Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Laat je aardappelen na de oogst drogen op een luchtige, droge en donkere plaats. Leg ze in bakken die de lucht doorlaten. Zakken zijn goed om aardappelen te vervoeren, maar minder goed om ze in te bewaren. Controleer de eerste maand een paar keer op de aanwezigheid van rotte knollen, want die steken de rest ook aan.
Omdat aardappelen letterlijk voedingsopslagplaatsen voor de plant zijn, kunnen ze veel langer in de voorraadkast bewaard worden dan zachte groenten. Bewaar je aardappelen tot zes maanden op een koele, donkere plaats . Houd aardappelen uit de buurt van uien, die een gas afgeven waardoor aardappelen eerder ontkiemen.
Bewaar je aardappelen op een koele, donkere en vorstvrije plek. Ideaal is een temperatuur tussen 4 en 8 °C. Zorg dat je aardappelen droog blijven. Vocht versnelt het kiemproces en kan rot veroorzaken.
Voor een goede bewaring is het belangrijk dat de aardappelen goed drogen en er een goede wondheling plaatsvindt. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht, dus houd in het begin de temperatuur relatief hoog (gemiddeld 13,5 °C).
Maak de aardappelen schoon voor opslag . Als de grond grof en zanderig is, borstel de grond dan voorzichtig af. In fijne, kleverige kleigrond kan het nodig zijn de knollen af te spoelen.
Aardappelen bewaar je best op een koele (tussen 2 en 10°C), donkere en goed verluchte plaats. Laat de aardappelen van jouw eigen oogst eerst drogen en leg ze dan in luchtdoorlatende bakken. Controleer de eerste maanden op rotte aardappelen want die steken ook de andere aan.
Aardappelen bewaren doe je daarom best op een koele (tussen 2 en 10 °C), donkere, droge en goed verluchte plaats (bv. kelder (kast)) in een geperforeerde papieren zak, een net of een open mand. Schud ze af en toe om. Bewaar aardappelen nooit in de koelkast.
'Oogst na de herfstvakantie'
"Over het algemeen is het wel zo dat aardappelen in september en oktober meer stikstof opnemen dan het vanggewas. Je kunt ze dus beter oogsten op het moment dat ze daar echt aan toe zijn, dus rond de herfstvakantie." 1 oktober zou dus ook voor stikstofopname een te vroege datum zijn.
Als de geoogste producten na het rooien droog en afgekoeld zijn tot beneden de 10°C dek je deze af met vliesdoek. Vliesdoek biedt geen bescherming tegen vorst. Hiervoor kun je aanvullende afdekmaterialen aanschaffen. Let op, Agrifirm vliesdoek van 15,75x25m is niet geschikt om aardappelen mee af te dekken.
Plaats ze op een koele, donkere, goed verluchte en droge plaats (bvb. een kelder of berging), tussen 7 en 10°C is ideaal. Heb je geen koele kelder of berging, dan kan de koelkast (de groentelade) een alternatief zijn. Het wordt aangeraden om aardappelen niet langer dan 2 weken te bewaren in de koelkast.
Aardappels bewaren: hou ze koel en droog
Kies ook voor een donkere plaats zoals een kelder of keukenkast: op een te lichte plaats kunnen ze groen worden en de schadelijke stof solanine ontwikkelen. Volledig groene aardappels eet je beter niet meer op.
Je kunt aardappelen het beste bewaren tussen de 8 en 10°C en op een droge plek, aangezien te veel vocht uitlopers en schimmels veroorzaakt. Kies dus voor een plek waar geen daglicht komt en droog en goed geventileerd is. Leg ze dan niet naast de uien, want aardappel zullen hierdoor aan kwaliteit verliezen.
Om uitlopers zo lang mogelijk te voorkomen kun je ze best op een koele, donkere en droge plaats bewaren.
Ook zijn de vroege aardappelen minder lang te bewaren. Het is daarom verstandig om wat kleinere hoeveelheden aan te schaffen. Aardappelshop rooit bij de eerste nieuwe oogst dagelijks aardappelen, voor maximaal 1 á 2 dagen. Zo blijft de voorraad vers en kunnen de aardappelen die nog in de grond zitten even doorgroeien.
Nieuwe, verse aardappelen kun je met schil eten. Maar liggen aardappelen al wat langer of hebben ze een groene schil of uitlopers? Dan kan de aardappel glycoalkaloïden bevatten.
De meeste vroege en middelvroege aardappelen kunnen in juli/augustus geoogst worden. Halflate of late rassen oogst je vervolgens in september of oktober.
Vanaf het planten tot het oogsten moet je bij de vroege rassen rekenen op ca. 90 dagen, bij de halfvroege komt dit op tot 110 dagen en bij de late variëteiten loopt dit verder op tot 150 dagen.
Aardappelen worden om de vijf dagen met gif bespoten. Ze groeien in zo'n monocultuur, dat ze van alles en nog wat ziek worden. Dat moet allemaal bestreden worden.
Als je je aardappels geoogst heb wil je ze natuurlijk ook bewaren. Na de oogst laat je de aardappels eerst drogen. Dit kan ik een losse laag ergens in een schuur doen maar je kan ze ook laten drogen in kratten met luchtgaten. Zorg dan wel dat je ze niet al te dik opstapelt zodat overal makkelijk lucht bij kan komen.
Hoe kan je voorkomen dat een aardappel begint te kiemen? Dat kun je voorkomen door de aardappelen in het donker en op een koele plaats te bewaren en er een appel tussen te leggen. Haal de aardappelen uit de plasticverpakking en leg ze open in een kratje van hout of karton.
Traditioneel werden aardappelen als wintervoorraad in een bult (kuil) opgeslagen op het land. De aardappels werden met riet of stro en aarde afgedekt. Ook aardappelkelders waren in gebruik. Later kwamen er speciale aardappelschuren met klimaatcontrole.
Bewaartip voor dit product Bewaar aardappelen bij voorkeur op een droge, donkere en koele plek. Snijd groene plekken op aardappelen ruim weg. Als aardappelen te warm worden bewaard gaan ze uitlopen. De aardappels kun je nog eten als je de uitlopers verwijdert en het plekje eraf snijdt.
'Vooral oogst voor oktober'
Deze aardappelplanten worden voor de oogst doodgespoten waardoor er minder stikstof wordt opgenomen dan bij het langzaam afsterven van de plant zou gebeuren.
Als je een aardappel in de grond stopt, kan daar een aardappelplant uit groeien. Dat heet poten. Eerst groeien er uit de uitlopers wortels en stengels. De stengels gaan omhoog en de witte pluizige wortels groeien omlaag, de grond in.