Bakken met boven- en onderwarmte Deze stand is ideaal voor het bereiden van ovenschotels, taarten en vlees. Ook brood bakken kan uitstekend met deze stand. Boven- en onderwarmte is sowieso handig voor alle deegwaren die rijzen. Gebruik wel maar één bakplaat of rooster, want een extra bakplaat blokkeert de warmte.
Kies je voor boven- en onderwarmte, dan komt de warmte van onder en van boven tegelijk. Deze stand gebruik je bij het bakken van ovenschotels, vlees en taarten.
Bakken wordt het best gebruikt voor gerechten zoals cakes, koekjes en ovenschotels, terwijl de heteluchtovenstanden ideaal zijn voor het bereiden van meerdere bakplaten tegelijk of zwaardere gerechten zoals pizza's of lasagne.
Bak een ovenschotel altijd in het midden van de oven op de normale ovenstand (boven- en onderwarmte) op 200 graden. Heb je alleen een heteluchtoven, dan zet je de temperatuur op 180 graden.
Wat is de ideale temperatuur om te gratineren? Verwarm je oven voor op 200 °C, want de temperatuur moet hoog genoeg zijn. Als dat niet het geval is, zal je bereiding wel garen, maar geen aantrekkelijk kleurtje krijgen. Zorg ook dat de oventemperatuur constant blijft.
Bakken met boven- en onderwarmte
Dit oventeken herken je aan een vierkantje met een streep aan de onder- en bovenkant. Met deze stand komt de elektrische warmte tegelijk van boven en onder. Deze stand is ideaal voor het bereiden van ovenschotels, taarten en vlees. Ook brood bakken kan uitstekend met deze stand.
Verwarm de oven voor (elektrisch: 200°C / hete lucht: 175°C / gas: stand 3). Rasp de parmezaan. Maak in een ingevette ovenschaal laagjes van het gehaktmengsel, de lasagnevellen, de bechamelsaus en de kaas. Herhaal tot de ingrediënten op zijn en eindig met een laag bechamelsaus en kaas.
Voorverwarmen: Verwarm je oven voor op 180°C. Dit zorgt ervoor dat de ovenschotel gelijkmatig opwarmt en dat de smaken optimaal vrijkomen, wat essentieel is voor een heerlijk resultaat. Een goed voorverwarmde oven is de sleutel tot een smakelijke maaltijd!
Standaard ovenschaaltemperaturen
Standaard ovenschotels (de meeste recepten): Bak 30-35 minuten afgedekt op 175 °C , daarna 10-15 minuten onafgedekt tot ze goudbruin zijn. Stevige of bevroren ovenschotels: Verlaag de temperatuur naar 160 °C voor een gelijkmatige gaarheid. Bak 45-50 minuten afgedekt, daarna 15-20 minuten onafgedekt.
Een ovenschotel opwarmen in de oven
Laat het eerst opwarmen: Haal de ovenschotel 30-60 minuten voor het opwarmen uit de koelkast . Zo voorkom je dat de oven plotseling opwarmt. Verwarm de oven voor: ongeveer 160 tot 175 °C is meestal perfect.
Hoe lang moet een ovenschotel in de oven? Hoe lang je ovenschotel in de oven moet ligt aan de ingrediënten. Gemiddeld genomen bak je een ovenschotel in 30 tot 45 minuten gaar.
Bedek de schotel met aluminiumfolie. Na 30 à 45 minuten kun je aan tafel. Met een keukenthermometer zou je eventueel de kerntemperatuur van je stuk lasagne kunnen controleren: als die ongeveer 70°C is, zit je goed.
Het is vooral een kwestie om je oven een beetje te leren kennen en wat in de buurt te blijven. Daarnaast hangt het ook af van het type gerecht: voor een gebak dat moet rijzen in de oven (cake, biscuit, brood…) gebruik je best boven- en onderwarmte, omdat het gebak dan gelijkmatiger rijst en minder uitdroogt.
Hetelucht. Het symbool voor hetelucht op een oven toont vaak een cirkel met een ventilator in het midden. Deze functie staat voor gelijkmatige warmteverdeling in de oven dankzij de ventilator die de warme lucht circuleert.
Boven én onderwarmte
Deze stand is perfect voor het bakken van je favoriete ovenschotels, cakes en taarten. Zeker bij gebak dat moet rijzen (waarbij bakpoeder of baking soda in het beslag zit, bijvoorbeeld) is boven- en onderwarmte een slimme keus.
Voor de meeste ovenschotels is een halfuurtje in de oven op 180 à 200°C perfect. Ovenpasta's (macaroni met kaassaus, lasagne …) en ovenschotels met vis mogen wat lager van temperatuur (180°C), ovenschotels met vlees of kip beter wat hoger (200°C) zodat het vlees goed gaar wordt.
Het symbool met enkel een volledige streep bovenaan de oven is de bovenwarmte stand. Hierbij worden enkel de bovenste verwarmingselementen van de oven ingeschakeld. Deze functie is ideaal voor gerechten die een krokante korst of topping nodig hebben, zoals gegratineerde gerechten en lasagne.
De baktijd van lasagne verschilt van de soort lasagne en de lasagnebladen die je gebruikt. Over het algemeen moet een zelfgemaakte lasagne 30 tot 45 minuten in een voorverwarmde oven op 180-200 graden (heteluchtoven 160-180 graden).
De lekkere smaak van een traybake komt door het roosteren van de ingrediënten. Zorg daarom dat je oven goed voorverwamd is, liefst op 180 of 200 °C.
Door je lasagne de tijd te geven om langzaam te garen ga je écht een beter resultaat krijgen. Over het algemeen raden we aan om een lasagne zeker 35-40 minuten te laten bakken in een voorverwarmde oven op 200 graden.
Zet de skillet of ovenschaal circa 30 minuten in de oven tot de bovenkant goudbruin en 'extreem' krokant is. Strooi er daarna eventueel nog wat verse oregano over en serveer direct. Let op: Het krokante laagje wordt zacht als je 'm te lang laat staan.
Wil je een ovenschotel afwerken met een lichte korst, dan kun je kiezen voor vers gemalen broodkruim, paneermeel of panko (dat is Japans paneermeel). Bestrooi de ovenschotel rijkelijk met het broodkruim en werk af met enkele vlokjes boter.