Voorbeelden van hydrofobe stoffen zijn vetten en oliën, deze zijn per definitie hydrofoob. De oorzaak dat hydrofobe stoffen niet met hydrofiele stoffen mengen, heeft te maken met de polariteit van een molecuul. Hydrofobe stoffen zijn
Olie- en waterdeeltjes mengen niet omdat de deeltjes erg van elkaar verschillen. Waterdeeltjes zijn polair, oliedeeltjes zijn niet-polair.
Olie en water mengen niet. Dat komt omdat olie niet van water houdt. Olie is ook nog eens lichter dan water, net zoals kurk. Olie blijft doordat het lichter is drijven.
Waarom je geen water moet gebruiken
Doordat het water bij contact met de hete olie onmiddellijk gaat koken, ontstaat in de olie een stoomwolk. Deze stoomwolk verspreidt fijne oliedeeltjes in de lucht en er ontstaat een uiterst brandbaar mengsel.
Olie en water mengen niet met elkaar, maar als je er zeep bij doet wel. De ene zeep laat water en olie beter mengen dan de andere zeep. Afwasmiddel mengt olie en water het best. Daarom gebruik je afwasmiddel om vette pannen schoon te maken!
Water en olie mengt niet. Watermoleculen en oliemoleculen stoten elkaar af. De olie drijft op het water omdat het een lagere dichtheid heeft dan water.
In de cosmetica worden emulgatoren bijvoorbeeld in crèmes en badolie gebruikt. Een crème bestaat grotendeels uit een emulsie van vet in water of van water in vet, terwijl een badolie vaak een emulgator bevat om de olie deels in het water te verdelen. Zonder emulgator zou de olie op het water blijven drijven.
Oliën hebben in de regel een hekel aan water. Als water bij olie komt eindigt het vaak niet goed voor de machine.
Een liter olie is lichter dan een liter water, maar een liter stroop is zwaarder. Je kunt ook zeggen dat olie een kleinere dichtheid heeft dan water en stroop een grotere dichtheid. En daarom blijft de olie op het water drijven en zakt de stroop erdoorheen.
Blus geen vetbrand met water!
Als u water op het brandende vet gooit, is er meteen sprake van de vorming van stoom. Daardoor neemt het volume van het gebruikte water enorm toe en de stoom perst het brandende vet als het ware uit de pan. Het gevolg laat zich raden.
Emulsie. Een emulsie is een mengsel van twee normaal gesproken onmengbare vloeistoffen, zoals olie en water, waarin de ene fase in de andere gedispergeerd is in de vorm van fijne druppeltjes. De twee belangrijkste types zijn: Olie-in-water emulsies (O/W): Olie is de disperse fase, water is de continue fase.
Stoffen zijn hydrofoob wanneer ze geen waterstofbruggen kunnen vormen met water en daardoor niet goed oplossen in water. Ook de term hydrofoob is van het Grieks afgeleid: hydro = water en foob = angst. Omdat hydrofobe stoffen geen waterstofbruggen kunnen vormen, bevatten ze dus ook geen O-H en N-H groepen.
Chemische stoffen kunnen enorm heftig reageren met water. Een stof kan zelfs meteen tot ontploffing komen als het in aanraking komt met water. Mocht er een brand uitbreken tijdens een scheikundeles op een middelbare school, laat het water dan altijd staan.
Vetten lossen niet goed op in water. Je krijgt een losse laag vet en water. Vet is hydrofoob en mengt slecht met het water. Als je vetten in water probeert op te lossen, dan wordt dit een emulsie genoemd.
Kan ik 5W30 met 5W40 mengen? Het mengen van 5W30 met 5W40 motorolie is over het algemeen mogelijk. Dit kan echter resulteren in een olie met een viscositeit ergens tussen 5W30 en 5W40, wat mogelijk de prestaties en bescherming kan beïnvloeden.
1 liter stemt overeen met 0,85 kilogram.
1 liter bier weegt dus ook 1kg., omdat het SG precies het zelfde is.
De eenheid voor dichtheid in het metrische stelsel is meestal kg/m³ (kilogram per kubieke meter). Voor water is de dichtheid bij benadering 1000 kg/m³. Dit betekent dat 1 liter water een massa heeft van ongeveer 1 kg.
Water is een polaire stof en vet is een apolaire stof, deze lossen nooit op. Water heeft een veel hogere dichtheid dan vet en zakt direct naar de bodem van de pan. H2O zet bij 100°C wel meer dan 2000 maal uit en verandert in stoom.
Sludge is een emulsie van olie en water die zich ophoopt in de motor, vaak zichtbaar als een mayonaise-achtige substantie aan de binnenkant van de oliedop. Deze schadelijke smurrie ontstaat doordat bij de verbranding van brandstof waterdamp vrijkomt.
Niet alle vloeistoffen koelen even snel af. Water koelt het snelst af, daarna water en als laatste frituurolie.
Olie en water mengen niet omdat watermoleculen zich meer tot elkaar aangetrokken voelen dan tot oliemoleculen, en oliemoleculen zich meer tot elkaar aangetrokken voelen dan tot watermoleculen . Watermoleculen zijn polair, wat betekent dat één kant van het molecuul negatief geladen is en de andere kant positief geladen.
Honing kan emulgatoren vervangen
De natuurlijke emulgerende eigenschappen van honing zorgen ervoor dat ingrediënten op olie- en waterbasis naadloos met elkaar kunnen worden gemengd. Dit kan helpen het aantal toegevoegde emulgatoren te verminderen, wat de ingrediëntenlijst voor clean label-formules vereenvoudigt.
Lecithine wordt voorgesteld als de voorkeursemulgator voor olie-in-water-emulsies in MRI, omdat het een hoog stabiliserend vermogen heeft en onzichtbaar blijft in MRI-experimenten.