, waardoor de pannenkoeken malser en dunner worden, omdat het beslag gemakkelijker smeert.
Bak één pannenkoek per keer (½-¾ dl beslag per pannenkoek) op hoog vuur, ca. 1 minuut per kant of tot ze goudbruin zijn. Houd ze warm onder aluminiumfolie en herhaal dit tot het beslag op is. Serveer de pannenkoeken met slagroom en jam.
De belletjes bovenop laten je weten wanneer het tijd is om de pannenkoek om te draaien.
De reden waarom de eerste pannenkoek mislukt, is eigenlijk heel logisch: wanneer je wilt beginnen te bakken, is je pannenkoekenpan meestal nog niet heet genoeg. En da's net heel belangrijk om het beslag niet aan de pan te laten plakken.
Na 1 uur moet het beslag worden weggegooid. Hetzelfde onderzoek stelt vast dat vers pannenkoeken-, pancakes-, wafels- en poffertjesbeslag gekoeld (max. 7 graden) voor maximaal 2 dagen en gekoeld (max. 4 graden) bij 3 dagen bewaard mag worden.
De klassieke verhouding voor pannenkoekenbeslag is, 500 ml melk, 250 gram bloem, 2-3 eieren en een snufje zout. Oftewel de volgende verhouding: 2 delen melk, 1 deel bloem en 0,5 deel eieren plus een beetje zout.
Voordat je begint met bakken zorg dat de pan goed heet is. Zet de pan alvast op een zacht vuurtje met een beetje olie als je het beslag gaat maken. Wat ook helpt is een speciale pannenkoekpan, zodat je goed kan zien dat de pan op temperatuur is en je de pannenkoek gemakkelijk kan omdraaien.
Laat de koelkast rusten.
Dit is om te zorgen dat de olie in de compressor zich weer kan verdelen na het vervoer. Laat de koelkast minstens 12 uur staan voordat je hem aanzet.
3 Te lang rijzen
Je deeg te lang laten rijzen is nog een reden dat je brood kruimelig wordt. De textuur van een brood steunt op de juiste verhouding van gluten, zuurstof en waterdamp. Als het deeg te lang rijst, wordt de gist overactief en is de verhouding uit balans. Je brood valt dan in of wordt plat.
Laat je pannenkoekenbeslag wel niet te lang op kamertemperatuur staan, want in het beslag zitten eieren en melk, die zich nu eenmaal beter voelen in een frisse koelkast dan op een warm aanrecht. Kortom: ja, je kunt pannenkoekenbeslag gerust op voorhand maken en je doet er zelfs goed aan.
Laat restjes niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan.
De bovenkant moet bijna droog zijn voor je hem omdraait, dan weet je ook zeker dat de pannenkoek gaar is als de onderkant bruin is.
Sofie: “Dat komt meestal doordat je pan nog niet warm genoeg is. Pannenkoeken bak je in een hete pan – en omdat we zoveel zin hebben in die pannenkoeken, hebben we meestal niet genoeg geduld. Om te checken of je pan warm genoeg is, kun je een paar druppeltjes water in de pan laten vallen.
Eerste hulp bij plakkende pannenkoeken
Voeg een scheutje olie of gesmolten boter toe aan het beslag. Zorg dat je pannenkoekenpan niet te heet of te koud is. Laat hem rustig warm worden en doe dan pas het beslag erin. De pan moet overal zo heet zijn, dat het beslag onmiddellijk aanbakt.
Verhit een klontje boter in een koekenpan van 24 cm doorsnee en schep er een soeplepel beslag in. Draai de pan rond zodat de hele bodem bedekt is. Laat de pannenkoek 2 min. op middelhoog vuur bakken tot de bovenkant droog is en de onderkant goudbruin. Draai de pannenkoek om en bak nog 1 min.