Er is inmiddels voldoende wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen het eten van veel rood vlees en vooral bewerkt vlees, en het risico op bepaalde soorten kanker (waaronder darmkanker), het risico op diabetes type 2 en op beroerte. Lees meer over wat een risico op ziekten inhoudt.
Wat als je te veel vlees eet? Het eten van te veel rood vlees (denk aan varken en rund) brengt risico's voor de gezondheid met zich mee. Rood en - met name - bewerkt vlees zoals vleeswaren, worden in verband gebracht met beroerte, diabetes type 2 en dikke darmkanker.
Dierlijke producten. Wanneer iemand dierlijke producten eet, dan kunnen er ziekteverwekkers in het product zitten. Dit geldt voor vlees, vis, melk, eieren en afgeleide producten. In alle gevallen geldt: wanneer de producten goed verhit worden, gaan ziektekiemen dood en worden de producten onschadelijk voor de mens.
Bewerkt (rood) vlees is over het algemeen ongezonder dan onbewerkt (rood) vlees. Tijdens de bewerking wordt namelijk vaak veel zout toegevoegd. Daarnaast kunnen door de bewerking van deze vleeswaren kankerverwekkende stoffen ontstaan. Deze stoffen kunnen cellen beschadigen in ons lichaam, wat tot kanker kan leiden.
Het Voedingscentrum adviseert om maximaal 300 gram rood vlees per week te eten [8]. Voor bewerkt vlees is geen bovengrens gesteld, al raadt de Gezondheidsraad aan om de consumptie hiervan te beperken [7]. Jongvolwassen eten gemiddeld 70 gram rood vlees en 47 gram bewerkt vlees per dag.
Voor een duurzaam en gezond eetpatroon adviseren we om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 300 gram rood vlees. Het is niet nodig om vlees te eten, je kunt het vervangen door andere producten.
Hoewel vlees een goed bron is van eiwitten en verschillende vitamines en mineralen zoals vitamine B12 en ijzer, is het helemaal niet nodig om elke dag vlees te eten. Je doet er juist goed aan om vlees eens wat vaker te laten staan.
Vlees belast de darmen omdat het moeilijk te verteren is. Vooral de stof haem in rood vlees is een belasting voor de darmen. Het eten van meer dan 500 gram rood vlees per week (rund-, varkens- en lamsvlees) is een risico voor het ontwikkelen van darmkanker.
Worst, salami, bacon, knakworstjes, allemaal bewerkt vlees en dit is duidelijk echt de minst gezonde keuze. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ziet een link tussen bewerkt vlees en een verhoogd risico op kanker. Bovendien bevatten deze producten vaak veel zout en ongezonde vetten.
Ongezondste broodbeleg
Een boterham met 15 gram vlokken heeft bijvoorbeeld al 10,5 gram suiker, dat is letterlijk een broodje suiker. Maar de vruchtenhagel spant de kroon: daar zit relatief gezien het meeste suiker in.
Infectieziekten zijn ziekten die worden veroorzaakt door bacteriën, virussen, schimmels of parasieten. Dit noemen we ook wel ziekteverwekkers. Er zijn veel onschuldige infectieziekten waar je niet erg ziek van wordt en die vanzelf weer over gaan. Andere infectieziekten kunnen wel gevaarlijk zijn.
Een voedselinfectie is een ontsteking van de maag en darmen. De infectie wordt veroorzaakt door een bacterie, virus of parasiet die iemand binnenkrijgt via besmet eten of drinken. Vaak leidt de ontsteking tot diarree, misselijkheid, overgeven, buikpijn, buikkramp en soms koorts.
Het verteringsstelsel van een carnivoor is net geen 2 meter lang terwijl ons verteringsstelsel ruim 6 meter is. Dat betekent dat zodra wij vlees eten het ongeveer 72 uur duurt voordat dit door ons verteringsstelsel heen is.
Suikerrijke voedingsmiddelen zoals chocolade, koeken, cake, taart, snoep en boterhambeleg zoals choco of speculaaspasta. Vaak ok nog eens rijk aan (verzadigd) vet. Vetrijke snacks en fastfood zoals frieten en kroketten, chips, hamburgers en diepvriespizza.
Risico's van te veel vlees eten
De consumptie van rood en bewerkt vlees is van invloed op de gezondheid: het hangt samen met een verhoogd risico op chronische ziekten zoals beroerte, diabetes type 2 en darm- en longkanker. De richtlijn van de Gezondheidsraad is om van rood vlees maximaal 300 gram per week te eten.
Stoppen met rood vlees heeft een bewezen, positief effect op je lichaam. Uit talloze onderzoeken blijkt dat het eten van rood vlees de kans op diabetes type 2 verkleint, je cholesterolwaarde omlaag brengt en spijsvertering en stoelgang verbetert.
In sommige gevallen kan de Salmonellabacterie acute diarree veroorzaken. De Salmonellabacterie komt vooral voor in rauw vlees maar ook in eieren, rauwe melk en melkproducten, vis en garnalen. Er zijn ook maag-darmziekten waarbij langdurige diarree optreedt.
Wit vlees komt van kippen en ander gevogelte zoals bijvoorbeeld kalkoen. Er zijn geen aantoonbare negatieve effecten voor je gezondheid bij het eten van wit vlees. Verder is de milieu-impact beperkter dan bij rood vlees. Daarom wordt (onbewerkt) wit vlees als voorkeurs vlees geadviseerd.
Enige tijd nadat je besmet vlees hebt gegeten, kan je allerlei klachten krijgen: misselijkheid, braken, diarree. Maar ook koorts, hoofdpijn, huiduitslag, bloedinkjes onder je nagels en pijnlijke spieren. Wat moet je doen? Het risico om besmet te raken is in Nederland heel klein, omdat slachtvlees gekeurd wordt.
Veel meer groente en fruit eten. De oplosbare vezels in groente en fruit voeden de goede bacteriën in je darmen en kunnen dus je microbioom (darmflora) verbeteren. Ook zorgen de vezels ervoor dat de ontlasting stevig, zacht en soepel wordt: niet te dun en niet te hard.
Wat is het carnivoor dieet? Het carnivoor dieet bestaat zoals de naam al zegt voornamelijk uit dierlijke producten, zoals eieren, veel vlees, gevogelte en vis. Opvallend is dat daar vrijwel geen koolhydraten en groenten (en fruit) bij gegeten worden.
Bewerkt vlees is rood of wit vlees dat bewerkt werd door het te zouten, roken, drogen, fermenteren of door er bewaarmiddelen aan toe te voegen. Voorbeelden zijn ham, spek, salami, rookworst ... Hamburgers en gehakt vallen ook onder bewerkt vlees als er zout of chemische additieven in gebruikt zijn als bewaarmiddelen.
Hoge consumptie van rood vlees wordt in verband gebracht met kanker, hartaandoeningen, obesitas en diabetes. Industriële veeteelt is een belangrijke bron van door voedsel overgedragen ziekteverwekkers. Als mensen betere toegang hadden tot een plantaardiger dieet, dan zou dat miljoenen levens per jaar redden.