De grond moet voedzaam, humusrijk en goed gedraineerd zijn. Een koude, natte lente kan ertoe leiden dat paprika's niet groeien of, erger nog, afsterven. Daarom is het de moeite waard de paprika de eerste tijd in een pot te kweken en pas na half mei of later uit te planten.
De paprika plant houdt van veel zon, dus als het plantje een dag of twee in een grotere pot staat mag deze gewoon in de volle zon staan. Let er wel op dat het met zonnig weer niet te warm wordt. Als de temperatuur te vaak boven de 30 graden komt, krijg je hard, leerachtig blad en stopt de plant met groeien.
Paprika opkweken
Paprikazaden kiemen bij een temperatuur boven de 18 graden; zorg dus voor een warm plekje (maar niet warmer dan 30 graden). Ideaal is een elektrische propagator die op ongeveer 26 graden staat, maar overdag in een zonnig raamkozijn en in de avond bij een matig warme verwarming is ook een optie.
Je zult zien dat de paprika's de eerste weken maar langzaam groeien. Dit komt doordat ze het beste groeien bij een temperatuur boven de twintig graden en zo warm is het niet altijd in mei. De eerste bloemen die de paprikaplant aanmaakt kan je het beste verwijderen.
Als de plantjes naast de eerste 2 kiemblaadjes twee echte blaadjes hebben, kun je ze verspenen: ieder apart in een groter potje zetten. Bijvoorbeeld een potje van 9cm. Let goed op dat je de worteltjes niet beschadigt. Ik gebruik daar meestal ook nog de zaai- en stekgrond voor.
Waarom toppen? Door het topje van je paprika- of peperplantje af te knijpen (of knippen), stimuleer je de plant om zijtakken te maken. Hierdoor groeit je plant compacter, steviger en krijg je uiteindelijk meer vruchten. Het lijkt misschien zonde, maar je helpt de plant juist om energie beter te verdelen.
Snoei de planten liever niet, verwijder alleen lelijke/dode bladeren/takjes. Geef minimaal water en zet ze in een raamkozijn bij maximaal 10 tot 12 graden. Na de winter snoei je de planten in maart terug, geef ze voeding en meer water, en zet ze warmer tot ze in mei weer naar buiten kunnen.
Planten hebben zonlicht nodig om te groeien! Plantjes die op een zonnige plek staan groeien sneller, worden groter en geven een betere oogst. In een kasje groeien je plantjes sneller, want vaak is de temperatuur net wat hoger en droogt de bodem minder snel uit.
Zo zaai je paprika's stap voor stap
Zaai binnen vanaf januari t/m maart in potjes of een kweekbak. Vul de potjes met luchtige moestuingrond en zaai 1 zaadje per potje. Zaai 0,5 tot 1 cm diep en dek licht af met aarde. Zet de potjes warm en licht, bij voorkeur 20–25 °C.
Paprika bemesten
De paprika behoort tot de gulzige planten en heeft daarom veel meststof nodig. Als je plant in een pot is aangeplant, kan je een vloeibare meststof gebruiken. Die voeg je om de twee weken aan het gietwater toe volgens de dosering die is aangegeven op de verpakking.
Paprika's behoren tot de meest warmteminnende groentegewassen die zeer gevoelig zijn voor koude. Wanneer u paprika's kweekt, zoek dan een zonnige, beschutte plek, het liefst onder glas. Buiten vragen paprikaplanten een absoluut zonnige en warme standplaats, het liefst in de regen- en windschaduw.
Paprika's groeien het beste in de volle zon. Heb je geen plek buiten, maar wel binnen in een zonnig raamkozijn, dan kan de plant hier ook prima groeien.
Paprika goede buren
Paprika kweken kan goed samen met basilicum, majoraan oregano, peper, tomaat, zonnebloem, mosterd, als je gebruik maakt van combinatieteelt.
De paprika's die groen in de winkelrekken liggen, worden vroeg geplukt, terwijl de andere blijven hangen om te rijpen. De ene soort wordt geel, de andere oranje en rood. Ze hebben dus simpelweg wat meer tijd gekregen om te rijpen.
Onverteerd voedsel
Wanneer er voedselbrokken terug te vinden zijn – bijvoorbeeld stukjes paprika – bekent dat er niet goed wordt gekauwd. Het speeksel moet zich mengen met de voedselbrij.
Bemesting. Een organische bemesting werkt het beste bij de teelt van paprika. Gebruik hierbij rijpe compost en verteerde stalmest. Wanneer de grond te droog of zout is, blijven de plant en vrucht klein en worden de bladeren zeer donkergroen.
(Te) vroeg zaaien brengt risico's met zich mee. Door de combinatie van weinig licht en veel warmte binnen worden veel vroege zaailingen slap of gaan dood.
Een lichte plaats, maar in de schaduw van direct zonlicht, wordt aanbevolen voor de teelt. Sterke zon kan bladeren onder glas verbranden. Buiten daarentegen genieten paprikaplanten van de zon. Een goed doorlatende, voedzame grond met voldoende vocht en een middelhoog voedingsgehalte is geschikt als substraat.
Plantjes groeien niet
Dit kan te maken hebben met het weer: te warm, te koud, te droog, te nat. Veel wind kan ook de oorzaak zijn: dan moet je plantjes te veel energie stoppen in het rechtop blijven staan en gaat dat ten koste van de groei. Staan plantjes te dicht op elkaar dan kunnen ze ook niet goed groeien.
Kaneel heeft een antibacteriële en schimmelwerende werking. Als je kaneel strooit over de potgrond, helpt het schimmels te verminderen. Schimmels trekken rouwvliegjes aan, dus door kaneel te gebruiken, maak je de omgeving minder aantrekkelijk voor ze.
Volgens professor Haring praten planten wel degelijk. Niet in een gesproken taal, maar in geuren en kleuren. Zo kunnen ze bestuivers aantrekken, maar nog belangrijker; om hulp roepen! Zo weet een plant 'bodyguards' aan te trekken die ervoor zorgen dat insecten die hem aanvreten worden uitgeschakeld.
Bij een temperatuur onder 20 graden groeien de planten niet of nauwelijks. De eerste weken buiten zullen de planten dan ook maar langzaam groeien. Pas ook bij het uitplanten op dat je geen wortels beschadigt, ook dan leidt het weer tot groeistilstand.
Van november tot februari kan je beginnen met snoeien. Fruitbomen kunnen gesnoeid tot en met maart. Wij adviseren om dit te doen tussen januari en maart zodat appel-, peren-, kersen- en pruimenbomen weer mooiere vruchten kunnen voortbrengen. Leibomen kunnen in de winter tot in maart gesnoeid worden.
Aangezien paprika's een langere opkweekperiode nodig hebben, is het slim om in februari al te starten met voorzaaien in kweekbakken, een eierdoos, een boterkuipje of een plastic beker. Vul de potjes met zaaigrond op kamertemperatuur en zaai de zaden op 1 centimeter diepte. Besproei de potjes met lauwwarm water.