Prei dient diep geplant te worden, 15cm diep.
Enerzijds kun je prei poten in ponsgaten van 15-21 cm diep, doorsnede maximaal 3,5 cm. De plantafstanden die je best aanhoudt zijn 25 cm afstand tussen de rijen en 10 cm afstand tussen de planten (zomerprei) en 45 cm tussen de rijen en 15 cm tussen de planten (herst- en winterprei).
Zorg ervoor dat het zaaibed onkruidvrij is en houd een zaaidiepte aan van 0,5 cm. Als je binnen voorzaait, zet de tray dan op een koele lichte plaats. Plant de jonge planten vervolgens buiten uit vanaf eind april op 10 x 3 cm, dus één plantje per 3 cm (of dun ze uit indien je gebruikmaakt van een platte bak).
De basis voor dikke prei: de juiste start
Prei houdt van een vruchtbare, goed doorlatende grond. Zorg voor een losse structuur, zodat de wortels zich goed kunnen ontwikkelen. Werk voor het planten voldoende compost of organische mest door de grond. Dit zorgt voor een rijke bodem, essentieel voor dikke prei.
Plant de preiplanten in een plantgat van ± 20 cm op een afstand van 10-15 cm in de rijen en 30-40 cm tussen de rijen. Zorg dat het hart van de plant nog net boven de grond uitkomt. Direct na het planten giet je de prei aan met water. Je hoeft de gaten niet dicht te maken, weer en wind doen dit voor jou.
Zaai prei in het voorjaar, eind maart tot begin mei. Je kunt in een bak onder glas voorzaaien, maar gewoon buiten op een mooi, licht en vochthoudend stukje grond kan het ook. Zaai dun, zodat de jonge plantjes voldoende ruimte hebben om na enkele weken te kiemen.
Voor het planten van prei kan je koemestkorrels en compost gebruiken om de bodem los te maken. De structuur zorgt ervoor dat de wortels van prei makkelijker kunnen groeien.
Zodra de jonge zaailingen de dikte hebben van een potlood moeten ze worden overgeplant op een andere plek. Knip ongeveer 1/3 van het bovenste, groene gedeelte van het plantje af en ongeveer 1/3 van de wortels aan de onderkant. Dit om de groei van de wortels te stimuleren.
Om preiplanten succesvol te telen zal je de prei regelmatig moeten bemesten met mest met een hoog stikstofgehalte.
Je oogst de winterprei wel het best tegen april, anders kan ze beginnen doorschieten. Dan komt de prei in bloei, en krijg je een harde kern in de steel. Voor de overige maanden kan je zomerprei of herfstprei planten.
Er moet toegang zijn van lucht en het moet goed vochthoudend zijn. Een prei groeit het beste op grond die diep losgemaakt is. De wortels van de prei zitten in de bovenste 25 centimeter voor 65% in de grond. Daarna krijg je een laag van 25% die tussen de 25 en 50 centimeter diep in de grond zit.
Prei kun je bijna jaarrond kweken. Zo heb je vroege prei, zomerprei, herfstprei en winterprei. Als beginnende kweker kun je het beste kiezen om herfst- of zomerprei te telen. In januari zaai je in bakken op 0,5 tot 1 cm diepte.
Licht & ruimte: Prei groeit het beste in de volle zon. Voedzame, losse grond: Gebruik humusrijke en goed doorlatende grond. Afstand: Houd 10-15 cm tussen de planten en 30 cm tussen de rijen.
Graaf het zand af
Zorg voor een laag van minimaal 30 cm aan grond die geschikt is om in te planten. Je kunt ervoor kiezen om 30 cm zand af te graven en helemaal te vervangen met tuinaarde. Een andere optie is om een deel van het zand opnieuw te gebruiken.
Zaai de zaadjes op ongeveer een centimeter diepte, of gebruik de vuistregel 'twee keer zo diep als het zaadje groot is'. Prik hiervoor een gaatje in de aarde of maak een geultje. Voor een geultje in de volle grond kunt u de steel van bijvoorbeeld een hark gebruiken, zodat u rechte rijtjes krijgt.
Hoe prei planten
De gaten mogen niet dieper zijn dan het witte gedeelte van de preiplanten. De kop van de prei moet uit de grond blijven steken. Zomerprei wordt ongeveer 7 cm diep geplant, herfst- en winterprei 15 cm diep. Steek de preiplanten één voor één in de voorziene plantgaten.
Om meer wit te krijgen moet je de aarde ophogen. Wanneer de planten 40cm hoog zijn moet je de aarde tot op 20cm ophogen. Herhaal hetzelfde na 3-4 weken. Plant de prei op 3cm van elkaar in rijen 40cm uit elkaar.
Veel kalk nodig (1-1,5 kg/10 m²):
Bladgroenten, zoals sla, spinazie, selder, veldsla, peterselie, prei …
Organische mest komt uit natuurlijke bronnen zoals compost, dierlijke mest, molmmest en plantaardige resten. Voor een gezonde tuin kun je organische mest kopen, zoals koemestkorrels, wormenmest of champost, een bijproduct uit de champignonteelt.
Een tomaat schijnt een stof af te scheiden waarmee hij schadelijke insecten op afstand houdt. Dat veroorzaakt ook de geur en de kleur op je handen als je het blad aanraakt. Het verhaal gaat dat komkommers daar niet tegen kunnen.
Dille is gemakkelijk zelf te zaaien. In de tuin kun je dat het beste in april- mei doen, in huis kun je dille het hele jaar door in een pot kweken. Wil je liever in je tuin zaaien, zoek dan een goede en vrij grote plek met goed doorlaatbare grond, zodat de penwortel er makkelijk in kan groeien.