Wanneer je grotere appels wilt krijgen van jouw appelboom kun je het beste de appelboom uitdunnen. Wat betekend dat je dus een aantal vruchten verwijderd. Hierdoor gaat er nog meer energie vanuit de boom naar de juiste appels om deze nog groter en smaakvoller te laten worden.
Als de boom slecht groeit, en weinig blad vormt. Maar geen ziek blad heeft of veel beschadigde takken. Kan het ook zijn dat hij op een slechte grond staat. Vaak is de grond niet te arm, maar te droog of juist te nat.
Door fruit handmatig van de bomen te dunnen, minimaliseert u de tweejaarlijkse vruchtzetting en bevordert u grotere vruchten van hogere kwaliteit. Laat één of twee vruchten per bloemtros staan, of, voor de beste vruchtkwaliteit, ongeveer 10 tot 15 cm tussen de vruchten aan elke tak.
De oplossing hiervoor is het “dunnen” van de fruitbomen: het weghalen van een aantal vruchten. Als u uitdunt worden de vruchten groter en smaakvoller en zal de boom ook elk jaar vruchten geven. Bij nog jonge bomen is het aan te raden om maar per handbreedte 1 appel te laten zitten.
Een appelboom bemesten. Een appelboom staat liefst op een kalkrijke en voedingsrijke grond. Geef een appelboom daarom in februari eerst kalk (bijv. natuurlijk zeewierkalk), en daarna in maart meststoffen.
Een appelboom heeft in de regel geen kunstmest nodig en kan goed uit de voeten met gedroogde koemest. Zoals bij andere fruitbomen bemesten kun je de grond in februari verrijken met kalkkorrels. Hierdoor wordt de mest beter opgenomen.
Een appelboom stelt maar weinig eisen qua ondergrond. De boom kan echter minder goed tegen een natte ondergrond. Deze is namelijk niet bevorderlijk voor de groei van de appels. Tevens dient u er ook voor te zorgen dat de ondergrond niet te zuur is.
Om te voorkomen dat uw vruchten te vroeg vallen en te profiteren van een overvloedige oogst, is het daarom raadzaam om bestuivende insecten in uw tuin uit te nodigen, de appels in de lente uit te dunnen en uw boom overvloedig water te geven, vooral als deze nog jong is, en zorg ervoor dat u de boom bereikt. de wortels.
De fruitmot, ook wel wormstekigheid genoemd, is funest voor appel- en perenbomen. Je herkent deze plaag al snel door een gaatje in appels aan de boom. Appels (en peren) vallen onrijp van de boom. Als je de appel opensnijdt, dan zie je een worm / rups in de appel of peer; de larve van de fruitmot.
Dunnen is het weghalen van een teveel aan vruchten om zo een betere oogst te krijgen. Soms oogst je na het dunnen iets minder kilo's, maar het fruit is vaak wel van betere kwaliteit en smakelijker. Je knipt de kleinste en aangetaste vruchten als eerste weg.
Kruisbestuiving. Veruit de meeste appelbomen hebben een andere appelboom nodig voor de kruisbestuiving. Er is een klein aantal rassen dat zelf bestuivend is maar een tweede boom in de buurt zal altijd meer opbrengst opleveren (mits die tegelijkertijd bloeit en een geschikte kruisbestuiver is).
- Regelmatig snoeien is cruciaal voor een gezonde groei en lichtinval van appelbomen, wat ziekten voorkomt en een rijkere oogst bevordert. - De beste tijden om appelbomen te snoeien zijn tijdens de wintersnoei (december-februari) en de zomersnoei (juni-augustus), waarbij specifieke snoeibehoeften centraal staan.
Appelbomen groeien het beste op een pH-neutrale tot een (licht) zure bodem. Hoewel je de boom veel water geeft (ligt deels aan de grond), moet overtollig water ook makkelijk weg kunnen. Zorg dus voor een goede drainage. Bij een appelboom in pot kan je hydrokorrels toevoegen aan de grond.
Het kan ook zo zijn dat de boom simpel weg te weinig of te veel water krijgt waardoor de fruitboom geen vruchten geeft. Of te weinig zonlicht dan gaat een fruitboom niet groeien en ook geen vruchten geven. Ook zien we vaak dat een fruitboom als een bolcatalpa gesnoeid wordt.
Het gezegde 'de appel valt niet ver van de boom' is dus botanisch gezien onzin. Een appel is een kleine chemische fabriek met ecologische effecten. Rijpe en rottende appels onder de boom produceren ethyleen. Daardoor rijpen ook andere appels aan dezelfde boom en aan bomen daarnaast.
Appelschurft: Veroorzaakt onregelmatige, donkere vlekken op bladeren en fruit die kunnen barsten en rotten. Echte Meeldauw: Herkenbaar aan een witte, poederachtige laag op jonge bladeren en scheuten. Bruinrot (Monilia): Aangetast fruit ontwikkelt bruine rotte plekken, vooral onder vochtige omstandigheden.
Een mottenval is een prima biologische oplossin
Een mottenval vangt de mannelijke motten, zodat de voorplanting stopt en er dus ook geen eitjes (en geen wormen) zijn. Het werkt met een kleeflaag die een lokstof bevat. Mensen ruiken deze feromonen niet, de mannetjes motten maar al te goed.
Door regelmatig vruchtmummies en aangetaste takken te verwijderen, daalt het infectiepotentieel aanzienlijk. Bij de wintersnoei kunnen vruchtmummies en verdorde takken worden weggesnoeid. Door te snoeien wordt de kroon luchtiger en kunnen takken sneller opdrogen.
Wanneer de bloemen (die eerst ontstaan) weg waaien uit jouw appelboom, kan de boom geen vruchten geven. Dit komt voornamelijk voor wanneer de appelboom op een te tochtige plek staat. Houdt daarom rekening met het plaatsen van een appelboom dat de boom op een beschutte plek staat.
In het algemeen is het belangrijk om appels en peren niet te vroeg te plukken, omdat deze vruchten veel zon nodig hebben om goed te rijpen. Als ze te vroeg worden geplukt, kunnen ze hun smaak en zachtheid verliezen.
Vallen de appels of peren door b.v. wind er wat te vroeg af, en het is nog niet rijp, dan kan je het laten liggen tot het rijp is, of het koken voor appelmoes e.d. Maar dit veel te vroeg afgeplukte fruit, KAN NOOIT rijp worden, is volkomen oneetbaar en is erg ongezond.
Als een fruitboom te veel of te weinig water heeft gekregen zal hij als eerste zijn fruit laten vallen. Dit is als natuurlijke bescherming van de boom. De vruchten vragen namenlijk veel energie en voedingsstoffen, en door ze laten vallen kan hij zichzelf beschermen.
Appelbomen houden van volle zon maar stellen niet zoveel eisen aan de ondergrond. Alhoewel ze minder fan zijn van te arme zandgronden, zware kleigronden en natte, zure bodems. De beste pH-waarde ligt tussen 5,5 en 7.
Bomen die niet gesnoeid worden, gaan takken ontwikkelen die zwakker zijn en breken bij stormweer. Verwaarloosde bomen kunnen zich ook moeilijker herstellen bij schade of plagen. Omgekeerd zorgt terugsnoeien voor dikke en stabiele takken.