lusteloosheid, vermoeidheid. spierzwakte of -krampen. misselijkheid, obstipatie. in zeer ernstige gevallen: hartritmestoornissen.
Een mild tekort aan kalium geeft weinig klachten. Bij een meer ernstig tekort kan je last hebben van vermoeidheid, spierzwakte, obstipatie, vaak plassen of verlies van eetlust. Ernstig kaliumtekort kan tot hartritmestoornissen leiden.
Kalium zit vooral in groente, fruit, aardappelen, vlees, vis, noten en ook in melkproducten en brood. Een kaliumtekort kan ontstaan na hevig braken, ernstige diarree en door het gebruik van plaspillen. Bij een kaliumtekort is het belangrijk alleen kaliumtabletten te gebruiken in overleg met de arts.
Zout bestaat uit natriumchloride. Teveel natrium leidt mogelijk tot een hoge bloeddruk en daarmee hart- en vaatziekten. Zout zit bijvoorbeeld in brood en kaas. Kalium heeft een gunstig effect op de bloeddruk, omdat het het bloeddrukverhogende effect van natrium tegenwerkt.
Kalium helpt ook de spanning in de wanden van je bloedvaten te verlichten, wat ook helpt bij het verlagen van de bloeddruk . Volwassenen met een verhoogde bloeddruk (120/80 mm Hg of hoger) of een hoge bloeddruk (130/80 mm Hg of hoger) die verder gezond zijn, kunnen baat hebben bij een hogere kaliuminname.
Ernstige hyperkaliëmie (>6,5 mmol/liter) is een levensbedreigende medische noodsituatie, die onmiddellijke aandacht en medische behandeling vereist.
Ben je benieuwd naar je eigen kalium waarde of wil je graag zelf kalium testen? Dan moet je de kalium waarde in het bloed meten. Dit vraagt om een laboratoriumtest. Het beste kun je bij je huisarts vragen of hij/zij je kalium waarde wil controleren.
Belangrijke bronnen van kalium zijn: aardappelen, groente, fruit, melk(producten), koffie, cacao (chocolade), peulvruchten en noten. Producten die hiervan gemaakt zijn zoals chips, frites, vruchtensappen en amandelspijs bevatten ook veel kalium.
Ook in fruit zit kalium, maar het hoort wel in een gezond voedingspatroon thuis. Ook bij fruit is het advies om alle soorten goed af te wisselen. Van de kaliumrijkste fruitsoorten (kersen, suikermeloen, banaan) adviseren wij een kleinere portie te nemen.
Ook zorgt het ervoor dat je zenuwen signalen door kunnen geven. Door een tekort aan magnesium kun je onder meer last krijgen van vermoeidheid, misselijkheid, tintelingen en spierkrampen. De klachten lijken erg op die van een kaliumtekort.
Je herkent een kaliumtekort aan verzwakte spieren, lusteloosheid en in erge gevallen aan een verstoorde hartfunctie. Een teveel aan kalium uit voeding komt eigenlijk nooit voor.
Mensen met een verslechterde nierfunctie moeten dus goed opletten hoeveel kalium ze binnenkrijgen, want het heeft een belangrijke functie bij het doorgeven (de geleiding) van zwenuwprikkels en zorgt voor een goede waterhuishouding in het lichaam, samen met natrium.
Magnesium is nodig voor activering van de natrium-kaliumpomp die natrium de cel uitpompt en kalium erin. Daardoor beïnvloedt magnesium de membraanpotentiaal.
De dokter vraagt de kaliumtest meestal aan samen met andere elektrolyten zoals natrium en chloride om een algemene indruk te krijgen van de gezondheid van de patiënt. Ook zal de dokter de test aanvragen bij klachten die wijzen op een te hoog (hyperkaliëmie) of een te laag kalium (hypokaliëmie) in het bloed.
De meeste Nederlanders krijgen voldoende kalium binnen via hun voeding. Het is dus vrij ongebruikelijk om een tekort te krijgen via je dieet. Een kalium tekort komt meestal voor doordat het lichaam overmatig kalium verliest, bijvoorbeeld als gevolg van frequent braken of langdurige diarree.
Bij hartfalen is het belangrijk om op de hoeveelheid kalium te letten, omdat de kans groot is dat u medicijnen gebruikt die het kaliumgehalte in het bloed verhoogd. Overleg dit dus altijd met uw hartfalenverpleegkundige, cardioloog of diëtist.
Verschillende medicijnen kunnen de kaliumspiegel verhogen, waaronder NSAID's, aldosteronantagonisten, penicilline G, kaliumsparende diuretica, angiotensine-II-receptorantagonisten, aminoglycosides, succinylcholine, ACE-remmers en bètablokkers. Wees terughoudend met kaliumsuppletie.
Veel kalium: aardappelen, stamppot, aardappelpuree, friet en aardappelschijfjes. Weinig kalium: rijst, pasta (zoals spaghetti en macaroni, couscous, bulgur, mie en mihoen. Kook de aardappelen bij voorkeur in ruim water en giet dit water weg. Gebakken aardappelen zijn kaliumrijker dan gekookte aardappelen.
Het is vrijwel onmogelijk om via voeding te veel kalium binnen te krijgen. Bij gezonde personen wordt bijna al het ingenomen kalium weer uitgescheiden via de nieren. De belangrijkste groep mensen die een risico kan lopen op een verhoogd kaliumgehalte in het bloed (hyperkaliëmie) zijn patiënten met ernstige nierschade.