Ongefermenteerde soja bevat, fytinezuur, net als veel ander peulvruchten en ook granen. Dit antinutriënt kan zich binden aan mineralen als zink, ijzer, calcium en magnesium, waardoor deze niet langer beschikbaar zijn voor het lichaam.
De soja die we in Nederland gebruiken, komt vooral uit Zuid-Amerika. Daar zorgt de teelt voor allerlei problemen: er wordt bos voor gekapt, de bodem raakt uitgeput en het water wordt vervuild door bestrijdingsmiddelen en kunstmest. De meeste soja wordt verwerkt in veevoer.
Sommigen maken zich echter zorgen over de mogelijke nadelen van soja, waaronder het ggo-gehalte, mogelijke oestrogeenachtige effecten en de langetermijninvloed op groei, spijsvertering, seksuele rijping, schildkliergezondheid en het risico op borstkanker . Momenteel worden deze zorgen slechts in beperkte mate ondersteund door gedegen wetenschappelijk onderzoek. Er is echter meer onderzoek nodig.
In soja zitten isoflavonen, fyto-oestrogenen en andere antinutriënten. Deze stofjes zouden onder andere invloed hebben op (borst)kanker, een verstoorde hormoonhuishouding en borstgroei bij mannen. Een ander mogelijk probleem zou zijn dat soja genetisch gemodificeerd wordt en daarmee ook schadelijk is.
Soja en isoflavonen. Soja bevat isoflavonen, stoffen die erg lijken op het hormoon oestrogeen dat het lichaam zelf maakt. Isoflavonen worden ook wel plantaardige oestrogenen of fyto-oestrogenen genoemd. Deze fyto-oestrogenen kunnen invloed hebben op vormen van kanker die gevoelig zijn voor hormonen, zoals borstkanker.
Het grootste risico op kanker komt door roken en meeroken. Tabaksproducten en de tabaksrook bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het DNA in de cellen. Fouten in het DNA kunnen ertoe leiden dat een cel ontspoort en dat er kanker ontstaat.
Is soja veilig om te eten of drinken? Aan het gebruik van soja zijn geen specifieke risico's verbonden. Wel wordt zwangeren geadviseerd om niet te veel sojaproducten te nemen.
De werkzame stofjes in soja, de zogenaamde “isoflavonen”, of “fyto-oestrogenen” lijken wat op de vrouwelijke hormonen die tijdens de overgang belangrijk zijn. Ze hebben dezelfde chemische structuur en binden zich ook aan oestrogeenreceptoren in het lichaam. Zo helpen ze de hormoonhuishouding in balans te houden.
Bij sommige mensen kunnen sojaproducten een opgeblazen gevoel of darmklachten veroorzaken. Vaak ligt een onderliggend darmprobleem of een onevenwichtige darmflora aan de basis. Ongeveer driekwart van de soja wereldwijd wordt geproduceerd als veevoer.
Veel voorkomende klachten bij een soja-allergie
Angioedeem kan zich over het hele lichaam optreden, waarbij vooral plaatselijke vochtophopingen in het gezicht te zien zijn: vooral onder de ogen, op de lippen en in wangen (wangzakken). In het keelgebied kan levensbedreigend glottisoedeem ontstaan.
In vergelijking met andere peulvruchten bevat soja meer (onverzadigd) vet, meer eiwitten en minder koolhydraten. Het lage koolhydraatgehalte kan voordelig zijn voor mensen met diabetes. Ook de aanwezige isoflavonen hebben een positief effect voor diabeten want ze verminderen de insuline-resistentie.
Hoeveel soja mag ik eten? Volgens het Voedingscentrum passen sojaproducten zoals tofu, tempé en sojadrink in een gezond voedingspatroon. Het advies is om maximaal 2-3 porties sojaproducten per dag te eten of drinken. Vervang bijvoorbeeld een aantal keer per week rood vlees door een sojaproduct zoals tofu.
Veel vleesvervangers hebben sojabonen als belangrijkste grondstof. Daar zitten hoogwaardige eiwitten, ijzer en vitamine B1 in, en dat maakt soja een goed alternatief voor vlees. Ook qua textuur komt soja – vooral in combinatie met tarwegluten – behoorlijk dicht bij echt vlees in de buurt.
Soja yoghurt gezonder dan het origineel
Ga voor soja. In een bakje sojayoghurt zit niet alleen het meeste eiwit. Er zit ook weinig ongezond verzadigd vet in. En het bevat meestal geen suiker.
Soja en de schildklier
Soja draagt niet bij aan het ontstaan van hypothyreoïdie (een trage schildklier). Wel kan soja de opname van jodium verlagen, en het binnenkrijgen van voldoende jodium is belangrijk voor een goedwerkende schildklier. Dat laatste is vooral relevant als je te weinig jodium binnenkrijgt via voeding.
Er is geen reden om bang te zijn voor soja en er is geen echte reden om het te vermijden, behalve natuurlijk voor mensen met specifieke aandoeningen zoals allergieën of intoleranties. En overdrijf het natuurlijk niet, zoals je het eten van elk voedsel niet moet overdrijven.
Wel kunnen supplementen met hoge doseringen mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid. Ze kunnen ook bijwerkingen geven zoals vaginale bloedingen en leverontsteking. Gebruik deze supplementen dus liever niet, of alleen in overleg met je (huis)arts of apotheker.
gefermenteerde soja is een goed opneembare eiwitbron, mits geen overmaat en mits gezonde darmen. het fytinezuur en de trypsineremmers zijn door de fermentatie grotendeels onschadelijk gemaakt (hierover vertel ik verderop meer). gefermenteerde soja werkt als een probioticum in onze darmen.
Voor één kilo peulvruchten komt één kilo CO2 vrij, bij 1 kilo rundersteak komt 34 kilo CO2 vrij. Doordat we steeds meer vlees eten, is de sojaproductie de afgelopen 50 jaar bijna zeven keer zo hoog geworden. De soja die we in Nederland gebruiken, komt vooral uit Zuid-Amerika.
Sojabonen kunnen in z'n geheel (gekookt) gegeten worden, maar worden vooral vaak verwerkt tot producten als sojamelk, tofu, tempeh, miso en sojasaus. Soja wordt in de voedingsmiddelenindustrie ook gebruikt als bindmiddel in allerlei sauzen, gebak, brood, soep et cetera.
Producten die het risico op kanker verhogen en waar wetenschappelijk een grote bewijskracht voor is zijn: Hoge inname rood vlees. Hoge inname bewerkt vlees en vleeswaren. Te veel zout.
Steeds meer leverkanker in Nederland door leefstijl: verdubbeling in zeven jaar tijd. Onderzoekers van Amsterdam UMC constateren een verdubbeling van leverkanker in Nederland tussen 2014 en 2021. Overgewicht, diabetes en alcoholgebruik blijken de belangrijkste aanjagers.
Maar de overlevingskansen verschillen sterk per soort kanker. Zo hebben patiënten met borst-, prostaat- of huidkanker goede overlevingskansen (rond de 90%). Maar voor bijvoorbeeld patiënten met long- of alvleesklierkanker is de 5-jaarsoverleving veel slechter: voor longkanker 28% en bij alvleesklierkanker maar 6%.