Je fornuis verbruikt 2 tot 3 keer zoveel energie wanneer je zonder deksel kookt! Wanneer je het deksel op de pan plaatst, kookt je water namelijk sneller. Zodra het water kookt, kan je het vuur zachter zetten. Doordat het water al op temperatuur is kun je rustig blijven doorkoken.
Je kookt pasta, rijst of iets anders eigenlijk altijd heel rustig, nooit op vol vuur. Zonder deksel verdwijnt er dan waterdamp door langsstromende lucht en daardoor zal er inderdaad meer water verdampen.
Stoofpotjes blijven lekker sappig als je ze onder deksel bereidt. Gebruik hiervoor best een cocotte van keramiek of gietijzer. Bereidingen die urenlang duren, zoals vleesbouillon bijvoorbeeld, kun je best onder deksel bereiden zodat er niet te veel vocht verdampt en je bouillon niet te geconcentreerd wordt.
Met een deksel blijft de warmte binnen, waardoor je sneller kookt en minder energie verbruikt. Deze techniek is dus niet alleen goed voor de energierekening, maar ook voor de snelheid van je kookproces.
Stoven is het langzaam garen van vlees in een vloeistof. Je braadt het eerst aan en dan laat je het rustig verder gaar worden in een gesloten pan, op een laag tot matig vuur in bouillon, wijn, cider of bier met groenten en kruiden.
Een deksel erop houdt de stoom binnen, maar het kan er ook voor zorgen dat dingen sneller gaar worden . Denk na over het doel van het deksel. Als je bijvoorbeeld iets knapperig wilt maken, is een deksel erop een slecht idee, omdat de stoom het zompig maakt. Wil je het sappig houden, dan is een deksel een goed idee.
Wanneer je koud bier op het warme vlees giet, kan de temperatuur in de pan plots dalen. Als je het bier voorverwarmt, blijft de temperatuur van je stoofvlees stabieler en zal het gelijkmatiger garen, waardoor het vlees malser blijft.
Maar als je een deksel op de pan doet, blijft de warmte in de pan. Dat helpt om je eten sneller te koken . Minder kooktijd betekent minder energieverbruik. Dus ja, een deksel op je potten en pannen tijdens het koken zorgt ervoor dat je eten sneller gaart, wat energie bespaart.
Om een soep, stoofpot of saus dikker te maken, is het ideaal om het deksel open te laten. " Het moet eraf, of half afgedekt, als je het reductieproces vertraagt ", zegt Stephen Chavez, chef-instructeur aan het Institute of Culinary Education.
Producten kunnen elkaar besmetten en door voedsel af te dekken zorg je ervoor dat bacteriën niet onderling kunnen overspringen op elkaar. Daarnaast komt er veel damp vrij wanneer het eten nog warm is. Als je het niet meteen afdekt, droogt het eten uit”, stelt Zwietering.
Tijdens het pasta koken, zet je liefst geen deksel op de pot. Door er een deksel op te zetten, gaat het water schuimen en zal het over de rand op je vuur lekken. Daarnaast moet je af en toe ook door de pasta roeren en de spirelli's of slierten in beweging houden. Zonder deksel gaat dit een stuk makkelijker.
Inkoken doe je op matig tot hoog vuur om vocht te laten verdampen uit een gerecht. Zo kun je de saus indikken en wordt de smaak krachtiger.
Vocht en smaak
Bij het maken van stoofvlees is vocht onmisbaar. Voeg je te weinig vocht toe, dan riskeer je dat het vlees uitdroogt. Voeg bij voorkeur een goede bouillon toe of een combinatie van bouillon en wijn of bier voor extra smaak.
De deksel erop laten helpt het water sneller aan de kook te brengen, omdat het alle warmte vasthoudt. Als het water kookt, maakt de deksel niet meer uit. Het ei zit onder water en heeft geen voordeel van de stoom, want het water kookt het.
De kracht van het kookwater
Wel, pastawater zit vol restjeszout en zetmeel van de pasta die je erin kookte. Als je dat water toevoegt aan de pan waarin je je pasta afwerkt én waarin zich een vet – olijfolie of boter – bevindt, ontstaat er een emulsificatie (of culinaire magie).
Vlees braden in de pan
Het vlees aanbraden in de pan in ruim vetstof (boter, vloeibare margarine, olie of een combinatie) om een mooie kleur op het vlees te krijgen. De deksel op de pan doen en de hittebron lager zetten daarna het vlees regelmatig draaien en met het braadvocht bedruipen tot de gewenste kerntemperatuur.
Wanneer je iets moet laten inkoken doe je dat best altijd zonder deksel. Zo krijgt de vloeistof die verdampt de kans om te verdwijnen. Wanneer je een deksel zou gebruiken condenseert die damp tegen het deksel en beland zo weer in de pot. Nog een goede tip: zet het vuur zeker niet te hoog wanneer je iets laat inkoken!
Een van de meest voorkomende fouten die ik zie, zijn sauzen die schiften of vettig worden . Als je met boter afwerkt, zorg er dan voor dat de saus warm is, maar niet kookt. Als je room gebruikt, voeg die dan geleidelijk toe. Als je olie mengt tot bijvoorbeeld een vinaigrette of kruidenemulsie, doe het dan langzaam en gestaag.
Breng op smaak met zout en peper en breng aan de kook. Dek af en bak ongeveer een uur. Roer de room erdoor en zet de pan, met het deksel eraf , nog een uur in de oven, tot de saus gaar is en is ingekookt.
Je fornuis verbruikt 2 tot 3 keer zoveel energie wanneer je zonder deksel kookt! Wanneer je het deksel op de pan plaatst, kookt je water namelijk sneller. Zodra het water kookt, kan je het vuur zachter zetten. Doordat het water al op temperatuur is kun je rustig blijven doorkoken.
Soep of bouillon bestaat voor het grootste deel uit water. Dus met met deksel loopt het verdampte water weer in de pan, en zonder deksel verdampt het, en concentreer je je vloeistof. Dus in principe meer smaak.
In veel deksels zit een luchtgaatje, ook wel stoomgaatje genoemd. Dit gaatje zorgt ervoor dat de druk wordt verminderd en het eten minder snel overkookt. Zit er geen stoomgaatje in de deksel, let dan op dat het koken niet te snel gaat en alles overkookt.
Hoe langer je stoofvlees laat garen, hoe malser het wordt. Je moet er echter rekening mee houden dat wanneer je het te lang laat opstaan, het vlees helemaal uiteen gaat vallen. Zo heb je geen stukken vlees meer maar wordt het stoofvlees meer een dikke saus met draadjesvlees in.
Strooi bloem over het vlees
Een klassieker die prima werkt: een laagje bloem over je vlees strooien. Laat je vlees een korstje krijgen, voeg de bloem toe en laat eventjes meebakken. Daarna voeg je zoals gewoonlijk de vloeistoffen toe.